Vrijwilliger in het zonnetje… Jos Joosen

Vrijwilliger in het zonnetje… Jos Joosen

Het is een stralende dag aan het begin van de herfst als ik op pad ga naar een vrijwilliger die het beslist verdient om eens in het zonnetje gezet te worden. Dit keer betreft het een inwoner van Laren. Bekend terrein derhalve. Toch kwam de straatnaam van de weg waar ik moet zijn: ‘De Sparren’ me uit mijn jeugdherinneringen niet direct bekend voor.

Dit artikel is afkomstig uit Kwartaalbericht 158 [2021-4]. Leden van de Historische Kring Laren ontvangen dit kleurrijke boekje 4 keer per jaar. U kunt hier lid worden. Losse nummers zijn à € 4 per stuk in de Lindenhoeve te koop, zolang de voorraad strekt.

Hein Calis

En dat laatste klopt ook wel, want ‘De Sparren’ is een van de vele in de loop der jaren in Laren aangelegde kleine, in een rotonde eindigende zijwegen van bestaande wegen. Meestal bedoeld om een stukje braakliggend terrein, of na sloop van een oud pand vrijgekomen perceel, toegankelijk te maken voor een aantal nieuw te bouwen huizen. En ja, ‘De Sparren’ is er daar een van en ligt aan de Naarderstraat schuin tegenover het Rozenlaantje. Binnen aan Jos maar eens vragen hoe ‘zijn’ laantje aan die naam komt. Dat weet hij vast. Na goed opletten, want je bent de toegang voorbij voor je het weet, draai ik vanaf de tegenwoordig toch altijd drukke Naarderstraat ‘De Sparren’ in en ben dan direct vanuit de drukte in de rust van een mooi bos met dikke, oude bomen en verspreid liggend een viertal huizen. Ik bel bij de achterste aan en word hartelijk verwelkomd door onze penningmeester Jos.

‘De Sparren’
Als we binnen een mooi plekje met een alom groen uitzicht gevonden hebben, vraag ik Jos maar direct naar de herkomst van de straatnaam. En – zoals al een beetje verwacht – steekt hij meteen enthousiast van wal met een gedetailleerde uitleg. “De weg is vernoemd”, vertelt hij, “naar villa ‘De Sparren’. Deze villa is in 1905 gebouwd als woonhuis van de familie Kruijsmulder. Deze familie kwam uit Watergraafsmeer. Dat was toen nog een zelfstandige gemeente. Barend Kruijsmulder was in dat jaar directeur geworden van N.V. Chemische fabriek ‘Naarden’. Die fabriek was net opgericht. Barend Kruijsmulder is overleden in 1916. Hij was toen pas 41 jaar. De villa is tot in de jaren vijftig bewoond gebleven. In 1955 is het karakteristieke pand daarna in gebruik genomen als cultureel centrum ‘De Sparren’ en het heeft tevens een periode als hotel dienstgedaan. Het grote gebouw is in 1977 afgebroken, omdat het niet toekomstbestendig bevonden werd. Het perceel waarop de villa stond is verkaveld. Nu staan er een viertal woningen”. “Wij”, zo gaat Jos verder, “hebben nu het voorrecht te wonen in een deel van de tuin van de familie Kruijsmulder. Aan die eerste bewoners van deze plek hebben wij enkele monumentale bomen te danken.” Aldus Jos zijn mooi complete en heldere uitleg, waarmee hij zich gelijk manifesteert als een in meerdere zaken, maar zeker in geschiedenis geïnteresseerd mens. Hoogste tijd om de aandacht in ons gesprek te verleggen van de geschiedenis van Laren naar die van Jos zelf. Het is uiteindelijk zíjn zonnetje.

Leaseprofessor
Jos is tachtig jaar geleden geboren en getogen in de toenmalige gemeente Terheijden, iets boven Breda. Na de middelbare school is hij rechten gaan studeren in Amsterdam, om daar – na zijn afstuderen – als bedrijfsjurist aan de slag te gaan bij LeasePlan. In die tijd was deze firma nog niet alleen gericht op leasing van auto’s zoals nu, maar meer algemeen op die van machines, gebouwen, computers, fotokopieerapparaten e.d. Leasing was nog een onbekend verschijnsel. LeasePlan was klein en ook nog onbekend. Daar in dienst treden? Jos moest er eens goed over nadenken, maar besloot de stap te wagen. “Mijn moeder vond het een goed plan”, voegt hij er glimlachend aan toe. En dat bleek het te zijn. Hij zal lange tijd als directeur en bestuurder in de lease-wereld werkzaam blijven en gaat zich door de jaren heen meer en meer verdiepen in alle ins en outs van goed en verantwoord leasen. Hij schrijft er na verloop van de tijd zelfs een aantal boeken over. Op mijn vraag waar hij de tijd daarvoor vandaan haalde, antwoordt hij: “In de avonduren en de weekenden.” In 2004 actualiseert en herziet hij zijn eerdere uitgave over autoleasing en werkt deze om tot een lijvig standaardwerk van ruim 400 pagina’s. Peter Verkuyl – zo las ik later thuis op internet – nam als toenmalige topman van LeasePlan het eerste exemplaar in ontvangst en dicht Jos bij die gelegenheid de eretitel ‘de leaseprofessor’ toe.

