Burgemeester van Nispenstraat 29, 1251 KE Laren

Het opmerkelijke leven van August Le Gras

Het opmerkelijke leven van August Le Gras

In het voorjaar las ik het veelgeprezen, 600 pagina’s dikke boek “Grand Hotel Europa”, de recente bestseller van de classicus Leonard Ilja Pfeijffer. Een van de verhaallijnen handelt over de destructieve, maatschappij ontwrichtende gevolgen van het huidige massatoerisme naar Europese steden waarmee de romanfiguur ‘Leonard Ilja Pfeijffer’ wordt geconfronteerd. Overvolle toeristensteden waar de vreemdelingen de stad in beslag nemen en de bevolking doen uitwijken naar andere leefgebieden. 

© Peter C.L. van der Ploeg

Dit artikel is afkomstig uit Kwartaalbericht 149 [2019-3]. Leden van de Historische Kring Laren ontvangen dit kleurrijke boekje 4 keer per jaar. U kunt hier lid worden. Losse nummers zijn à € 4 per stuk in de Lindenhoeve te koop, zolang de voorraad strekt.

Wie is August Le Gras (1864-1915)?

August Le Gras1 (1864-1915)?2

Maar ook de gekte, de absurditeit van elkaar overbiedende ‘wereldreizigers’, die al overal zijn geweest en alles al hebben gezien, over de beste, meest unieke reiservaringen in de minst bezochte en meest afgelegen bestemmingen, zoals een paar dertigers (man en vrouw), dat ‘opsnijdt’ over het meemaken van een authentieke ‘gangrape’ in een afgelegen Indiase provincie. Pijnlijke beweringen, die de zucht naar uitzonderlijke belevenissen, naar avontuur in exotische oorden een ziekmakende dimensie geven. …. Mijn favoriete romanfiguur is een oudere, wijze heer, Patelski, die in een gesprek met romanfiguur Pfeijffer over migratie, dat eigenlijk handelt over de desastreuze gevolgen van het kapitalisme, zegt: “En ik ben het volledig met u eens dat het een uitstekend idee en een leerzame ervaring zou zijn om in contact te treden met de lokale bevolking. Helaas gebeurt dat niet, al zullen compulsieve reizigers daar onophoudelijk over opsnijden. De contacten met de lokale bevolking die zij hebben, blijken, als je doorvraagt, beperkt tot een handvol oppervlakkige gesprekjes in de internationale lingua franca van het rugzakengels.3

Tafel met August Le Gras ‘artefacten’. ©Foto PvdP

Aan dit boek moest ik aan denken bij het lezen van de ruim 100 jaar oude reisverslagen van de schilder August Le Gras4. Hij was werkelijk op zoek naar zeden en gebruiken van de bewoners van de meer afgelegen gebieden in het binnenland van Algerije, leefde in totaal vele jaren in hun midden, leerde hun taal, al werd hij nooit een van hen. Tussen 1890 en 1914, een periode van vijfentwintig jaar, bezoekt hij meermalen en maandenlang plaatsen in Noord-Afrika zoals Tunis en Algiers en bereist hij ook het binnenland van Algerije. In één van zijn laatste geschriften stelt hij zelfs dat hij ”zijn halve leven sleet onder een volk zoo geheel verschillend van de Europeanen”5. En zo is het gegaan want August overlijdt na een korte intense ziekte – pas 51 jaar- eind 1915. Zijn reizen blijken inderdaad zijn halve leven te beslaan. Door zijn vroege dood kwam een eind aan zijn omzwervingen. In zijn tijd zwaaien de Franse bezetters de scepter in deze koloniën. Van massatoerisme is zeker nog geen sprake. Het zijn vooral de gefortuneerden die op reis kunnen gaan en voor hen zijn er al reisgidsen. Daaronder zijn die van Baedeker, die worden geroemd om hun zorgvuldigheid en nauwkeurige beschrijving. Omstreeks 1870 verscheen er een editie6, waarin onder meer Tunis als bestemming voor een excursie wordt beschreven. Zou het nu zo kunnen zijn dat semi-oriëntalist7 August Le Gras als kind al gefascineerd raakte van het verre Noord-Afrika? Zijn vader was boekhandelaar8. Had hij reisgidsen in zijn handelsvoorraad voor welgestelde Amsterdammers? Of kwam de belangstelling van August pas later, bijvoorbeeld nadat hij als 15-jarige student aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam was begonnen? Of misschien enkele jaren later wanneer hij zich in Artis bekwaamt in diertekeningen en kennismaakt met kamelen? Ik hoop het uit te vinden, zodat ik het u kan vertellen. Zijn reisverslagen zijn ook vandaag de dag reuze interessant en zullen ruim 100 jaar geleden de lezers een goede indruk hebben gegeven van een geheel andere cultuur, waarover August meermalen zijn verbazing en genegenheid uitte. Door zijn scherp observerende kunstenaarsogen zijn veel van zijn impressies nog steeds relevant. In een volgende aflevering zal ik daar op inzoomen. Verdeeld over verschillende thema’s zal ik in de komende afleveringen van het Kwartaalbericht mijn verhaal vertellen over deze opmerkelijke man. 

