Burgemeester van Nispenstraat 29, 1251 KE Laren

Nico van Harpen en ‘De Larensche Kunsthandel’ (1905-1921) – 4

Nico van Harpen en ‘De Larensche Kunsthandel’ (1905-1921) – 4

Na een opleiding tot onderofficier en een carrière in de journalistiek begint Nico van Harpen (1858-1931) in 1905 in Laren een kunsthandel. De zaken gaan goed en in 1907 opent hij een dependance in Amsterdam. Vele verkooptentoonstellingen worden georganiseerd. In de Larense Villa Mauve zijn voornamelijk werken van de ‘Larensche schildersbent’ te koop. In de Amsterdamse vestiging aan de Heerengracht worden ook werken van overige Nederlandse en buitenlandse kunstenaars aangeboden. Sierkunstenaar Theo Neuhuys is daar als directeur aangesteld. Er volgt een samenwerking met Kunsthandel Kleykamp. In 1912 echter neemt Neuhuys ontslag en start zijn eigen kunsthandel in het pand van Kleykamp in Den Haag. Van Harpen neemt de directie over en ziet vanaf 1914 de resultaten terugvallen. Er zijn verschillende oorzaken. WO I breekt uit in de zomer van 1914 en de verkoop naar Amerika komt stil te liggen, de smaak verandert en de concurrentie neemt toe. Juist voor de uitbraak van de oorlog reist Van Harpen naar Semarang op het eiland Java om onder de vlag van de Larensche Kunsthandel deel te nemen aan de Koloniale Tentoonstelling.

Dit artikel is afkomstig uit Kwartaalbericht 139 [2017-1]. Leden van de Historische Kring Laren ontvangen dit kleurrijke boekje 4 keer per jaar. U kunt hier lid worden. Losse nummers zijn à € 4 per stuk in de Lindenhoeve te koop, zolang de voorraad strekt.

Deel 4: (slot) Van Harpen’s dadendrang, zijn leven in Laren, de Mauve Villa’s, de Maatschappij voor Beeldende Kunsten en zijn literaire nalatenschap.

Peter C.L. van der Ploeg

Hij schrijft een kort verslag van zijn reis naar Java voor het bulletin van De Larensche Kunsthandel. Het is gedateerd 16 juli 1914. Volgens Van Harpen past het niet, helaas, om in het bulletin een reisverhaal te publiceren. Zo staat hij enkel even stil bij havensteden Lissabon en Algiers. In Lissabon is hij vergeefs op zoek naar een museum en in de moderne “Fransche” stad Algiers treft hem als voorbeeld van “…een prachtige lijnenkunst” het nieuwe postkantoor. Hij concludeert dat tropische landen meer geschikt zijn voor beeldhouw- dan voor schilderkunst 1). Interessanter, levendiger wordt zijn verslag als Van Harpen gewag maakt van zijn bezoek aan Boroboedoer. Samen met de schilder Carel Dake jr. 2) (1886-1946) die van 1908-1911 in Laren woonde, maar in 1912 naar Java vertrok, reist hij van Djocja met de auto van de schilder naar de Boroboedoer. Van Harpen is euforisch en schrijft: “De Boroboedoer zien en dan sterven! … Want dit is wel het schoonste wat ik in mijn leven mocht zien! Mijn hart vloeit over van dankbaarheid, dat ik, die van mijn jeugd af hang naar Indië had, dit heb mogen aanschouwen.” 3) Voor een beschrijving van: “…dit monumentale Hindoekunstgewrocht…” verwijst hij de lezer overigens naar de boekhandel. In een volgend bulletin 4) wordt aangekondigd dat een fotocollectie van de Boroboedoer en oud-Javaans koperwerk zal worden geëxposeerd spoedig nadat Van Harpen met ‘SS Rembrandt’ is teruggekeerd.
Helaas is er geen dagboek of reisverhaal van Van Harpen’s maandenlange verblijf (augustus tot en met november 1914) tijdens zijn deelname met de Larensche Kunsthandel aan de Koloniale Tentoonstelling. Wel verschijnt in het bulletin nog een lijst met een twintigtal te Semarang verkochte kunstwerken. Ik noem er enkele: E. van Beever Bij de pomp; Andre Broedelet Meisje met kersen; Salomon Garf Harmonicaspeler; Isaac Israëls, Ezeltje rijden; Tony Offermans, Op het erf; Louis van Soest, Dorp en Bruggetje.

A Carel Dake jr. (1886-1946) Javaans Landschap.

