Burgemeester van Nispenstraat 29, 1251 KE Laren

Mijn oma: Johanna Maria Majoor-van Dijk

Mijn oma: Johanna Maria Majoor-van Dijk

“Van wie ben jij er een?,” werd mij als kleine jongen wel eens gevraagd. De achternaam: Majoor had een nadere verduidelijking nodig. “Van Jan en Mies en Jaap en Jo”, was dan mijn aangeleerde antwoord. De echte Laarder gaf dan als antwoord: “Oh, van de Rozestek”. En daarmee was dan duidelijk van welke ‘Majoor’ ik er eentje was. Jan en Mies waren mijn ouders en Jaap en Jo mijn opa en oma van vaders kant. Mijn opa Majoor heb ik niet gekend. Hij overleed in 1948. Ik ben geboren in 1949. Mijn oma Majoor heb ik wel meegemaakt. Zij overleed in 1961. Met haar als centrale figuur hier een stukje familiegeschiedenis, dat sterk verweven is met Laren. 

Dit artikel is afkomstig uit Kwartaalbericht 151 [2020-1]. Leden van de Historische Kring Laren ontvangen dit kleurrijke boekje 4 keer per jaar. U kunt hier lid worden. Losse nummers zijn à € 4 per stuk in de Lindenhoeve te koop, zolang de voorraad strekt.

Wim Majoor

Herinneringen aan een lieve en bijzondere oma

Mijn oma toen ze ongeveer 30 jaar oud was.

Haar meisjesnaam. Zij werd in 1885 geboren als jongste dochter in het gezin van Lambertus Bartholomeus van Dijk (1846-1904) en Johanna van den Brink (1844-1919). Deze Lammert van Dijk is rond 1874 begonnen met een timmerbedrijf en houthandel aan de Zijtak. Oma had drie broers en twee zussen. Het gezin woonde op Sint Janstraat 29. De oudste was Pieter van Dijk (1875-1948) die trouwde Gijsberta Maria van Stoutenburg (1877-1960), voor mij tante Gieb. Zij zijn de ouders van onder anderen Bart van Dijk die de meesten zullen kennen als directeur van Houtwerf Van Dijk en van Wim van Dijk die de Houtwarenfabriek aan de St. Janstraat begon. 

Haar andere broer was Cornelis (Kees) van Dijk (1877-1940). Hij is priester geworden. Dus een Heeroom in de familie. Hij is in 1927 geïnstalleerd als pastoor in Raalte. Tot op de dag van vandaag wordt er rond Kersttijd de z.g. ‘Raaltense Koek’ rondgedeeld en gegeten in de familie.

Haar derde broer was Johannes (Jan) Gerardus van Dijk (1878-1947) die trouwde met Clasiena Gijsberta Vos (1884-1978) uit Blaricum, voor mij tante Clazien. Hij woonde met zijn grote gezin aan de Zijtak. Hij was de oprichter van de Kwekerij Gooi en Eemlust aan de Gooiergracht in Eemnes. 

Haar oudste zusje was Engelina Maria van Dijk (1881-1955) zij trouwde met manufacturier Jan Vos. Haar zusje Gerarda (Gerre) Maria van Dijk (1883-1950) was ongehuwd gebleven. 

Schoolwerk ‘Nuttige handwerken’ door Jo van Dijk, 1899.

Haar jonge jaren
Opgroeien in het Laren van het eind van de 19e eeuw. Zoals mijn nicht Paula van Dijk in haar mooie boek over de Houthandelaren Van Dijk beschrijft, is er lang een beeld geschetst van een arme boerenbevolking die van het land leefde. Een dorp van Erfgooiers. Dat beeld werd nog verder geromantiseerd door de vele schilders die in Laren inspiratie vonden en vaak de oorspronkelijke bevolking als model gebruikten. Maar aan het eind van de 19e eeuw was er in Laren veel meer bedrijvigheid. Er werden villa’s gebouwd en vele mensen “van buiten” kwamen er wonen.
De Gooische stoomtram reed vanaf 1882 door het dorp.

De familie Van Dijk stond midden in die opbloei van ondernemerschap en bedrijvigheid. Mijn oma heeft op de RK Lagere School van de nonnen aan de Brink gezeten. Daar werden alleen maar meisjes toegelaten. In de ‘bewaarspullen’ van mijn ouders zit nog een borduurwerk van oma dat zij maakte in 1899.