Hij is het tweede kind en de oudste zoon van August Willem Lodewijk Hendrik Le Gras en Johanna Theodora Bolender. Een blik op zijn foto maakt al snel een karakteristieke indruk. Misschien zou ik de artikelenserie ook de titel: “Wie was August Le Gras?” kunnen geven. Het nadeel is dat ‘Gras’ dan gaat rijmen met ‘was’ en dat doet geen recht aan de echte klank van zijn Franse achternaam. Le Gras betekent zoveel als: dik, vet, vettig, corpulent. Er kan ook een andere betekenis aan worden gegeven zoals: ‘de sterke’ of beter nog ‘de onverschrokkene’. Volgens mij komt dat goed overeen met zijn persoonlijke uitstraling zoals die tot uitdrukking komt op de foto.

Wij moeten onze August ook niet verwarren met de andere. Er is ook nog een Auguste Legras, de glaskunstenaar. “Auguste LEGRAS”(1817-1887) die notabene in het geboortejaar van ‘onze’ August zijn bedrijf “LegrasetCie” opricht.9

De familie Le Gras

Tijdens mijn – nog voortgaande – onderzoek naar leven en werk van August Le Gras heb ik via mijn website10 een oproep gedaan om in contact te komen met zijn nazaten. Binnen enkele dagen kwamen er al reacties van verschillende takken van de familie Le Gras. Kort daarop heb ik persoonlijk kennis gemaakt met meerdere familieleden die allen met veel enthousiasme reageerden op mijn plan een boek te schrijven over hun groot- en overgrootvader. Dat begon al met de manier waarop ik zijn naam uitsprak. Op de Franse wijze. Zonder fonetische tekens te gebruiken uitgesproken als: “Legra”, waarbij de ‘s’ niet wordt verklankt. Alhoewel ik ook een bron11 heb gevonden waarin collega-kunstschilders hem aanspreken als “Gras” zoals het klinkt in het groene weidegras. 

De familieleden vonden het prachtig dat ik hen al een en ander kon vertellen over August waar zij geen weet van hadden. Op mijn beurt kreeg ik het nodige te horen van de mondeling in de familie overgedragen anekdotes en verhalen. Er volgden meerdere ontmoetingen en daarbij kwamen nog veel herinneringen boven en ook – letterlijk – op tafel. 

Meer dan 1000 artefacten! Hier versta ik onder: tekeningen, familiefoto’s, foto’s van August’s schilderijen, schilderijen, kranten, tijdschriften, krantenknipsels, brieven, ansichtkaarten, lidmaatschapsbewijzen van schildersverenigingen, reisverslagen, landkaarten, plattegronden, etc. Een grijze plastic vuilniszak zou een burnoes en fez bevatten, nog gedragen door August Le Gras, en zeker meer dan 100 jaar oud zijn. Een boernoes is een kledingstuk, een Arabische mantel. “Een fez is een hoofddeksel dat genoemd is naar de stad Fez in Marokko. Hij wordt gemaakt van vilt en heeft de vorm van een iets taps toelopende cilinder met een kwastje bovenop”12.

Bij het uit de zak halen van de kledingstukken, bleek het echter geen boernoes. Er verscheen een – naar mijn idee – op maat gemaakt kostuum. Meest opvallend oogt de knielange ruime broek. Bijzonder aan de gillette is dat deze niet aan de voorzijde sluit, doch aan de zijkant onder de oksel. Mogelijk om de sluiting af te schermen van inwaaiend zand. Ongetwijfeld heeft August zich dit kostuum tijdens een van zijn vele reizen naar Noord-Afrika door een kleermaker in een souk13 in Tunesië of Algerije laten aanmeten.