Aansluitend aan de Koloniale Tentoonstelling presenteert Van Harpen zijn collectie bij de Nederlandsch Indische Kunstkring Batavia, waar ook nog enkele werken worden verkocht. Uit een artikel in het Bataviaasch Nieuwsblad komen we meer te weten over de kunstopvatting van Van Harpen: “Toen de heer N. van Harpen, directeur van den kunsthandel, zijn voordracht begon over het “zien van schilderijen” was er tamelijk veel publiek aanwezig. Met ‘t publiek maakte de heer Van Harpen toen een rondegang door de zaal. Spreker wees er op, dat ‘t groote publiek veelal een schilderij foutief becritiseert. Zij toch vinden een doek goed of slecht, naar mate het overeenkomt met ‘t geen zij in de natuur zien. Dit nu is onjuist, immers, een artist ziet die zaken anders. Ware dat niet ‘t geval, dan behoefde hij niet te schilderen. Een artist moet toonen, dat hij in de natuur iets meer ziet, dan ‘t groote publiek. Een schilder heeft steeds een eigen kijk op een onderwerp.” 5)

Oudste Huis van Laren, Toon de Jong.

Tienjarig Jubileum
Na zijn terugkeer uit Java gaat Van Harpen in het nieuwe jaar 1915 aan de slag met de verplaatsing van de Larensche Kunsthandel van Villa Mauve naar de Nieuwe Villa Mauve aan de Brink in Laren. Ook heeft hij aandacht voor het 10-jarig jubileum. Het zullen drukke maanden zijn geweest. Op 1 mei is het officiële moment van de opening van de jubileumtentoonstelling die niet in Laren, doch in de Amsterdamse vestiging plaatsvindt. De verse Amsterdamse burgemeester Tellegen 6), aanwezig met zijn vrouw, opent de tentoonstelling met een toespraak. Van Harpen memoreerde hoe het 10 jaar eerder was begonnen om het werk van jonge, onbekende kunstenaars in Laren te verkopen. Namens de schilders werd Van Harpen een wassen beeldje aangeboden, voorstellende een boerin in oud-Larense klederdracht, dat door beeldhouwer Tjipke Visser (1876-1956) in hout zal worden gesneden. Op de retrospectieve tentoonstelling is het werk van 56 voor belangrijk deel Larense kunstenaars te zien. In het artikel in de Maasbode 7), waarop ik mijn tekst grotendeels baseer, worden de volgende namen van kunstenaars genoemd: E. van Beever, P.J.C. Gabriël, Tony Offermans, Gerrit van Houten. Ook is hier nog een herinnering aan Albert Neuhuys in een groot interieur. Dan verder een schaar van levende artiesten, wier namen thans een goeden klank hebben, en tot wier bekendheid de Larensche Kunsthandel voor een deel, soms voor een zeer groot deel, heeft bijgedragen. Wij ontmoetten er Arntzenius en Bastert, Ans en Willem van den Berg, Gerard de Boer, Co Breman, Briët, het echtpaar Broedelet, Frans Deutman, Pol Dom, Dooyewaard, Garf, Graafland, Louis Hartz, Kever, Kuypers, Frans Langeveld, Meeles, Monnickendam, Munninghoff, Nifterik, Betsy Osieck, Suze Robertson, Savry, Schulman, Hobbe Smith, Van Soest, Coba Surie, Tholen, Van der Tonge, Mej. Wandscheer, Wiggers, Toon de Jong, Moerkerk, Poortenaar, Tjipke Visser en nog veel anderen”. Deze namen geven een goede indruk van de inspanningen van Van Harpen om kunstenaars te promoten bij het koopkrachtige publiek.
Ter ere van het jubileum brengt Van Harpen in de traditie van de premie-etsen voor de leden van de Larensche Kunsthandel een mooie prent uit van Toon de Jong (1897-1978): “Oud huisje te Laren”. 8)

Straat in Laren, 40,5×51 cm, Frans Langeveld; in mei 2016 verkocht bij Christie’s in Amsterdam voor € 6.875.

Op 15 mei is de opening van de Nieuwe Villa Mauve. De concurrentie van de exposities met muziek en dans in Hotel Hamdorff dwongen Van Harpen tot maatregelen. Het publiek stopt bij Hamdorff en liep niet langer door naar Villa Mauve aan de Molenweg buiten de bebouwde kom. Van Harpen wijst ook nog op gebrek aan medewerking van de gemeente Laren die nalaat om de slechte, vaak modderige, weg naar de villa te verharden. 9) De voormalige zaak van antiquair Van Deth wordt gekocht, het mooie huis met de trapgevel gelegen nabij het station en tegenover de schilderachtige Brink. 10) Het is de huidige locatie van speelgoedzaak Bart Smit. Een betere plek voor de Larensche Kunsthandel in Laren is niet denkbaar. In de openingstentoonstelling wordt werk getoond van de Larensche kunstenaar Frans Langeveld (1877-1939).