Opgroeien aan het kleine Brinkje van de Sint Janstraat. Nog geen verharde straten. Tegenover de boerderij van Calis. Zondag en vast ook wel een paar keer door de week naar het kleine waterstaatskerkje op de grote Brink. 

Sint Janstraat 30-32 was in oma’s jonge jaren een kunstenaarspension van weduwe Kam. Dat huis was gebouwd door haar vader. Dat pension heeft bestaan tot 1916. Ze wist toen nog niet dat ze daar later zelf zou gaan wonen. Ze groeide op in een gezin waar hard gewerkt werd. Ondernemende vader en broers. Ook maatschappelijk betrokken. De Van Dijken bemoeiden zich met het RK Kerkbestuur, oprichting van de Boerenleenbank, zaten in de gemeenteraad, plaatselijke verenigingen en waren natuurlijk betrokken bij de St. Jansprocessie. 

Huwelijk met Jacobus Majoor
Op 23-jarige leeftijd, in 1909, trouwt ze in Laren met de Bussumer Jacobus Gijsbertus Josephus Majoor. Hij is geboren in 1878 en dus 29 jaar oud. Hij was de oudste zoon van hoteleigenaar Cornelis Majoor (1844-1913). Hotel “de Rozenboom” was sinds 1833 in handen van de familie Majoor. Mijn opa was de derde generatie die daar de scepter zwaaide. De Majoors bemoeiden zich niet alleen met het hotel, maar waren ook actief in de gemeentepolitiek. Ondernemende dorpsbewoners. Die sfeer kende mijn oma goed vanuit haar eigen achtergrond. 

Hotel de Rozenboom, Bussum.
mijn opa en oma met personeel van Hotel de Rozenboom, ±1915.

Zij werd zo op haar 23e leidinggevende in de Rozenboom. Dat was geen gemakkelijke functie. Aansturen van personeel, logistiek management. De Rozenboom speelde een rol in het maatschappelijk leven in Bussum. Vele verenigingen hadden daar hun bijeenkomsten, er was een kegelbaan. 

Oma vertelde het verhaal dat er een keer Amsterdamse studenten bleven slapen na een feest . De volgende dag bleek dat de gasten, waarschijnlijk na iets teveel alcohol, de koperen bollen op de beddepoten hadden gebruikt om sinaasappels op uit te persen. Het moet haar een gruwel zijn geweest. Opa moest uit hoofde van zijn functie vaak een borrel meedrinken met zijn gasten. Om dat binnen de perken te houden had hij een speciale jeneverfles gevuld met water onder de tap waar hij dan zijn borrel uit schonk. Iemand moest toch zijn hersens erbij houden. 

vlnr: Opa, Bart, Kees, Jan, Oma, ±1937/1938

Hun drie zonen werden in Bussum geboren. Kees in 1912, Bart in 1915 en Jan in 1917. In 1913 overleed de vader van opa en in 1919 werd de Rozenboom verkocht. Jaap en Jo en hun drie kinderen gaan wonen in huize Lommerzicht op St Janstraat 32 in Laren. Het pension van weduwe Kam was in 1916 gestopt. Zo kwam oma weer terug op de plek die ze zo goed kende. Haar broer Pieter woonde met zijn gezin naast haar op De  Klerk, St. Janstraat 34. 

De Rozestek, ±1950
De Rozestek, ±1950

Haar broer Jan woonde met zijn gezin in het grote huis aan de Boekweitskorrel. Haar ouderlijk huis op St. Janstraat 29 was vlakbij. Haar zus Gerre woonde naast haar op nummer 30. Het was vertrouwd en goed. 

Al snel werd de naam Lommerzicht, vervangen door “de Rozestek” als verwijzing naar “de Rozenboom”, waar ze vandaan kwamen. In 1926-27 werd het huis ingrijpend verbouwd. De serre aan de zuidkant werd vervangen door een grote erker met overdekt terras. De geschulpte dakranden werden vervangen door moderne strakke lijsten en er kwamen luiken. De walnotenboom, nog geplant door haar vader, groeide voorspoedig. De oude serre werd opnieuw geplaatst tegen de schuur. Ze zal daar blijven wonen tot 1955. Opa gaat werken op de gemeentesecretarie en bouwt een assurantiekantoor op. Hun drie kinderen groeiden daar op, temidden van familie, neven en nichten en bekenden. 

St. Janstraat 32 heette tot 1926 ‘Lommerzicht’.