Caspar Le Gras in het Arabisch maatkostuum © foto PvdP

Op de foto wordt het gedragen door zijn achterkleinzoon Caspar Le Gras die het graag wilde presenteren met op de achtergrond een schilderij van de hand van zijn overgrootvader. De afgebeelde kamelen (camelus dromedarius; de kamelen van het midden-oosten) zijn de ‘schepen van de woestijn’ ingezet als last- en rijdieren.

Ook de oudere familiegeschiedenis van de familie Le Gras is boeiend. Het verhaal gaat terug naar een non met de naam Mademoiselle Le Gras – Soeur Louise de Marillac – (1591-1660) die door Rome heilig is verklaard14. Maar zover terug in de tijd wil ik nu niet gaan.

De jongensjaren van August Le Gras 

De enige en dus belangrijkste bron met informatie over de jeugd van August is het artikel van J. Everts jr.15 in Boons Magazijn16 over zijn gesprek met hem in 1906. Misschien biedt een ander interview nog een spannende aanvulling, maar buitengewoon jammer, ik heb het in geen van de door mij geraadpleegde archieven aangetroffen.

Wonder o wonder

Heeft u deze krant misschien?

In 1907 start Cornelis Willem Hendrik Verster-van Wulfenhorst, broer van de schilder Floris Verster, op verzoek van de Hilversumsche Courant een serie over Gooise schilders. De eerste in de reeks is de dan in het Gooi alom bekende August Le Gras. Het verhaal over hem is verdeeld over drie artikelen. Helaas heb ik het tweede artikel niet kunnen achterhalen. De Hilversumsche Courant van 23-11-1907 met het tweede van deze drie artikelen ontbreekt in de archieven. Niet bij: Koninklijke Bibliotheek, Delpher, Streekarchief Gooi en Vecht, Instituut voor Sociale Geschiedenis en helaas ook niet in het familiearchief van de Familie Le Gras.

Daarom volgen we Everts jr. en zal ik hier en daar wat kanttekeningen maken en opmerkingen plaatsen. Everts schrijft dat de vader van August “een Franschman en zijn moeder van Duitsche bloede was”

Vaders kant van de familie

Toch vinden we voor August Willem Lodewijk Hendrik Amsterdam als geboorteplaats17 en wel op 22 januari 1819. Diens vader – Antoine Henri – is echter wel in Parijs geboren (28-8-1784) en in 1810 getrouwd met Denise Louise Henriette Moulinneuf, geboren op 30 augustus 1787 in Amsterdam18. Deze Antoine Henri, de grootvader van August Johannes Le Gras, heeft een boekhandel ‘Le Gras Imbert en Compagnie’ gedreven aan het Rokin 56 in Amsterdam19. Na overlijden van Antoine Henri op 22-4-1831 wordt de zaak voortgezet door zijn weduwe onder de naam: ‘Veuve Le Gras Imber​t & Cie’ aan Rokin no. 139. Vervolgens wordt de zaak overgedragen aan hun oudste zoon Gabriel Henri (geb. 19-3-1811)20 De boekhandel lijkt met name gericht op Franstalig aanbod.

Moeders kant van de familie 

De vader van Johanna Theodora Bolender – Johannes Bolender geb. 19 juli 1801 – is afkomstig uit Wehrda (Hessenweerd bij Fulda) in midden-Duitsland als hij zich in Amsterdam vestigt en als beroep logementsbediende opgeeft. Zijn vrouw Maria Catharina Pronk (geb. 4 nov. 1802) blijkt in Amsterdam geboren en is winkelierster21. De vermelding van Everts. Jr. is in zoverre van belang dat dit een hint zou kunnen zijn voor de talenkennis van het Duits en Frans van August zoals wij later zullen zien. Nu er een generatie tussen ligt, lijkt die meer rudimentair, anders zou je nog kunnen denken dat hij misschien meertalig werd opgevoed. Het geloof van de zijde van Le Gras blijkt rooms-katholiek (u leest dadelijk waarom dat van belang is) en van de zijde van de Bolenders Evangelisch Luthers.

Geboortehuis

Kalverstraat 210, Amsterdam

Soms zie je op een woning of gebouw op ooghoogte een gedenkbordje om je attent te maken op een of ander historisch feit. Het gebouw is bijvoorbeeld een belangrijk ontwerp van een beroemd geworden architect of het geboortehuis van een gerenommeerde wetenschapper. Ik ben heel benieuwd waar de gedenkplaat van August Le Gras op de muur kan worden bevestigd. August is geboren in Amsterdam. Maar waar? Het gezin Le Gras- Bolender verkaste regelmatig van het ene naar het andere adres in Amsterdam. Op basis van het bevolkingsregister is het de Kalverstraat22. Op nummer 21023 kan zijn bordje aan de muur.