10-jarig jubileum van de Larensche Kunsthandel.
De kunstzaal in de nieuwe Villa Mauve tijdens de Langeveld-tentoonstelling.
Poster Tentoonstelling Jan Sluijters

Jan Sluijters tentoonstelling 1916
Jan Sluijters (1881-1957) exposeert in februari 1916 in de Amsterdamse afdeling van de Larensche kunsthandel. Hij levert daar zelf de poster voor aan om reclame te maken. Een van zijn schilderijen die daar ongetwijfeld te bewonderen was, heet ‘Land van Mauve’. Dat kan geen toeval zijn en is zeker door Sluijters bedoeld als eerbetoon aan Mauve en misschien wel als grappige verwijzing naar de titel van Van Harpen’s bulletin. De tentoonstelling trekt zoveel publiek dat in april 1919 wederom een grote Sluijterstentoonstelling wordt georganiseerd. 11)

Jan Sluijters ‘Land van Mauve’, Doek Olieverf, 51 x 72 cm, gesigneerd Jan Sluijters (1881-1957), 1911, Titel: Het land van Mauve, Landschap bij Laren, Fietsers in een landschap bij Laren. Bron RKD.
Op de website van het RKD kunt u inzoomen op de afbeelding en ontdekt u 2 tekstborden in het schilderij. Wie goed kijkt, geniet meer. Het bord aan de elektriciteitspaal is de richtingwijzer naar Villa Mauve, het andere biedt bouwgrond aan namens Jan Hamdorff. Een interessante verrassing! Een leuke grap van Sluijters.

Grote Bosboomtentoonstelling 1917
Op 10 januari 1917 meldt de Telegraaf dat Burgemeester Tellegen het voorzitterschap heeft geaccepteerd van het ere-comité voor de Bosboomtentoonstelling in de Larensche Kunsthandel. 12) Naast Tellegen maken Jan Sluijters, Thérèse van Duyl-Schwartze en N. van der Waay deel uit van het comité. 13) N. van der Waay is hoogleraar aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten. 14)

‘Twee kinderen in een herfsttuin’ van André Broedelet, 1909.

Een grootse opening met een uitgelezen gezelschap, waaronder vertegenwoordigers van diverse kunstenaarsverenigingen, een afvaardiging namens de Koningin, nazaten van Bosboom en vele kunstenaars die de tentoonstelling ter ere van de 100e geboortedag van Johannes Bosboom (1817-1891), de grootmeester van de Haagse school, kwamen bijwonen.
“Mevr. Thérèse van Duyl-Schwartze legde hierna, namens het eere-comité een krans neer voor het borstbeeld van den grooten kunstenaar.” 15) Bosboom werd vooral geroemd om zijn kerkinterieurs. Er ontstaat een controverse als in Den Haag een ‘officiële’ Bosboomtentoonstelling wordt geopend op 21 april. 16) Van Harpen is ontzet, verbolgen zelfs, dat de Haagse Bosboomtentoonstelling wordt betiteld als de officiële Bosboomtentoonstelling.

‘Primula’s in glazen vaas’ van Hetty Broedelet, olieverf op paneel 28,3 x 27,7 cm., gesigneerd r.o.