Vrijwilligerswerk
Je zou bij zo’n drukke baan, inmiddels een gezin met drie kinderen en zelfopgelegd avond- en weekendwerk, niet direct denken aan veel tijd voor vrijwilligerswerk. Maar Jos en ook zijn vrouw Willy hebben daar altijd tijd voor vrijgemaakt. Jos is in Amsterdam jarenlang voorzitter geweest van de stichting ‘de Beurs van Berlage’, in Almere van de Vereniging Bedrijfskring Almere en in Lelystad van de stichting ‘de Gouden Cirkel’: een stichting die aan de ‘gouden’ geschiedenis en eigentijdse dynamiek van het gehele Zuiderzeegebied bekendheid gaf in de West-Europese landen. Toen het gezin Joosen in 1978 in Laren kwam wonen, richtte zowel Willy als Jos hun aandacht vanaf dat moment ook direct op Laren. “Want”, zo meldt Jos,
“een van mijn belangrijke deviezen is: ‘Je moet wortelen waar je woont.’” Dat is een helder motto en dat vertaalt zich wat Jos betreft niet alleen in belangstelling voor de geschiedenis van het dorp waar je woont, maar vraagt ook – naast belangstelling voor alles wat er zich in je woonomgeving afspeelt – in betrokkenheid, verbondenheid én inzet voor de gemeenschap om je heen. In de jaren dat de kinderen nog klein waren en opgroeiden was het met name Willy die bij diverse plaatselijke organisaties en bij de scholen van de kinderen betrokken was. Vanaf 1998 verlegt Jos zijn aandacht ook meer en meer naar Laren. Hij treedt dat jaar toe tot het parochiebestuur van Sint Jan-Goede Herder en blijft daar jarenlang – eerst als lid, later als vicevoorzitter en nu nog als adviseur – aan verbonden. 

Gerard Schouten (r) draagt de taak van penningmeester over aan Jos Joosen.

In 2009 wordt hij gevraagd om als penningmeester in het bestuur van de Historische Kring Laren, de HKL, te komen. Het belang daarvan spreekt hem aan en na een goed gesprek met de vertrekkende penningmeester Gerard Schouten is de zaak beklonken. Vanaf die tijd steekt hij veel tijd in het werken voor ‘de Kring’. Niet alleen is hij een gedegen en nauwgezette penningmeester en een ervaren en verstandig bestuurder, maar ook het eerzame hand- en spandienstenwerk gaat hij niet uit de weg. Zo is hij als bestuurslid op zaterdagmiddag zeer regelmatig als gastheer in de Lindenhoeve te vinden en werkt hij samen met Bert Wolda, de ledenadministrateur, waarbij Jos de nieuwe leden aanschrijft en van het eerste pakketje Kwartaalberichten voorziet. Verder valt hij in waar dat nuttig of nodig is. Denk daarbij aan tijdelijke overname van taken van anderen, zoals bijvoorbeeld het regelen van de distributie van de Kwartaalberichten aan de wijklopers, het vertegenwoordigen van het bestuur als anderen niet kunnen e.d. “En, o ja”, voegt hij glimlachend aan het rijtje werkzaamheden toe, “ik schrijf helaas ook af en toe een In Memoriam in het Kwartaalbericht. Ja, dat krijg je als je lang meeloopt en veel mensen kent.” Maar ook voor dit alles heeft hij een mooi motto: “Vrijwilligerswerk”, zo zegt hij, “is wel vrijwillig, maar niet vrijblijvend.” Een mooie taakopvatting waarvan de Historische Kring al jarenlang de vruchten plukt.

Laren, de wereld in het klein
Aan het eind van ons gesprek hebben we het over een aantal meer algemene en gewichtige onderwerpen die Jos al sinds jaar en dag bezighouden. Het zijn grote thema’s als: verstedelijking, schaalvergroting, klimaatverandering en vervreemding. Het gaat hem bij het omgaan daarmee vooral om de vertaling van de wereldwijde problemen op die gebieden naar een kleiner, meer zelf te beïnvloeden niveau, naar Laren en direct naar onszelf toe. Van veelal theoretisch ver van ons bed naar heel praktisch dichtbij. Hij benoemt een aantal actuele zaken die zich op diverse niveaus in onze omgeving afspelen. Op gemeente­niveau noemt hij projecten als waterbeheersing (denk aan het Brinkplan), bouwplannen en natuurbehoud. “Bereid dat soort plannen als gemeente breed en goed voor”, bepleit hij. “Neem de inwoners daarin vanaf het begin af aan serieus in mee. Neem de tijd, creëer draagvlak en doe dat vooral vóórdat je tot uitvoering overgaat.” Bij bedrijven en instanties ziet hij dat de afstand tussen leverancier en afnemer door schaalvergroting en digitalisering zowel fysiek als gevoelsmatig steeds groter wordt. Hij noemt in dit verband het ook in ons dorp sluiten van bankfilialen en in de toekomst het verhuizen van het ziekenhuis ‘Gooi-Noord’. Wellicht efficiënt, maar zeker geen gegarandeerde verbetering. En ook op het niveau van ons als inwoners zelf heeft hij de nodige punten ter overweging. Welke afweging maak je bijvoorbeeld bij de aanleg van je tuin, je verbouwing, je levensstijl als je daar de klimaatbeheersing bij betrekt. Alle kleine beetjes helpen. Dat geldt voor Jos zeker bij het hoofdstuk vervreemding versus betrokkenheid. De mensen zijn in zijn algemeenheid meer individualistisch geworden. En dat merk je in Laren ook. “Jammer”, vindt hij, “en niet goed voor de dorpsgemeenschap als geheel.” Als je ergens fijn woont en het goed wil houden moet je daar naar zijn mening ook zelf naar vermogen een bijdrage aan leveren. Op alle hierboven genoemde gebieden is er volgens hem letterlijk nog een wereld te winnen. Híj zal er zolang hij dat kan in ieder geval zijn bijdrage aan blijven leveren. En wij van de Historische Kring zijn daar blij mee!