De geschiedenis van de Kei van Laren

De geschiedenis van de Kei van Laren

Duizenden jaren geleden kwam in de ijstijd met de gletsjers uit Scandinavië een kei mee, een zwerfsteen van Oslo-graniet, die in het Gooi belandde en daar bleef rusten tot zijn ontdekking. Het was oktober 1930. Tussen Hilversum en Bussum liep een klein smal paadje, het Zwartewegje genaamd. Er was wel op te wandelen en men kon er bij droog weer ook goed over fietsen, maar zwaarder verkeer was niet mogelijk. Men wilde er een flinke brede weg aanleggen.

Dit artikel is afkomstig uit Kwartaalbericht 097 [2006-3]. Leden van de Historische Kring Laren ontvangen dit kleurrijke boekje 4 keer per jaar. U kunt hier lid worden. Losse nummers zijn à € 4 per stuk in de Lindenhoeve te koop, zolang de voorraad strekt.

(Bep de Boer)

Omdat het Zwartewegje laag lag en vaak ook drassig was moest er van de zijkant van de weg grond worden weggehaald om deze op te hogen. Hiervoor werden vele bomen geveld. De grond werd met stoomblazende miniatuurtreintjes verplaatst en naar de nieuwe weg gebracht. Deze nieuwe weg zou de hedendaagse lage Naarderweg worden. Door dat graven kwam ook een grote hoeveelheid zwerfkeien tevoorschijn. Er werd weinig aandacht geschonken aan die keien. Alleen de grondwerkers, die het talud gelijk moesten maken vonden het maar lastige dingen, vooral die “ene grote”, die stak een heel eind boven het talud uit en die hebben ze naar beneden laten duikelen. Die “ene grote” was de kei van laren.

P.B.J. Schiloo

In die tijd, in 1930, was de heer P.B.J. Schiloo directeur van de dienst Gemeentewerken in Laren. Schiloo, geboren in Nijmegen, had veel over voor het dorp laren. Hij vroeg in 1930 om enige zwerfkeien aan de eigenaresse, “Stad en lande” van Gooiland, met de bedoeling die op de Brink te plaatsen bij de aanplant van de nieuwe bomen. “Stad en lande” gaf echter geen toestemming en er kwam geen stenengroep op de Brink. In december 1936 verzocht Schiloo “Stad en lande” weer om een kei, maar nu om deze als gedenksteen te plaatsen ter gelegenheid van het huwelijk van prinses Juliana en prins Bernhard. Daar had “Stad en lande” wel oor naar en het verzoek werd gehonoreerd. Het uitgraven van de kei was een groot karwei. Alles ging met de hand en het heeft veel mankracht gekost om de kei op een vrachtwagen te krijgen.

Op vrijdag 18 december 1936 werd de kei, die een gewicht heeft van ongeveer 6.500 kilo, 1.30 meter hoog en 1.90 meter breed is, naar laren vervoerd. Het vervoer geschiedde met een vrachtwagen van de Fa. Hogenbirk uit laren. De chauffeur was de heer Th.J.B. Daviena. Met veel moeite is de kei op de vrachtwagen getakeld en het weiland uitgereden, want er mocht niets worden beschadigd aan hekken e.d. Het vervoer van de kei stond onder leiding van de heer W. Hebing, steenhouwer te Laren. Hem was door de directeur Gemeentewerken opgedragen de kei naar zijn werkplaats aan de Molenweg 29 te laten transporteren “zulks voor de prijs van f. 50,- totaal” . In dit bedrag waren alle transportrisico ’s begrepen, uitgezonderd eventuele schade aan het weiland en het bij de steen aanwezige hekwerk.

Ondertussen had de heer Schiloo ook niet stilgezeten. Hij had een ontwerp gemaakt van de kei met daarop een kroon, de letters J B en de datum 7 januari 1937. Dit ontwerp werd gestuurd aan de Dienst van H.K.H. Prinses Juliana aan het Noordeinde in Den Haag. Op 24 december 1936 kwam het antwoord van de kamerheer van H.K.H. Prinses Juliana met de terugzending van de tekening en het bericht ….. “dat daartegen geenerlei bedenkingen bestaan van aesthetischen, heraldischen of andere aard“. Er werd ook een briefkaart bijgesloten met de juiste afbeelding van de kroon. Nu kon steenhouwer Hebing aan de slag. Hem was opgedragen de steen te behakken zoals te tekening aangaf met kroon, het monogram JB en de datum tegen de prijs van f. 20,-.