Transformatie
In haar proefschrift schrijft Truus Gubbels: “Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog bracht een gevoelige slag toe aan een aantal van deze kunsthandelaren. De Larensche Kunsthandel staakte in 1917 zijn activiteiten.” 17) Hier is het voorbeeld van de Larensche Kunsthandel echter niet op zijn plaats. Weliswaar ondervindt Van Harpen problemen door WO I waardoor o.a. de handel met Amerika opdroogt en concurrentie toeneemt, maar eerder dan het volledig staken van zijn kunsthandel is hier iets anders aan de hand. Ik spreek liever van een metamorfose, waarbij de bestaande kunsthandel wordt omgezet in een nieuw en breder concept, waarbij de schilderkunst opgaat in een ruim amalgaam van scheppende en performatieve kunsten. In 1917, dit jaar honderd jaar geleden, vertrekt Nico van Harpen naar Amsterdam. Hij verlaat zijn Larense huis en vestigt zich metterwoon per 1 november 1917 18) in Amsterdam. Niet zijn kunsthandel als zodanig houdt op te bestaan, maar de Larense afdeling wordt opgeheven. 19) De Larense voorraad zal tegen zeer lage prijzen in Amsterdam worden verkocht. Daarbij zijn werken van André en Hetty Broedelet. Ik herinner me nog de volgende grappige geschiedenis. Van Harpen bood schilderijen van dit echtpaar ook ter verkoop in Amerika aan. Niet dat de Amerikaanse handelaar daarom had verzocht, maar omdat Van Harpen Amerikaanse kopers hoopte te vinden, zond hij de werken in consignatie 20) toe. Kunsthandel Moulton en Ricketts in Chicago is er niet blij mee en heeft het niet helemaal begrepen. De kist met schilderijen blijft tot ongenoegen van transporteur Arnaud & Co maanden in de haven staan. Na enig heen en weer corresponderen wordt de kwestie gelukkig opgelost. 21)
André (1872-1936) en Hetty (1877-1966) Broedelet-Henkes trouwden in 1901. In 1910 exposeren zij samen met Tjipke Visser In de Larensche Kunsthandel te Amsterdam. Zij schildert voornamelijk bloemstillevens, hij portretten.
Nu Van Harpen de Larense vestiging van de Larensche Kunsthandel heeft gesloten en zelf in Amsterdam woont, past de naam niet langer. De vennootschap wordt in 1918 omgevormd tot Maatschappij voor Beeldende Kunsten. Een aanpassing die leidt tot een andere werkwijze en de uitverkoop van de voorraad van de Larensche Kunsthandel. 22)

Het schilderij dat William Singer in 1917 in Noorwegen maakte was te zien in de recente tentoonstelling ‘Schoonheid te koop’ over de Amsterdamse kunsthandel Frans Buffa & Zonen in Singer Laren. ‘Herfst in Noorwegen’, 1917, olieverf op doek, collectie Singer Laren.

Dadendrang
Na de metmorfose blijft Van Harpen een actief organisator. Al in de zomer van 1917 – na de sluiting van de Larense vestiging, waar voorheen de zomertentoonstellingen plaatsvonden – verplaatst hij zijn zomertentoonstelling naar Zeist. Nabij het station heeft hij een onbewoonde villa gehuurd. Naast schilderijen en etsen van Hollandse meesters wordt aardewerk van Klaas Vet getoond en werk van Jan Mankes. De ervaring heeft hem geleerd dat het bezoek in Amsterdam tijdens de warme zomermaanden sterk terugloopt. Zijn publiek vertoeft dan in de buitengebieden van Amsterdam. “…in de stad is de warmte een grote vijandin van de kunst…”, schrijft van Harpen. 23) In 1918 publiceert hij de statuten van de vennootschap Maatschappij voor Beeldende Kunsten. Tevens legt hij uit dat het speelveld breed zal zijn. Naast bouw-, schilder- en beeldhouwkunst en kunstnijverheid zal de Maatschappij (lees de altijd ijverige en actieve Van Harpen) aandacht besteden aan grafische kunst, letterkunde, muziek en toneel. Gewoontegetrouw kan Van Harpen de netwerker ‘pur sang’ weer een beroep doen op een scala aan adviseurs voor de diverse kunsten en hoogwaardigheidsbekleders voor de bestuursfuncties. Van Harpen zelf blijft directeur van de vennootschap. Net als voorheen bij de Larensche Kunsthandel is hij gebaat bij een zo groot mogelijk ledental. 24) Het jaarboekje voor de Beeldende Kunsten, dat Van Harpen samenstelde en sedert 1913 niet meer was geproduceerd wegens papierschaarste in de oorlogsjaren, zal in 1920 weer verschijnen. 25) Het organiseren van tentoonstellingen gaat ook door. Niet alleen schilderijen, ook het moderne geïllustreerde Nederlandsche boek en de edelsmeedkunst. 26) In september 1919 zijn de Noorse landschappen van William Singer (1868-1943) te zien in het pand aan de Herengracht in Amsterdam. Kunstcriticus Henri van Booven schrijft lovende woorden over deze Amerikaan, die jaren in Laren woonde en werkte. “Het is wel een van de meest eigenaardige personen die men zich kan voorstellen, een vrije onafhankelijke geest, die voor zijn ontwikkeling geen enkele academie noodig achtte, die om zo te zeggen, zijn eigen academie in zijn innerlijk wist te stichten.” 27)

Archief van de Larensche Kunsthandel; bron: Stadsarchief Amsterdam.