Woonhuis

Hoe anders is het voor het bekende en opvallend monumentale woonhuis in Laren van het gezin Le Gras-Smits met de schitterende Sint Lucas24 os-sculptuur op de zuidelijke gevel. Een gedenkplaat op zichzelf. Hier woonde een levendig gezin met meestentijds een bonte menagerie van kippen, eenden, konijnen, honden, enz. Hier leefde het gezin een aantal overwegend heel gelukkige en actieve jaren van 1906 tot 1915 toen leverkanker25 het gezinshoofd bij vrouw en kinderen wegnam. August Le Gras overleed op 1 november 1915 en liet een jong gezin achter dat al gauw genoodzaakt was het indrukwekkende familiehuis te verkopen. 

We pakken de draad weer op bij Everts jr.: “Daar zijn ouders onbemiddeld, en eigenlijk nog minder dan dat, waren, ging hij slechts tot zijn elfde jaar ter school.”

Het moet een excellente lagere school zijn geweest, als we bedenken hoe de jonge, maar ongetwijfeld talentvolle August zich gedurende zijn leven ontwikkelt, maar het enkele feit dat zijn ouders onbemiddeld waren, maakt hen niet on-ontwikkeld. Deze gedachte wordt versterkt als we later zien dat August, zijn broer en beide zussen partners in (ge-)goede families trouwen.

“Op welke leeftijd hij een baantje bij het kantongerecht kreeg. Hij bleef er een jaar, en fungeerde daarna drie jaar als kantoorbediende op een likeurstokerij. Wegens lichaamszwakte echter, moest hij ook deze betrekking laten varen en richtte toen, noodgedrongen, een eigen zaak op: een tapperij en slijterij op de hoek van de Spuistraat en de Wijdesteeg te Amsterdam, welke affaire nog heden ten dage bestaat. Hij was toen vijftien jaar en er zullen er weinigen zijn, die op dien leeftijd al met zoveel zorgen te kampen hadden; want behalve in zijn eigen onderhoud moest hij ook voor een groot deel in dat van zijn geheele familie helpen voorzien, wijl zijn vader daartoe niet langer in staat was. Evenwel hij wist zich er door heen te slaan en niet zonder een zekeren, mijn inziens rechtmatigen trots, vertelt hij hoe hij – wanneer er in de tapperij niets meer te doen viel – “met den kruiwagen voor zijn buik” er op uit trok om de klanten aan huis te bedienen. Legras heeft dus wel bittere leefomstandigheden gekend, en ’t is slechts aan z’n gave van initiatief en onuitputtelijke levenslust en – kracht, te danken dat hij er niet bij ten onder ging.”

Merkwaardig toch, de inhoud van deze zinnen. Te zwak van lichaam voor kantoorbediende, stellen we ons August nu voor als een lange, misschien wat slungelige puber, die duidelijk in een groeifase zit, het kantoorwerk niet aan kan volgens zijn werkgever en dan als vijftienjarige een eigen horecazaak begint, waar sterk alcoholische dranken worden verkocht, en met volgeladen kruiwagen de klanten in het centrum van de stad opzoekt. Nog los van het idee dat een vijftienjarige, als onvolwassene zeker niet zonder steun van een verantwoordelijke ouder of eventueel een andere volwassene een drankzaak kon drijven. Mogelijk waren hier toch familieleden zoals zijn vader en moeder bij betrokken26 hetgeen zou kunnen blijken uit het feit dat het gezin ook woonde op de hoek van de Spuistraat en de Wijdesteeg. Het gezin is in deze jaren (1878-1880) compleet; vader August en moeder Johanna hebben vier kinderen, allen in Amsterdam geboren: 
Maria Catharina (26 december 1861);
August Johannes (28 februari 1864);
Johanna Louisa (7 juni 1865);
Johannes (23 mei 1875).

Het begin van een kunstenaarsbestaan

“Gelukkig voor hem echter kreeg zijn moeder kort daarop een erfenisje, waardoor althans de nijpenste financieele nood geweken was, en Legras eindelijk aan zijn lang gekoesterd verlangen voldoen kon: het teekenen te leeren.”

Helaas komen we hier niet te weten of August misschien als leerling op de lagere school al uitblonk in tekenkunst en creativiteit. Het is onvoorstelbaar dat hij zonder de nodige aanleg en vaardigheid zou worden toegelaten op de academie. Uit onderzoek is bekend dat naast talent ook vele duizenden uren oefenen en goede begeleiding noodzakelijk zijn om op een onderscheidend niveau te presteren.