Opgroeiend gezin
De jaren twintig en dertig van de vorige eeuw waren ook de crisisjaren. Hun middelste zoon Bart kreeg kinderverlamming. Een aandoening die toen nog veel voorkwam en zeer ernstig was. Wat zal ze bezorgd zijn geweest en gebeden hebben voor genezing. Mijn neef Jan Geert, oudste zoon van Bart, vertelde dat Oma met zijn vader als kleine jongen elke dag met de kinderwagen het Laarderhoogt opliep om Bart in het sanatorium behandelingen te laten ondergaan. Het heeft geholpen. Bart is 87 geworden. Hij heeft door die ziekte de rest van zijn leven een scheef gezicht gehad. Zoon Kees gaat medicijnen studeren in Amsterdam en mijn vader Jan gaat in de handel en interesseert zich steeds meer in de kunsthandel. 

De familieband tussen de Van Dijken is goed. Alle reden, om bij bijzondere gelegenheden, samen met broers en zussen, echtgenoten en kinderen, feestelijk te dineren.

De oorlogsjaren waren ingrijpend. Ik heb er van mijn oma niet veel verhalen over gehoord. In de bewaarde brieven die opa en oma aan mijn ouders stuurden in de laatste oorlogsjaren, is terug te lezen hoeveel zorgen ze zich hebben gemaakt. Mijn net getrouwde ouders woonden toen in Utrecht. Op de Rozestek zijn Duitse militairen ingekwartierd geweest. Opa heeft nog een ingrijpende operatie ondergaan aan een gezwel in zijn gezicht. In begin 1945 schreven ze over de razzia’s die veelvuldig gehouden werden. Of mijn vader de zaag van oom Piet kon meenemen, want ze konden geen zaag meer krijgen. Natuurlijk ging het over eten, over voedselbonnen en hun zorgen over mijn moeder die in verwachting was. Mijn oma zal in die oorlogsjaren, met haar sterke persoonlijkheid en kordate optreden, zeker van grote invloed zijn geweest op haar gezin en omgeving.

Feestelijk diner familie Van Dijk. Alle broers en zussen Van Dijk, met hun partners en kinderen. Waarschijnlijk vanwege het Priesterjubileum van Cornelis van Dijk, jaren 30.

Na de oorlog
Haar drie zonen zijn getrouwd en er komen kleinkinderen. Haar broer Jan overlijdt in 1947. Haar broer Pieter in 1948 en ook haar man sterft in 1948. Dan woont ze alleen in het grote huis. Haar zus Gerre overlijdt in 1950. Door de naoorlogse woningnood wordt er mogelijk woonruimte gevorderd in de Rozestek. Om dat te voorkomen vraagt ze of zoon Jan met vrouw en inmiddels 4 kinderen op de Rozestek komen wonen. Zoon Bart woont met zijn gezin op nummer 30. Zo woonde ze in haar eigen huis, omringd door een jong gezin. Dat zal voor haar niet altijd makkelijk zijn geweest: de regie overlaten aan mijn vader en moeder. Ze had een eigen zitkamer beneden en een slaapkamer boven. Voor ons, als kinderen, was het natuurlijk bijzonder om Oma dagelijks mee te maken. Er ontstond een hechte band. 

Haar laatste jaren
In 1955, op zeventigjarige leeftijd, gaat ze wonen in het nieuwe Johanneshove, aan de Eemnesserweg. Daar voelde ze zich prima. Ze had een kamer boven met mooi uitzicht op de tuin. Elke week kwam ze op een vaste dag naar De Rozestek om mee te eten en ze wilde dan altijd iets “nuttigs” doen. Ik zie haar nog zitten met een mandje verstelwerk onder handbereik. Zo ging ze ook elke week een avond naar Graafland, waar haar zoon Bart met zijn gezin woonde. Oma was er altijd op verjaardagen en familiefeesten. In september 1961 schrijft ze in haar keurige handschrift een verjaardagskaart naar mij op het Juvenaat in Oudenbosch. Ze eindigt met: “tot ziens Wim en doe maar goed je best. Vele groeten, je Oma”.

Twee maanden later overleed ze in het Majella Ziekenhuis in Bussum, 76 jaar oud. Ze werd begraven bij haar man op het Sint Janskerkhof.

Er kwamen 18 kleinkinderen. Haar laatste kleinkind heeft ze niet meer gezien. Hanneke werd geboren op de dag dat Oma begraven werd.