Nieuwe ideeën
Zoals altijd blijven bij Van Harpen de ideeën opborrelen. Zo lanceert hij in oktober 1919 het plan voor een jaarlijks te houden “Jaarbeurs voor de kunstnijverheid” in het Stedelijk Museum in Amsterdam. 28) Het plan slaagt, maar is geen onverdeeld succes. De beurs in december 1919 wordt druk bezocht, zoals niet ongebruikelijk bij Van Harpen’s evenementen ook door Koningin Wilhelmina en Koningin-moeder Emma. Echter de verkoop valt tegen, zodat het financiële eindresultaat een verlies is. 29) De Nederlandsche Vereeniging voor Ambachts- en Nijverheidskunst maakt Van Harpen een aantal verwijten en “zag in deze Jaarbeurs een schade voor de kunstvakken, een misleiding van het publiek, en achtte derhalve een herhaling ongewenscht.” 30) De kritiek ten spijt is Van Harpen al weer druk in de weer met het volgende plan. Een driezomermaandse Nationale Tentoonstelling van Beeldende Kunsten in Scheveningen. De Koningin-moeder is weer van de partij, maar algemeen valt het bezoek tegen. 31) De 2e jaarbeurs – kleiner van omvang – voor de kunstnijverheid zal niet in het Stedelijk maar in het eigen pand aan de Herengracht worden gehouden.
Er zijn muziek- en voordrachtsavonden georganiseerd voor de leden. Maar al met al, kan Van Harpen in januari 1921 niet anders concluderen dan dat: “Het jaar 1920 is voor de kunst in het algemeen en voor onze Maatschappij in het bijzonder, wel een der slechtste jaren geweest die wij hebben meegemaakt.” 32) Onvoldoende leden, onvoldoende bezoek, meer kosten dan opbrengsten. Met een laatste tentoonstelling van Suze Robertson eindigt de Maatschappij voor Beeldende Kunsten haar bestaan en gaat per 1 januari 1922 over tot liquidatie van haar bezittingen. 33) Van Harpen keert in juli 1921 terug naar Laren 34) en woont dan op de Engweg 10 in “Nieuwe Villa Mauve”, nu Engweg 16. 35)

De Nieuwe (nieuwste) Villa Mauve.

De Mauve-villa’s
Van Harpen komt per 1 mei 1904 van Amsterdam naar Laren en betrekt een huis aan de Torenlaan (nabij de remise 36)). Rond 1925 was dat Torenlaan 12. In de loop van 1906 verhuist hij naar de Molenweg 420 b, nu Neuhuysweg 6, waar hij in mei 1905 de Larensche Kunsthandel opent. Van de huidige bewoners van ‘Villa Mauve’ mocht ik de ontwerptekening uit 1903 zien. Direct valt het grote atelier op dat is aangebouwd aan het woonhuis.
Het ontwerp is van Van Caspel (1870-1928), hij ontwierp affiches en was architect. “In 1903 vestigde Van Caspel zich in Laren en diende daar een aanvraag in voor het bouwen van een door hemzelf ontworpen landhuis. Uiteindelijk resulteerde deze activiteit in het ontwerpen en laten bouwen van dertig landhuizen en villa’s in het Gooi.” 37) Waarschijnlijk heeft Van Caspel hier zelf enige tijd gewoond en gewerkt. In een bijzondere brief 38) die ik ontdekte in het archief van Kunsthandel Buffa schrijft Van Harpen aan directeur Slagmulder. Hij wil zijn plannen graag met Slagmulder bespreken: “Ik begin mei as. in het huis van Van Caspel, waarin een pracht atelierzaal is, een Larensche Kunsthandel die uitsluitend van kunst die hier … (ontstaan) en gegroeid is.” Ik weet niet of het tot een afspraak is gekomen, maar ben nieuwsgierig of de kwelgeest 39) van Van Harpen en latere directeur van Kunsthandel Buffa, Joop Siedenburg, hier ooit van heeft geweten.
Eind december 1914 verlaat Van Harpen Villa Mauve en verhuist naar ‘Huize de Veldmuis’ 40), Engweg 13 (nu vermoedelijk Engweg 15). De Larensche Kunsthandel wordt nu gevestigd nabij de Brink, ook Villa Mauve gedoopt en blijft daar slechts twee jaar. Het huidige adres is Klaaskampen 2.
In 1916 heeft Van Harpen hier enige tijd gewoond, waarna hij terug verkast naar Huize de Veldmuis op de Engweg, totdat hij in 1917 naar Amsterdam verhuisde. Als Van Harpen na vier jaar in juli 1921 terugkeert naar Laren, creëert hij de ‘Nieuwe Villa Mauve’ op de Engweg 10, nu Engweg 16.

