Burgemeester van Nispenstraat 29, 1251 KE Laren

Baruch Lopes de Leão Laguna (1864–1943)

Baruch Lopes de Leão Laguna (1864–1943)

Kunst uit het dorp van Mauve

Baruch Laguna, zoals hij zichzelf eenvoudig presenteerde, werd op 16 februari 1864 te Amsterdam geboren uit Portugees Joodse Sefardische ouders. Zijn ouders waren Salomon Lopes de Leão Laguna en Sara Kroese, dochter van een diamantslijper uit Amsterdam. Toen zijn vader overleed was hij 10 jaar. Zijn moeder kon zijn verzorging, doordat haar gezondheid te wensen overliet, niet aan en daarom werd hij in een joods Portugees weeshuis geplaatst.

Dit artikel is afkomstig uit Kwartaalbericht 123 [2013-1]. Leden van de Historische Kring Laren ontvangen dit kleurrijke boekje 4 keer per jaar. U kunt hier lid worden. Losse nummers zijn à € 4 per stuk in de Lindenhoeve te koop, zolang de voorraad strekt.

Portretschilder

Mary van der Schaal

Op de lagere school tekende hij dikwijls stiekem onder de lessen zijn medeleerlingen en onderwijzers uit, wat hem veel strafwerk opleverde. In de synagoge waar hij dagelijks kwam vereeuwigde hij de personen en gezichten die hij er zag. Hij kon het niet laten en ook na schooltijd maakte hij allerlei krabbeltjes van de dagelijkse tafereeltjes in zijn omgeving, vooral in de schilderachtige Jodenbuurt. Op veertienjarige leeftijd moest er beslist worden welk beroep hij zou gaan uitoefenen en mocht hij naar de kunstnijverheidschool “Quellinus” om opgeleid te worden tot decoratieschilder en om zich voor te bereiden op het toelatingsexamen van de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Van zijn 16e tot zijn 20e jaar werkte hij tevens op het atelier van de kunstschilder M.J. Haan. Daar raakte hij bevriend met andere kunstenaars zoals Jozef Israëls en Texiera de Matthos. 

Op 17 jarige leeftijd moest hij het weeshuis verlaten en brak de tijd aan dat hij zelf in zijn levensonderhoud moest voorzien. Op een zolder in de Jodenbuurt, op de Plantage Franselaan vlak bij Frascati, richtte hij zijn atelier-woonplaats in. Onder hem woonde zijn vriend de beeldhouwer Texiera de Matthos. Hij ging weer schetsen in de Jodenbuurt vooral in de Jodenbreestraat, de Nieuwmarkt, Uilenburg, Vlooienburg Waterlooplein en vele andere schilderachtige straten. Ook in de synagoge vereeuwigde hij de joden in hun bidmantels waarvan vooral de gewijde sfeer hem aansprak. In 1880 deed hij toelatingsexamen voor de Rijksacademie. Daar is hij, wat men noemt grondig geschoold en heeft hij de kneepjes en geheimen van het vak grondig geleerd.

Hij kwam op de Academie onder leiding te werken van A. van Allebé, en vooral onder toezicht van zijn leermeesters Sieb Altman en Barend Wijnveld, heeft hij zich bekwaamd in het portret- en figuurschilderen. Deze mensen leerden hem bijvoorbeeld hoe een oog in elkaar zat, hoe men een mondlijn verkortte, en een neusvleugel plaatste. Men leerde hem zien, opmerken en weergeven. Door een zekere gebondenheid die hierdoor ontstond behield hij desondanks zijn warme gevoel voor kleur en natuurgetrouwe weergave. Na zijn opleiding aan de Rijksacademie moest er dus brood op de plank komen en begon hij met kleine schetsjes uit zijn omgeving te verkopen en illustreerde hij novellen en maakte illustraties voor Elseviers maandblad.

Tot zijn vriend de beeldhouwer Texiera de Matthos de schilder F. Oldewelt op Laguna’s werk attent maakte. Deze was zeer geïnteresseerd in Laguna’s werk. 

Baruch Laguna was ook een muziekliefhebber en daarom kwam hij nogal eens in Frascati. Toen hij eens een tekening maakte van een oude cellist en Texiera het zag, raadde deze hem aan de tekening naar Arti et Amicitae te sturen. De vereniging kocht de tekening aan en Baruch werd als lid aangenomen. Deze entree in de kunstwereld bleek een succes te zijn. Velen complimenteerden hem met zijn werk en verschillende opdrachten begonnen binnen te komen. Natuurlijk nog niet voldoende om van te leven maar erkenning is voor een kunstenaar soms meer waard dan verkopen. In 1885 heeft hij zijn eerste expositie in ‘Arti’ in Amsterdam gehouden.

Hij komt in kontact met Larense kunstschilders en omdat de gezondheid van zijn vrouw Rosa waarmee hij alweer enkele jaren getrouwd is, te wensen overlaat besluit hij in 1898 met zijn gezin naar het Gooi te vertrekken omdat deze streek bekend stond om zijn gezonde boslucht, gekenmerkt ook door de vele sanatoria.

