Een badkuip aan de Drift

Een badkuip aan de Drift

Wie was de Franse apotheker Emile Coué (1857-1926)? Die vraag zou ik hier niet gesteld hebben als ik niet het boek Een badkuip aan de Drift van Steven Weinberg, Michiel van Driel en Aaldrik Hermans zou hebben gelezen.
Coué is één van de figuren die aandacht krijgen in dit 204 pagina’s tellende boek dat verdeeld is over 14 hoofdstukken. De aantrekkelijkheid van het boek schuilt evenzeer in de goed en met veel enthousiasme geschreven teksten vol interessante informatie als in de vele illustraties en krantenknipsels. 

Dit artikel is afkomstig uit Kwartaalbericht 157 [2021-3]. Leden van de Historische Kring Laren ontvangen dit kleurrijke glossy magazine 4 keer per jaar. U kunt hier lid worden. Losse nummers zijn à € 4 per stuk in de Lindenhoeve te koop, zolang de voorraad strekt.

Wim Keizer

Sprankelend, met enthousiasme verteld boek

Coué beweerde dat een medicijn beter werkt wanneer de arts het met absolute zekerheid als werkzaam aanprijst. “Het inprenten van optimisme zou volgens Coué een meetbaar effect teweegbrengen. Zijn methode gaat uit van (auto)suggestie en ligt in het verlengde van het placebo-effect.” Coué meende dat veel geestelijke en lichamelijke kwalen door (auto)suggestie behandeld zouden kunnen worden, terwijl deze methode ook haar vruchten zou kunnen afwerpen bij de opvoeding van kinderen. Zijn methode was omstreden, sceptici noemden hem een charlatan, maar hij had ook aanhangers. Eén van hen was Phine Simonis (1885-1945) en dat is de reden waarom Coué aandacht krijgt in het boek. Phine was samen met haar zusters Nel (1886-1981) en Jacqui (1887-1971) in 1918 de oprichter van een ‘Kinderhuisje’ (een soort pension voor kinderen uit gegoede families) in Laren aan Drift 29 en later 27, het huis waarin Steven in 1946 werd geboren en is opgegroeid. Een badkuip aan de Drift is een merkwaardig boek, omdat het naar veel kanten uitwaaiert, maar als rode draad kan toch worden beschouwd de geschiedenis van de huizen Drift 29 en 27 (nu 37 en 35, omdat er tussen Werkdroger en westelijk eind Drift huizen bijkwamen), met de Tweede Wereldoorlog als belangrijkste element, en daarbinnen de zich in het huis bevindende badkuip waarin Steven als kind onder water de ervaringen opdeed die hem later als marien bioloog te pas zouden komen.

Foto met Anne Frank
Hoofdstuk 1 begint met een foto (linkerpagina) uit de zomer van 1938 waarop we enkele kinderen zien die toen in het Kinderhuisje verbleven, onder wie Anne Frank (tweede van links). Zij zou in dezelfde badkuip hebben kunnen zitten als Steven. Het hoofdstuk beschrijft het voorspel van de Tweede Wereldoorlog, van 1933 (Hitler aan de macht) tot zomer 1938 (vervolging van Joden) en legt uit wie er op de foto te zien zijn. De aanwezigheid van Anne Frank op de foto inspireerde Steven tot het schrijven van een fictieve brief (hoofdstuk 2) van de negenjarige Anne Frank aan haar oudere zus Margot, die toen met hun ouders in Zwitserland zat. Hoofdstuk 3 behandelt uitvoerig de achtergronden van de drie zussen Simonis die in 1918 een huis aan Drift 29 kochten om er een ‘Kinderhuisje’ te beginnen en er later in de tuin van dat huis een nieuw, groter huis op Drift 27 bij lieten bouwen, aangezien de zaken zo goed verliepen dat uitbreiding noodzakelijk werd. De zussen kwamen uit een succesvolle Haagse koopmansfamilie, die in het boek veel aandacht krijgt.