Van Harpen onthult de gedenksteen (bron: zie noot 41).

Gedenktekens
Van Harpen initieert regelmatig acties voor gedenktekens ter nagedachtenis aan buitengewone daden, steunbetuigingen, gebeurtenissen en jubilea van bijzondere mensen. Het monument dat hij in 1928 heeft verzonnen ter herinnering aan zijn eigen bestaan is het rusthuis voor journalisten (zie: afbeelding Nieuwe Villa Mauve). Bep de Boer schreef in Kwartaalbericht 88 een artikel over de ‘Nieuwe Villa Mauve’: Een rusthuis voor journalisten. Van Van Harpen’s mooie initiatief om zijn huis na zijn dood als rusthuis voor overspannen en bejaarde journalisten ter beschikking te stellen, is waarschijnlijk niets terechtgekomen omdat er geen geld was voor staf- en verzorgingskosten.
Op zeventigjarige leeftijd raakt hij via een kennis betrokken bij het redden van de ‘wereldberoemde’ molen in zijn geboorteplaats Wijk bij Duurstede. De molen genaamd ‘Rijn en Lek’ dreigt te verdwijnen omdat windkracht meer en meer wordt vervangen door motoraandrijving. Via zijn netwerk slaagt Van Harpen er in een ruim bezet en notabel ‘comité tot instandhouding van den molen van Ruisdael te Wijk bij Duurstede’ samen te stellen. Eigenaardig is dat het niet gaat om de molen van Ruisdael, zoals afgebeeld op het schilderij: ‘De molen bij Wijk bij Duurstede’. Interessant voor ons is dat de Larense schilders Co Breman (1865-1938) namens de Haagse Kunstkring en David Schulman (1881-1966) voor de Vereniging van Beeldende Kunstenaars Laren-Blaricum behoren tot de bestuursleden. De eerste vergadering was op 24 maart 1928. Na het overwinnen van diverse moeilijkheden bij het verwerven van de molen wordt deze op 20 augustus 1930 symbolisch overgedragen aan de Vereniging De Hollandsche Molen. 41)

Aan het eind van december 1930 wordt Van Harpen ernstig ziek. Hij wordt overgebracht naar Amsterdam. Aanvankelijk is hij te zwak om te worden geopereerd. 42) Toch vindt de operatie alsnog plaats. 43) Tevergeefs. In de nacht van 26 januari 1931 overlijdt Nico van Harpen in het Maria Paviljoen in Amsterdam. 44)

Bibliografie van Van Harpen
Het verhaal over Van Harpen wil ik afsluiten met een niet volledig overzicht van zijn boeken en enkele overige publicaties.
In de periode 1888 -1898 brengt uitgeverij L.J. Veen drie boeken uit die voor een belangrijk deel zijn legertijd beslaan:
“Een eerste schrede” 1888; Met een voorwoord van Fiore Della Neve (pseudoniem van Mr. M.G.L. van Loghem) Geïllustreerd door Joh. Braakensiek.
“Losse en scherpe patronen” 1889; Met 25 Penteekeningen van J.Hoynck van Papendrecht.
“Toevalstreffers” 1898 Opgedragen: Aan mijn vriend C.J.F. Stakman, 1e luitenant der infanterie O.-I. Leger; met 24 penteekeningen van H.M. Krabbé.

Generaal van der Heijden Album 1896
Als oud-militair toont Van Harpen omstreeks 1890 zijn betrokkenheid bij een twist tussen twee officieren (Kellermann en Sol) over een Willems-orde die niet aan Kellermann werd toegekend betreffende de Samalangan-expeditie. Het incident leidt tot een ontmoeting met Generaal Karel van der Heijden, die zijn standpunt toelicht aan Van Harpen. Deze neemt het voor de generaal op in zijn artikelen in de Amsterdamsche Courant. Van Harpen onderhoudt contact met “De held van Samalangan” die echter door de socialisten in de Kamer “Grootmoordenaar” wordt genoemd. 45) Zeer benieuwd naar de inhoud van het jubileumalbum dat Van Harpen in 1896 voor de 70e verjaardag van de oud-generaal heeft aangeboden, reisde ik naar het Nationaal Militair Museum (NMM) in Soest. Ik heb het daar in de studiezaal met witte handschoentjes aan mogen inzien. Het album opent met een door Jan Veth getekend portret van Generaal van der Heijden, gevolgd door een aantal geschreven steunbetuigingen. Van de vele citeer ik er slechts een. Het is de bijdrage van 82-jarige Nicolaas Beets (1814-1903).