Hij heeft gewoond bij Willem Calis op het Zevenend in een huisje achter de rietdekker. Daarna enige tijd in Hilversum. Toen weer korte tijd in Amsterdam. Ook heeft hij gewoond op Jagtlust, aan de Eemnesserweg, en aan de Torenlaan in het huis La Grande Chamiére. 

Enkele jaren later wordt Laren definitief de woonplaats van het gezin Laguna. Dit was nadat ze ook nog in Blaricum in de “Oude Brouwerij”op Torenlaan 5, en later Zwaluwenweg 42 gezeten hebben. In Laren liet hij een huis bouwen op het Paadje 18. Toen Baruch in Laren kwam werken heeft hij zich toegelegd op het schilderen van Larense interieurtjes, moeders met kinderen, spelende kinderen, bloemen fleurig en kleurig, boeren aan het werk op het land, maar… dat was het niet wat hem trok, hij was en bleef een gedreven portretschilder.

Hij begint verschillende prominente binnenlandse en buitenlandse tijdgenoten, meestal in opdracht, te portretteren. Bijvoorbeeld Evert Pieters waarmee hij bevriend was geraakt. Drs. S.J. Phillips (voorzitter van het Nederlands Israëlisch Armenbestuur) A.J. Lioni (regent van het Nederlands Israëlisch Jongensweeshuis), Opperrabbijn A. van Loon, acteur Louis de Vries, Ferdinand Domela Nieuwenhuis en Mevrouw Deterding, waarvoor hij speciaal naar Engelend moest, en vele anderen. 

Baruch was een zeer bescheiden mens, hij kon heel goed omgaan met kinderen vooral als er een tussen zat die bij het poseren niet stil kon blijven zitten, paaide hij zo’n kind met allerlei beloften die hij ook waar maakte. Zo heeft hij eens een ongedurig jongetje waarvan hij een portret moest schilderen beloofd dat, als hij één uur stil kon zitten, hij voor hem op zijn handen zou lopen. Daarna heeft hij hem ook zijn acrobatische toer laten zien! Laguna was een zeer geziene figuur in het Gooi. Hij was een joviaal mens met een ongekend gevoel voor humor. Hij was zeer gevoelig en had een warm hart dat vooral tot uiting kwam in zijn geschilderde portretten. 

Zijn harmonische pracht in de kleuren en volmaakte vormgeving en evenwicht in zijn composities trokken ieders aandacht. Maar Baruch had geen behoefte aan bekendheid. Hij heeft ook niet dikwijls geëxposeerd.

Wel heeft hij aan verschillende mensen les gegeven o.a. aan: J.H.W. Brink, B.F. de Vries en Th. Wolterbeek-Muller. Toen hij 70 jaar werd was hij echter zo bekend dat hem als eerbetoon een groot feest werd aangeboden voor hem en zijn gezin en een expositie in Hamdorff. Iedereen was het er over eens dat dit weinig voorkwam dat men zoveel van Laguna’s werk in één tentoonstelling bijeen had gezien.

Dat Laguna weinig exposeerde en op zijn atelier weinig portretten te zien waren kwam omdat het werk meestal meteen verkocht werd. Bij landschapschilders waren meestal wel veel schilderijen te bewonderen. De eerste jaren van de bezetting heeft Baruch met zijn gezin ondergedoken gezeten in een Larense boerderij die nogal wat afgelegen van de bewoonde wereld lag. Hij heeft er als beloning voor het grote risico die de mensen voor hem en zijn gezin namen, aan hen verschillende schilderijen geschonken.

In 1943 zijn zij toch ontdekt door de Duitsers en zijn ze afgevoerd naar Kamp Vught. Daarna werden zij naar Auschwitz getransporteerd en op 19 november 1943 is hij omgebracht. Zijn vrouw is op 11 februari 1944 in Auschwitz overleden. Baruch en Roza hadden twee zonen. Martinus en Lodewijk. Een van zijn zonen de violist Lodewijk Laguna, heeft de oorlog overleefd. De andere zoon Martijn was al eerder door een motorongeluk om het leven gekomen.

Laguna’s schilderijen zijn door heel europa te zien, ook in Singer in Laren zijn verschillende doeken van hem te bewonderen. 

De Tweede Wereldoorlog
In de loop van de Tweede Wereldoorlog werd de Amsterdamse Jodenbuurt vanaf 1941 door de Duitse bezetter tot een getto gemaakt. Om de wijk kwam een groot hek en veel bruggen stonden permanent open, zodat de mensen alleen op bepaalde plekken de wijk in en uit konden. Gedurende vele razzia’s werden de bewoners weggevoerd. In september 1943 werden de laatste Amsterdamse joden afgevoerd richting ‘het Oosten’. Hierdoor kwam een einde aan het getto en stond de Jodenbuurt grotendeels leeg.

Bronnen: R.W.P. de Vries jr.; Laarder Courant De BEL / digitaal; Yvonne Majoor en Philip Dorant.

Update: in maart 2021 ontvingen we bericht van Laguna’s achterkleindochter waarin ze aangaf dat we zijn naam consequent verkeerd hadden schreven. Onze excuses daarvoor, het artikel is nu aangepast met Laguna in plaats van Lugana. Verder gaf ze aan dat er binnenkort een website over Baruch Lopes de Leão Laguna zal verschijnen (mail bij de redactie bekend).