Hans en Popje
Nel en Phine blijven ongetrouwd. Jacqui trouwt in 1910 met haar neef Henri Madlener (1881-1960) en krijgt twee kinderen met hem, Hans (1911-1992) en Ineke (1913-1935), met als bijnaam ‘Popje’. Naast de voordeur van Drift 35 zit een gevelsteen van 2 mei 1921, met de namen Hans en Popje. Het huwelijk tussen Jacqui en Henri, die als kleermaker werkt, houdt niet lang stand: ze scheiden in 1917. Het boek zegt: “Henri heeft een waar timmermansoog; voornamelijk voor andere vrouwen. Het verhaal gaat dat Henri, als specialist in rijkleding, de dames niet de maat hoefde te nemen. Hij keek eens naar ze en knipte dan op het oog de kostuumonderdelen uit het laken.”

In hoofdstuk 4 staat hoe de zussen aan het huis kwamen waarin zij met het Kinderhuisje begonnen. Het huis, aanvankelijk een landhuisje op nr 29, werd aangekocht in 1918 van tandarts-apotheker Elias Stark, die zelf woonde in de er tegenover gelegen villa ‘Hein Duvel’. De zussen kopen er meteen een stuk grond bij, waarop zij in 1921 een groter huis (nr. 27) laten bouwen.

Hoofdstuk 5 heet ‘Phine en Jacqui’. De zaken met het Kinderhuisje gaan zo goed, dat besloten wordt er ook een in Hilversum te beginnen. In 1926 opent Jacqui daar kinderpension ‘Zonneschijn’, dat ze samen met Phine gaat runnen. In deze tijd begint Phine zich steeds meer te interesseren voor alternatieve geneeskunst en zo komt ze in aanraking met de in de aanhef genoemde apotheker Coué. Phine en Jacqui worden ook pleitbezorgsters van de internationale vrouwenvredesbeweging, en raken steeds meer sociaaldemocratisch georiënteerd.

Ineke Madlener krijgt een vriend, de fotograaf Carel Blazer, maar zij overlijdt plotseling op 21-jarige leeftijd. Blazer blijft zijn leven lang bevriend met de familie.

Het volgende hoofdstuk is  gewijd aan Nel en haar geadopteerde kind Sidney. Hoewel zij ongetrouwd blijft, adopteert zij een kind, Sidney Woods, van een Engelse vriendin, Lucy Woods, die het kind zelf niet kan opvoeden. Ook het leven van Sidney (1923-1998) wordt uitvoerig beschreven.

Inval 15 november 1943
Hoofdstuk 7 is het verhaal van een inval. In de eerste bezettingsjaren wordt het Kinderhuisje door Phine (die terugkeerde naar Laren) nog voortgezet met kamerverhuur.

In 1943 zijn er ook Joodse onderduikers, wat voor haar extra risicovol was. Uitgelegd wordt dat er bij voorkeur een connectie met de illegaliteit moest bestaan om aan voedsel te komen. “Nu was het bij individuele Larense politieagenten in die dagen een goed gebruik om – bij wijze van naoorlogse ‘levensverzekering’- persoonlijke bescherming te bieden aan enkele Joodse onderduikadressen. Bij gevaar werd er dan door de desbetreffende agent aan het adres gewaarschuwd. De zusters Simonis hadden zo’n contact niet. Alleen al vanwege hun socialistische levenswandel was elk contact voor de Larense gezagsdragers met hen ondenkbaar, laat staan dat een van de Larense dienders hen hulp zou bieden.”

Op 15 november 1943 wordt Phine opgepakt, met vier kleine onderduikertjes, de zusjes Esther (17), Lena (12) en Juliana (10) Zilverberg en Carla Alice Schaap (5). De kinderen worden in 1944 vermoord in Auschwitz, Phine komt in 1945 om in Ravensbrück.