“Krijgsmanseer zal nimmer sterven
Heldenaard
Ridderzwaard
Nooit zijn eerkrans derven”
Het album en het gedenkboek van de koloniale tentoonstelling te Semarang hebben mijn interesse gewekt. Ik zou meer willen weten over deze periode in de Nederlandse geschiedenis.
In 1904 verschijnt: “Amsterdamsche Poortjes”; 15 oorspronkelijke etsen door Prof. Carel L. Dake, Met bijschriften van N. van Harpen, Uitgave Frans Buffa & Zonen, Amsterdam, den Haag, 1904
Van Harpen heeft in zijn artikelen voor diverse tijdschriften een aantal geschreven portretten van schilders nagelaten. Zijn boek over Willem Witsen is het enige boek over een schildersleven dat ik heb gevonden: “Willem Witsen 1860-1923”, N. van Harpen. In het voorwoord legt Van Harpen uit dat hij dit boek heeft geschreven op verzoek van de uitgever, naar aanleiding van zijn pogingen een herinneringsteken op te richten voor de kort na elkaar overleden schilders Breitner en Witsen. Over Breitner was al een boek gemaakt door de firma Van Wisselingh, Drukkerij en Uitgeverij J.H. de Bussy Amsterdam 1924.
Zijn meest bekende boek is ongetwijfeld “Menschen die ik gekend heb. Door N. van Harpen, voor het rusthuis voor journalisten, N.V. W.l. & J. Brusse’s Uitgeversmij. Rotterdam, 1928”. Van Harpen beschrijft zijn indrukken en omgang met zestien mensen (vier vrouwen en 12 mannen), die op een bankier en een militair na, levenslang de kunst en cultuursector hebben gediend. Dat laatste geldt zeker ook voor zijn zuster “Tante Dien”, die als laatste in het boek wordt geëerd.

‘Winter in Eerbeek’ van Jan Mankes, privé collectie Nico van Harpen, Laren (Noord-Holland). Bron: tent. cat. Utrecht 1923, Te zien geweest op Eere-tentoonstelling Jan Mankes Utrechtse Kunsthandel, Utrecht, 1923-02-24-1923-03-24, nr. 18.

Tot slot
Mijn onderzoek naar Van Harpen en zijn Larensche Kunsthandel is een boeiende en verrassende tocht geweest langs diverse (digitale) archieven, speuren in stapels boeken, tijdschriften en kranten. Niet alle vragen zijn beantwoord. Het hele verhaal is bij lange na niet verteld, het actieve leven van Nico van Harpen is niet te vangen in vier afleveringen met duizenden woorden en een aantal illustraties. Misschien schrijf ik in de toekomst nog eens wat over Van Harpen, want ik heb genoten van zijn persoon en zijn geschiedenis.
Het eind van mijn onderzoek brengt me naar het begin van een nieuw onderzoek. Het moment waarop Van Harpen op het idee komt om in Laren een kunsthandel te beginnen. In 1915 schrijft hij daarover in zijn Bulletin Land van Mauve: “In de zomer van 1903 vertoefde ik een 14 dagen te Blaricum. Op een van de vele regenachtige dagen waaraan de zomer van dat jaar zich kenmerkte, troonden mij eenige schilders mee naar Hilversum om een tentoonstelling van de Schildersclub de X aldaar gehouden, te helpen afbreken.” Daar zag hij een schilderijtje van Van Beever en “…dat schilderij is de eigenlijke aanleiding geworden voor het denkbeeld mij met kunsthandel in te laten”. 47) Van Beever is een van de leden van De Club van Tien. Er waren meer leden, veel meer dan tien. Over deze eerste schildersvereniging van Laren vertel ik u graag meer in mijn volgende artikelen.

Bronnen: Kranten en tijdschriften zijn door middel van Delpher geraadpleegd. www.delpher.nl. De bulletins Land van Mauve en Maatschappij voor de Beeldende Kunsten heb ik voor dit artikel geraadpleegd bij het Rijksinstituut voor Kunsthistorische Documentatie in Den Haag.

Met hartelijke dank aan Yvonne Majoor, die vasthoudend uitzocht waar Van Harpen in Laren heeft gewerkt en gewoond. Ook mijn hartelijke dank aan Loes van Gorkom, die toestemming gaf een afbeelding van haar Nico van Harpen kunstwerk bij de artikelen af te drukken.

