Rueter – Architect van de landelijke bouwstijl

Rueter – Architect van de landelijke bouwstijl

Eenvoudig, harmonieus en doelmatig: dat zijn de sleutelwoorden van het oeuvre van architect Th. W. Rueter (1876-1963). Precies veertig jaar na zijn dood ziet een eerste monografie over deze bijzondere Gooise architect het levenslicht. Na een stage bij het Nederlands Architectuur instituut te Rotterdam, waar het archief van Rueter wordt bewaard, publiceerde Willy Beunke-Meekes in de reeks Bibliografieën en oeuvrelijsten van Nederlandse architecten en stedenbouwkundigen (BONAS) haar resultaten. Het werd een boeiend boekje met voor de inwoners van Laren en Blaricum veel verrassingen en… heel unieke foto’s.

Dit artikel is afkomstig uit Kwartaalbericht 088 [2004-2]. Leden van de Historische Kring Laren ontvangen dit kleurrijke boekje 4 keer per jaar. U kunt hier lid worden. Losse nummers zijn à € 4 per stuk in de Lindenhoeve te koop, zolang de voorraad strekt.

Th. W. Rueter’s oeuvre chronologisch in kaart gebracht

De Haarlemmer Willem Rueter kreeg zijn opleiding in Amsterdam. Na de ambachtschool te hebben doorlopen kwam hij in de leer bij architect C.B. Posthumus Meyes. In 1896 werd hij lid van het bekende genootschap Architectura et Amicitia en volgde een cursus tekenen, kunstgeschiedenis en schoonheidsleer bij de architecten De Bazel en Lauweriks. Hier kwam hij in aanraking met de theosofie. “Wie denkt overwint”, was de leuze van het gezelschap waar onder meer Lauweriks, De Bazel en Berlage lid waren. Vanuit deze werkgroep gaven de architecten hun cursussen. Het is waarschijnlijk dat Rueter hier zijn interesse voor vormleer en proportieleer heeft meegekregen. De belangrijkste stelregel voor Rueter was echter om te ontwerpen in overeenstemming en harmonie met de natuur. Vanuit dit gedachtegoed zou hij een belangrijk stempel drukken op wat we nu als het ontwerpen in ‘Gooische landhuisstijl’ beschouwen. In 1901 sloot Rueter zich aan bij de Internationale Broederschap van Christen-anarchisten. Rueter werd de architect van De kolonie en ontwierp onder meer de boekdrukkerij, de bakkerij (later Bakkerij Kots) aan de Torenlaan, enkele hutten en zijn eigen woonhuis ‘Langenakker’ aan de Noolseweg 25.

In het laatste huis trok Rueter zich, na het uiteenvallen van de Kolonie in 1906, terug. Hij ontwikkelde zich als een bekwaam landhuis- ontwerper en was gefascineerd door de samenstelling van plattegronden, de golving van kappen en de toepassing van natuurlijke materialen. Rueter was ook een bevlogen stelling nemer tegen wat hij het ontwerpen in ‘historiserende stijlen’ noemde. In 1913 was hij één van de oprichters van een schoonheidscommissie in Blaricum, een commissie die er voornamelijk voor zou moeten zorgen om ‘eigenbouwers’ en ‘beunhazen’ tegen te houden, maar die geen belemmering zou moeten vormen voor architecten die schoonheid nastreefden.

Rueter kreeg steeds meer opdrachten voor de bouw van villa’s en landhuizen in Blaricum en Laren. Zijn ontwerpen variëren van uiterst schilderachtig (een woord dat Rueter niet gepast vond bij het werk van een architect) tot meer rationeel en zakelijk, in de trant van architecten als De Bazel. Een bekend huis is De Vuurvogel uit 1930 aan de Bussummerweg 9 in Blaricum. In Laren ontwierp hij atelierwoningen aan de Oude Kerkweg 10-12 en aan de Houtweg, woonhuizen aan de Eemnesserweg 20, Noolseweg 14-16 en Oud Blaricummerweg 23.

In 1922 werd begonnen aan de bouw van de Spiegelkerk aan de Nieuwe ‘s-Gravelandseweg in Bussum, een kerk die door de leden van de Kring Hilversum van de BNA zeer geprezen werd vanwege de verzorgde details en de moeilijke problemen die overwonnen waren door bij Schoonheidscommissie en de lastige ligging op het perceel. Een andere kerk waar de hand van Rueter weliswaar niet heel herkenbaar is, maar toch overduidelijk aanwezig, is de Nederlands-Hervormde kerk van Blaricum. De restauratie van de kerk in 1933 werd door Rueter begeleid. Hij ontwierp onder meer een aanbouw en het orgel.

In 1934 ontwierp Rueter het IJsbaanhuisje in Blaricum, nu bekend als restaurant Rust Wat. Ook de woningen aan het Binnendoor met opvallende kopgevels die voorzien zijn van pannen zijn van zijn hand. Na de Tweede Wereldoorlog ontwierp Rueter onder meer arbeiderswoningen aan de Statenkamer in Blaricum en betimmeringen voor een huis aan de Sint Janstraat in Laren.

Rueter stierf in 1963 op zesentachtigjarige leeftijd. Dat zijn werk geliefd is gebleven blijkt uit het grote aantal huizen van zijn hand dat bewaard is gebleven. Bovendien is ook een aantal panden op de rijks- en gemeentelijke monumentenlijsten geplaatst. Met het verschijnen van het overzicht van het werk van Th. W. Rueter in de Bonasreeks is diens oeuvre niet alleen zorgvuldig gecatalogiseerd, maar is er tevens een goed beeld verkregen van het interessante oeuvre waarmee Rueter zijn bijdrage aan het behoud en de ontwikkeling van de schoonheid van Laren en Blaricum duidelijk heeft geleverd.

Willy Beunke-Meekes, Th. W. Rueter (1876-1963), Deel 27 architectuurmonografieën stichting BONAS, Museumpark 25, 3015 CB Rotterdam, bonas@nai.nl, ISBN 90 76643 19 9, prijs 17,25 euro.