Hoofdstuk 8 is helemaal gewijd aan Henri Madlener en zijn zoon Hans. Hans komt terecht in Zuid-Afrika en vecht mee met de geallieerden in Noord-Afrika. Hij heeft geen contact met zijn vader. Henri is lid geworden van de NSB en schrijft lovende artikelen over ‘het Herrenvolk’.

Auto van Edgar Weinberg, met op achtergrond het oorspronkelijke Kinderhuisje, nr. 29.

Edgar en Ella
In hoofdstuk 9 verschijnen Edgar Weinberg en Ella Meijer, de ouders van Steven, in beeld. Het verhaal is eerder verteld in dit Kwartaalbericht (nrs 115, 140, 144 en 146), ook door de aandacht voor het in 2018 verschenen boek De Merken van Steven. Bij een razzia op Bijenstand 1 weet Ella Schöndoff-Meijer te ontsnappen, maar Kurt Schöndorff, Edgar Weinberg, Walter Kattenburg (zie ook artikel over reacties op nummer 156) en zijn vrouw Sophia worden opgepakt. De zoon van Ella en Kurt, Rolf, was elders ondergebracht. Alleen Edgar overleeft Auschwitz. Hij keert na de oorlog terug naar Laren, verwekt een zoon bij Ella (Steven) en trouwt met haar. Ze huren het huis Drift 27 van de dames Simonis.

Hoofdstuk 10 vertelt het verhaal van Steven aan de Drift, met veel citaten uit De Merken.

In hoofdstuk 11 komt de familie De Leeuw aan bod, inmiddels de bewoners van nummer 29, de buren van de Weinbergs.

In Hoofstuk 12 vertelt Steven over de badkuip in huis. “Daar werd ongetwijfeld de kiem gelegd voor de sportduiker die ik later zou worden.” 

Het volgende hoofdstuk gaat over de in 1947 afgebrande grote villa ‘Westerengh’ van Gustaaf Hamburger op nr. 25 (waar nu Theodotion zit), speelterrein van Steven. Aandacht wordt ook besteed aan het fusilleren van Dirk Joseph Buis en Alois Cornelis Vlasman (zie ook artikel over Gus van Wielingen in nr. 156) op 11 april 1945, vanwege de daaraan gewijde gedenksteen aan de Drift. 

Anne Frank op bezoek
Tot slot hoofdstuk 14: dit is een fictief verhaal, op zeer liefdevolle wijze geschreven door Steven. In juli 1950 komt Anne Frank op bezoek om eens te zien wat er van het huis op nummer 27, waar zij in 1938 verbleef, geworden is. Ze maakt kennis met de familie Weinberg. Anne helpt Ella om Steven te wassen in de badkuip.

Optimisme
Ik begon dit artikel met Coué, Je zou kunnen zeggen dat het hele sprankelende, met enthousiasme geschreven boek getuigt van de optimistische levensinstelling van Steven Weinberg, die zich in zijn jeugdherinneringen in De Merken ‘het meest gewenste kind van Europa’ noemde: zoon van een moeder die haar hele familie door de nazi’s uitgeroeid zag worden, maar besloot een kind te willen hebben van een man die Auschwitz overleefd had. Als ik zou horen dat Anne Frank door een auteur ergens was gebruikt in een fictief verhaal, zouden m’n wenkbrauwen in eerste instantie waarschijnlijk gaan fronsen, maar juist Steven Weinberg is mijns inziens door zijn afkomst iemand die zich dat kon veroorloven en het op integere wijze heeft gebracht.

De auteurs

Steven Weinberg (1946) is bioloog en woont in Luxemburg.

Michiel van Driel (1970) is advocaat en bewoont thans het huis Drift 35 (v/h 27).

Aaldrik Hermans (1971) is historicus die onderzoek doet naar Joodse onderduikers in het Gooi.

Het boek

Steven Weinberg, Aaldrik Hermans en Michiel van Driel,
Een badkuip aan de Drift.

Luxembourg, nautilEditions, 2021. ISBN 978-2-9199486-5-9

Te koop bij de Larense Boekhandel, € 29,95.