Burgemeester van Nispenstraat 29, 1251 KE Laren

Anto(o)n van Hamdorff, míjn opa!

Anto(o)n van Hamdorff, míjn opa!

Het is zomer 1953. Achterop de Solex van opa rij ik door Laren. Beide beentjes in de fietstassen. Komend langs de korenvelden wijst opa op de korenbloemen -zó blauw- en de klaprozen. Deze zijn bijna roder dan de korenbloemen blauw zijn! We zijn op weg naar Hamdorff, Hotel Hamdorff, waar mijn opa ‘ober-kellner’ is. 

Dit artikel is afkomstig uit Kwartaalbericht 120 [2012-2]. Leden van de Historische Kring Laren ontvangen dit kleurrijke boekje 4 keer per jaar. U kunt hier lid worden. Losse nummers zijn à € 4 per stuk in de Lindenhoeve te koop, zolang de voorraad strekt.

Antoinetty van den Brink

Toen heb ik mij nooit afgevraagd wat dat precíes was, een ober-kellner, wel wist ik dat opa heel veel dingen deed bij hotel Hamdorff en ik dacht dat hij de baas was van dat hele grote gebouw met al die stoelen en tafels, want hij móest wel héél belangrijk zijn! Zó belangrijk dat hij iedere middag rond een uur of drie op weg ging om alles voor de avond klaar te zetten.
En ik mocht dan vaak mee. Bij binnenkomst was het altijd donker. De lampen natuurlijk nog niet aan, er waren immers geen klanten. De geur, die ik later pas zou herkennen als de typische geur die in een kroeg hing, kon ik niet thuisbrengen. Zeer onder de indruk was ik van het apparaat op de toonbank (dat heette daar bij opa de bar), waar je een halve sinaasappel inlegde, moest drukken en dan kwam het sap via een gaatje naar buiten. Zoiets hadden we écht niet thuis! 

Iedereen kende mijn opa, zelfs zonder zijn mooie zwarte pak die hij ’s avonds pas aantrok. Op het naamplaatje bij de voordeur van opa en oma op de Heideveldweg, stond gewoon Bakker… toch noemden ze opa Anton van Hamdorff, dat vond ik wel een beetje gek. Het bleek zijn bijnaam te zijn.

Opa zat meer dan 45 jaar in de horeca, waarvan hij ruim 43 jaar bij Hotel Hamdorff werkte, vanaf 1923 tot 1969. Ooit begonnen als liftjongen bij het Parkhotel in Hilversum en via Hotel Royal op de Naarderstraat terecht gekomen bij Hamdorff. Zijn vader zat ook in de dienstverlening, die was koetsier en had als standplaats station Hilversum, (beiden waren overigens erfgooiers). 

Pas later leerde ik dat hij begonnen was als kelner bij Hamdorff en later barkeeper werd. Het moet in díe tijd zijn geweest dat ik met hem mee mocht om alles klaar te zetten. Hij vertelde prachtige, kleurrijke verhalen over mensen die we tegenkwamen. Veel ben ik helaas vergeten. In de familie was bekend dat opa wel eens de rekeningen betaalde van de kunstenaars die dat zelf niet konden door geldgebrek. Hij kreeg daarvoor in ruil dan een schilderij of schilderijtje. Het was geen gekke ruil, zou later blijken! Opa sliep op zolder. Hij kwam altijd zó laat thuis, dat hij dan heel stilletjes naar zolder sloop, zodat oma en ik hem niet hoorden. Op zolder stond ook een hele oude kast met twee laadjes. Daarin verzamelde opa het kleingeld (alleen de bronzen centen en stuivers) dat hij als fooi kreeg, dubbeltjes en kwartjes lagen er niet tussen. Altijd als ik er logeerde mocht ik één keer een grote hand met geld pakken uit die la, wauw, dat was gaaf en zóveel! Op de zolder hing ook zijn zwarte pak dat oma moest persen met een lap met azijn om het glimmen van de (oude) stof tegen te gaan. Vóór hij barkeeper werd, was hij dus kelner en hij was de lievelingskelner van mevrouw Anna Singer. Als zij en haar man William iets te vieren hadden en dat deden in Hotel Hamdorff werd er gevraagd of Anton die dag erbij kon zijn. Ik heb een foto waarop een jonge opa rechts achter William Singer staat bij zo’n sjiek diner. Toen opa overleed in 1970, slechts één jaar nadat hij was opgehouden met werken, konden we in de krant lezen dat hij ‘een vriendelijk mens was geweest, goedlachs en altijd in voor een geintje’. Hij leefde intens mee met de oude garde kunstenaars die in het Kroegje vaak dagelijks te vinden waren. Het kwam meer dan eens voor dat opa, na sluitingstijd, tot in de kleinste uurtjes meedronk met deze mannen. De regel dat hij apart op zolder moest slapen, zal wel niet voor niks zijn geweest… Tóen vond ik het heel zielig!