Tekening van het ontwerp.

Toen de steen was behakt door de heer Hebing, werd hij onder zijn leiding op een door de Gemeentewerken beschikbaar gestelde carrier naar het Brinkje bij de Rijt getransporteerd.

7 januari 1937. Het was feest in Nederland, dus ook in Laren. De beide Larense muziekkorpsen bliezen ’s morgens om 8 uur de reveille en maakten een muzikale wandeling door het dorp. Om kwart over acht begonnen de St Jans klokken te luiden. Het feest was begonnen. Voor de kinderen gaf het Gooisch Poppentheater van mevrouw Testas-Beernink in de grote zaal van de R.K. Werkliedenvereniging een voorstelling en de heer J. van Hensbergen gaf een filmvoorstelling over de verloving van prinses Juliana. Ook rond de kei was het feest. De bedoeling van de officiële feestviering van deze dag was ook het planten van een gedenk-eik achter de geplaatste gedenksteen, de kei. Het Brinkje was aardig versierd en toen omstreeks 2 uur de te planten eik op een met oranje versierde mallejan werd aangereden, stonden er honderden Laarders rondom het grasveld geschaard. Onder de aanwezigen waren o.a. de burgemeester en mevrouw Van Nispen tot Sevenaer, de beide wethouders, vele raadsleden, Ir. IIF. Bartels voorzitter van het Oranje Comité, de heer L. Roefs de gemeentesecretaris en de directeur van de dienst Gemeentewerken de heer P.B. Schiloo. Nadat de boom geplant was, hield de burgemeester een enorme toespraak. De feesten duurden tot in de kleine uurtjes en de kei had zijn vaste bestemming gekregen in Laren.

De stip en de pijl geven de vindplaats aan van de Kei, vlakbij het vroegere zwembad Crailo.

Zo kwam de kei in Laren. Hij lag er rustig te liggen tot 1941. De bezetter ontdekte de initialen J(uliana) en B(ernhard) en prompt moest de steen verdwijnen, anders werd hij opgeblazen. Groenteman J.J. Koekkoek heeft de kei toen, met hulp van enige buren naar de gemeentewerf gebracht. En daar heeft hij de rest van de 2e wereldoorlog doorgebracht. Na de oorlog was er een Commissie tot Organisering der Bevrijdingsfeesten in de buurt Jagerspad-Kerklaan Rijt-Torenlaan-Veldweg-Naarderstraat en Brink. Deze commissie stond onder leiding van de heren J.J. Koekkoek, H. Ziel en J.A. Majoor. Zij deden het verzoek aan de burgemeester om op maandag 27 en dinsdag 28 augustus 1945 bevrijdingsfeesten te mogen organiseren. En omdat het pleintje aan de Rijt het centrum zou zijn van de feestvreugde, leek het ’t comité een zeer bijzondere geste indien de burgemeester zou kunnen besluiten om deze feestelijkheden te laten voorafgaan door de herplaatsing van de herdenkingskei. De burgemeester had geen bezwaar en zo kwam de kei op zijn oude plaats terug. De commissie van bevrijdingsfeesten werd later de buurtvereniging “De Kei”, onder voorzitterschap van de heet A.I Saul. Door deze buurtvereniging werden verschillende verzoeken gedaan om de kei in een wat fleuriger omgeving te laten staan door er bloemen omheen te plaatsen. Er werden geen bloemen geplaatst. Wel werd de kei op een vaste cementen voet geplaatst en werd een keien voetpad rondom de kei gelegd met een uitloper naar de Torenlaan. Zo vond de kei dan eindelijk rust en hopelijk zal hij daar nog lang mogen staan.   

De kei op het Brinkje bij de Rijt P.BJ. Schiloo

Tekening van het ontwerp De pijl geeft de vindplaats aan van de kei, vlakbij het vroegere zwembad Crailo

Bron: De Kei van Laren en andere historische verhalen door G.L. De Boer 1986