Burgemeester van Nispenstraat 29, 1251 KE Laren

Van alle tijden!

Van alle tijden!

Het is april 2014. In de Lindenhoeve spreekt – in het kleine, nagebootste klaslokaaltje van de broederschool – Jan Majoor mij aan. Vlak daarvoor had hij gehoord dat ik iemand uitlegde, dat het de taak van onze Historische Kring is om de Larense geschiedenis in al zijn aspecten onder de aandacht te brengen. Jan Majoor krijgt mijn telefoonnummer en denkt er over na of hij een gesprek met mij wil hebben om zijn ervaring met de broeders en één broeder in het bijzonder te delen.

Dit artikel is afkomstig uit Kwartaalbericht 129 [2014-3]. Leden van de Historische Kring Laren ontvangen dit kleurrijke boekje 4 keer per jaar. U kunt hier lid worden. Losse nummers zijn à € 4 per stuk in de Lindenhoeve te koop, zolang de voorraad strekt.

Antoinetty van den Brink

Enkele dagen na onze ontmoeting belt Jan Majoor mij op en we maken een afspraak. Bij binnenkomst in zijn huiskamer, waar wij het gesprek zullen hebben, valt mijn oog direct op een vleugel. In al zijn eenvoud is dit het belangrijkste en meest in het oogspringende in de kamer. Duidelijk is dat Jan van muziek houdt! Hij vertelt dat zijn onderwijzer in de 2e klas – schooljaar 1957/1958 – al ‘Nachten op de kale berg’ van Moessorgski draaide op de mooie nieuwe grammofoon. De muziek viel bij leerling Jan zeer in de smaak, de toon was gezet. Anno 2014 is hij zanger bij de Nederlandse Opera en zangdocent. 

We gaan even terug in de tijd, naar de Tarcisiusschool: de elfjarige Jan Majoor in de zesde klas. Het is het schooljaar 1962/1963. De broeder die voor de klas staat is broeder Benildus (1931). Jan – van jongs af aan al erg muzikaal – is het lievelingetje van broeder Benildus: in het filmlokaal mag hij de projector klaar zetten en op de vrije woensdagmiddag is Jan bij broeder Benildus en mag de prachtige Grundig-bandrecorder bedienen. Privileges waarvoor – zo blijkt – een prijs wordt betaald. Een prijs die ook wel misbruik wordt genoemd… Misbruik van het gezag en de afhankelijkheidspositie leerkracht/leerling. Het fysieke misbruik duurt één schooljaar, maar – zo zal blijken – Jan heeft levenslang.

Vijftig jaar later zou Jan een melding doen bij de commissie Deetman.* Er werd naar Jans idee niet veel mee gedaan, behalve dat hij een verzoek kreeg een uitgebreid verslag te maken. In 2012 hoort Jan van de website KLOKK.** Hij leest daar verhalen van andere slachtoffers en voelt hoe belangrijk het ook voor hem zou zijn om zijn verhaal te kunnen delen. Hierna dient hij een aanklacht in. Op 24 januari 2013 is de hoorzitting in Utrecht. Hoe is het gebeurd? Waarom is het gebeurd? Zijn er gevolgen van het misbruik? Voor het eerst werd hij serieus en écht gehoord! Dit vijftig jaar oude verhaal te kunnen delen en gehoord te worden, is voor hem heel belangrijk, maar legt ook weggestopte emoties bloot.

Kort daarna ontvangt hij bericht van de commissie dat zijn aanklacht ‘gegrond is verklaard op authenticiteit en details’. Het is dan februari 2013. De overste van de congregatie, Van Dam, heeft dertig dagen om op het advies van de commissie te reageren. Van Dam stelt dat er geen maatregelen genomen kunnen worden tegen Benildus aangezien deze op 15 mei 1971 uit de congregatie is gegaan/gezet. Hij is daarna getrouwd en heeft twee kinderen gekregen. Een (vrouwelijk) slachtoffer van Benildus heeft hem telefonisch benaderd. Bij deze confrontatie ontkent hij echter alles. 

In de archieven van de congregatie komen we een rondschrijven tegen van 30 september 1937, van algemeen overste Tarcisius met regels voor de omgang van de broeders met hun leerlingen. Op de illustratie staan daarvan de volgende praktische punten:

  • Het schoolhouden van één leerling is altijd verboden; worden er meer gehouden dan zij de onderwijzer steeds aanwezig.
  • De onderwijzer mag nooit naast een leerling in de bank gaan zitten om hem te helpen.
  • Streng vermeden dient te worden het fixeren van een jongen; bedoeld wordt het met welgevallen aankijken van een jongen die door lichaamsbouw bekoorlijk is.
  • Nooit mag de onderwijzer den leerling die een beloning verdient over de wangen strijken of onder de kin.
  • De onderwijzer houde er geen aparte vriendjes op na voor het doen van boodschappen of lichte bezigheden voor of na den schooltijd.
  • De onderwijzer wake ervoor dat de leerlingen de handen niet in de broekzakken hebben. In de school vordere hij, dat de handen steeds boven de bank zijn.
  • Dragen wij meermalen de H. Communie op om van O.L. Heer de gunst te vragen, dat in onze Congregatie de reinheid in de opvoeding steeds in ere zij.

Dit schrijven van de algemeen overste geeft aan dat men zich – ook toen al – zeer bewust was van het gevaar van de ongewenste leerling/leerkracht-verhouding.

Een jaar nadat Jan Majoor zijn klacht gegrond is verklaard – het is dan januari 2014 – loopt Jan een oud klasgenoot tegen het lijf. Zonder enige aanleiding zegt deze tegen Jan: “Ik heb alles gezien!” Het blijkt dat dat wat zich in het filmlokaal tijdens lesuren afspeelde, gezien was door tenminste één andere leerling. Deze was (we hebben het dan over een elfjarige kind!) jaloers op de privileges van Jan. Ook vertelt deze dat hij niet begreep waarom Benildus zo aardig was tegen Jan, maar naar andere kinderen trapte… De vriend tekent een getuigenverklaring. Een half jaar later vertelt Jan zijn verhaal aan de Historische Kring.

‘Het is van alle tijden en alle plaatsen’, dat weten we inmiddels, zéker na de rapportage van Commissie Deetman. We zagen ook dat al in 1937 de algemeen overste het belangrijk vond een aantal regels op te stellen over de omgang van broeders ten opzichte van hun leerlingen. Toch zijn we nog steeds geschokt als we dit soort verhalen horen. Geschokt omdat we dachten dat het in onze omgeving niet voor zou komen. 

Geschokt, zéér geschokt waren ook medeleerlingen en onderwijzers. Zij stonden op dezelfde school en hebben nooit iets gemerkt! We mogen ons gelukkig prijzen dat héél veel andere leerlingen een fantastische schooltijd hebben gehad op de Tarcisius en/of Aloysius. Een schooltijd die zich kenmerkte door muziek, sport en spel, door gepassioneerde leerkrachten die als enig doel hadden hun lessen op zo een wijze te presenteren dat de jonge leerlingen plezier zouden krijgen in hetgeen ze moesten leren. Een schooltijd waar velen met plezier op terug kijken (de gelukkig zeer weinige uitzonderingen daar gelaten)!

* De Onderzoekscommissie die van medio 2010 tot december 2011 onafhankelijk onderzoek deed naar seksueel misbruik van minderjarigen in de Rooms-Katholieke Kerk van 1945 tot 2010.

** Stichting Koepel Landelijk Overleg Kerkelijk Kindermisbruik. 

Met veel dank aan Jan Majoor voor het vertrouwen dat zijn verhaal in goede handen was.