  1. Bulletin Land van Mauve,9e jaargang no. 3, 1 oktober 1914
  2. RKD www.rkd.nl/nl/home/artists/19708
  3. idem
  4. Bulletin Land van Mauve, 9e jaargang no. 7, 1 februari 1915
  5. Bataviaasch Nieuwsblad 17-12-1914
  6. Jan Willem Tellegen (1859-1921) was burgemeester van Amsterdam van 1915 tot in 1921. Wikipedia
  7. “Een jubileerende kunsthandel”, De Maasbode, 3 mei 1915
  8. De Telegraaf, 11 mei 1915
  9. Bulletin Land van Mauve, 11e jaargang no 9, 1 mei 1917, blz. 3.
  10. De Maasbode, 18 mei 1915
  11. Bulletin van de Maatschappij voor de Beeldende Kunsten, 13e jaargang no. 5, 1 april 1919
  12. De Telegraaf, 10 januari 1917
  13. Algemeen Handelsblad, 12 februari 1917
  14. Haagsche courant, 20 februari 1917
  15. Haagsche courant, 20 februari 1917
  16. De Telegraaf 17 april 1917
  17. Passie of professie, galeries en kunsthandels in Nederland, 1999, Blz. 21; overigens verwijst T. Gubbels voor dit gegeven naar: Lien Heyting, Wereld in een dorp, 1994, Blz. 115
  18. Bulletin Land van Mauve, 12e jaargang no. 1, 1 november 1917
  19. Bulletin Land van Mauve, 11e jaargang no 9, 1 mei 1917
  20. Men spreekt over consignatie wanneer een leverancier-distributeur een overeenkomst aangaat met een kleinhandelaar waarin hij goederen levert die pas moeten worden betaald wanneer de handelaar deze ook daadwerkelijk verkoopt. www.encyclo.nl/begrip/consignatie
  21. Stadsarchief Amsterdam, Larensche Kunsthandel, Moulton & Ricketts, correspondentie 1912
  22. Bulletin van de Maatschappij voor de Beeldende Kunsten, 12e jaargang no. 3, 1 januari 1918
  23. Bulletin Land van Mauve, 11e jaargang no 11, 1 juli 1917
  24. Bulletin van De Maatschappij voor Beeldende Kunsten, 12e jaargang no. 3 en 4, 1 januari en 1 februari 1918
  25. Bulletin van De Maatschappij voor Beeldende Kunsten, 13e jaargang no. 4, 1 maart 1919
  26. Bulletin van De Maatschappij voor Beeldende Kunsten, 13e jaargang no. 5, 1 april 1919
  27. Bulletin van De Maatschappij voor Beeldende Kunsten, 13e jaargang no. 8, 1 september 1919
  28. Bulletin van De Maatschappij voor Beeldende Kunsten, 13e jaargang no. 9, 1 oktober 1919
  29. Bulletin van De Maatschappij voor Beeldende Kunsten, 13e jaargang no. 11, 1 december 1920
  30. De Telegraaf 20 februari 1920
  31. Bulletin van De Maatschappij voor Beeldende Kunsten, 14e jaargang no. 6, 1 juli 1920
  32. Bulletin van De Maatschappij voor Beeldende Kunsten, 14e jaargang no. 12, 1 januari 1921
  33. Het Vaderland, 29 oktober 1921
  34. Stadsarchief Amsterdam
  35. Historische Kring Laren, Yvonne Majoor, oktober 2016
  36. De Gooi en Eemlander, 8 juni 1904
  37. Wikipedia www.nl.wikipedia.org/wiki/Johann_Georg_van_Caspel
  38. RKD, Archief Buffa, Brief van Van Harpen aan Slagmulder d.d. 21 maart 1905
  39. Zie hiervoor het 3e deel over Van Haren en de Larensche Kunsthandel in Kwartaalbericht 138
  40. Huize De Veldmuis is ook bekend als woonhuis van de schrijfster Carry van Bruggen (1881-1932)
  41. www.dodenakkers.nl/beroemd/letteren/83-bruggen.html De Molen Rijn en Lek te wijk bij Duurstede; Wereldberoemd dankzij een misvatting, Fred Gaasbeek, Uitgeverij Verloren, Hilversum, 2010 Hoofdstuk 5 “Malen om de Molen”
  42. De Gooi en Eemlander, 13 januari 1931
  43. De Gooi en Eemlander, 27 januari 1931
  44. De Telegraaf, 28 januari 1931
  45. Menschen die ik gekend heb, N. van Harpen, Brusse’s Uitgeversmaatschappij, Rotterdam 1928, Blz. 74
  46. Generaal van der Heijdenalbum, 1826-1896; Samenstelling N. van Harpen, Uitgave Amsterdamsche Courant 1896
  47. Bulletin Land van Mauve, 9e jaargang no. 9, 1 april 1915