“Zoo bezocht hij in den vervolge elken dag de academie en bediende ’s avonds27 de klanten. Daar de zaak evenwel toch niet floreerde, werd ze na drie jaar verkocht. Legras kon zich nu voortaan geheel aan het teekenen en ook aan het schilderen wijden; maar hij nam daarbij teevens de zware taak op zich in z’n vrijen tijd voor den familie grotendeels de kost te verdienen, door onder anderen portretten naar foto’s te maken en lessen te geven, dezen laatsen tegen den civielen prijs van een kwartje per uur. Echter wist hij toch ook nog tijd te vinden om serieus te arbeiden.”

Familie Keers-Legras Foto: Stadsarchief Amsterdam Studio Merkelbach

Op deze foto: Elisabeth Laseur, Leendert Keers sr. (commissionair in effecten), Gerrit Keers, Johanna Louise Christina Keers (geb. 27-11-1897) dochter van Johanna Louise Christina Le Gras en in uniform Leendert Keers jr.

August de kostwinner 

Op 22 september 1887 verdwijnt August Willem Lodewijk Hendrik uit het Amsterdamse bevolkingsregister en uit het gezinsleven van het gezin Le Gras-Bolender. Vanaf nu staat moeder Johanna Theodora te boek als gezinshoofd. August Johannes, oudste zoon is dan 23 jaar en zijn jongere broer, Johannes 12 jaar. De oudste dochter, Maria Catharina, 25 jaar, is dan al getrouwd en wel op 29 december 1881 met de Amsterdamse Koopman Johannes Hendrik Pante (geboren 7 oktober 1858) en heeft het ouderlijk huis in januari 1882 verlaten. Zij bevalt tussen 1882 en 1892 van zes kinderen, vijf dochters en een zoon genaamd August Johannes (geb. 1891). De jongere zus van August Le Gras, Johanna Louisa, 22 jaar, woont nog wel bij het gezin. Zij trouwt met de marineofficier Leendert Keers jr. 

Op gezag van Everts jr. nemen we aan dat August omstreeks zijn 15e jaar ca. 1880 de enige of belangrijkste kostwinner is voor het gezin. Zijn vader was daartoe kennelijk al langere tijd niet in staat. In verschillende publicaties poneert men de idee dat de vader mogelijk al op jonge leeftijd is overleden28. Daarvan is echter geen sprake. Op 22 september 188729 belandt August Willem Lodewijk Hendrik in het Rooms Katholieke gesticht in Heel-Panheel nabij Venraij in Limburg. Hier overlijdt hij op 14 december 1899 op 80-jarige leeftijd. 

Het Klooster in Heel of Kasteel Heel staat ook bekend als het Sint-Josephgesticht nadat het in 1880 door de kloosterorde broeders van de Heilige Joseph werd gekocht. Het fungeerde als weeshuis en als opvang voor verstandelijk gehandicapten30. Vandaag noemen we deze soort instellingen zorginstellingen. Vader August zal door zijn aandoening, welke dit dan ook was, want onbekend, niet in staat zijn geweest zijn gezin met inkomsten uit werk te onderhouden. We mogen ook aannemen dat zijn gedrag, veroorzaakt door zijn aandoening, onverdraagbaar is geworden voor zijn vrouw en kinderen en uit huisplaatsing de oplossing werd. Ik heb geen informatie gevonden over of en hoe zijn gezinsleden daarna contact hebben onderhouden met hun vader. Curieus is wel, dat toen August Le Gras en Pierette Smits op 2 november 1899 trouwden, in het huwelijksregister werd vastgelegd dat de vader van August was overleden31; een zestal weken voor zijn overlijden volgens de stukken in het gemeentearchief Venraij.

We keren terug naar Everts jr.: Van jongsaf had zich bij hem een grote liefde voor dieren geopenbaard en nu ging hij elken zaterdag naar Artis, waar hij dankzij de werkelijke welwillendheid van de directeur, de heer Westerman32, die hem o.a. een afzonderlijk kamertje voor z’n arbeid afstond, veel en met goed resultaat heeft kunnen werken. Zoo ontstond in dezen tijd (1882) het hiernevens geproduceerde “Dood aapje”, welk sympathiek onderwerp, in een licht kleur-gamma gehouden, tot één der beste schilderijen van Legras uit dien tijd behoort.”

In de Hilversumsche Courant van 22-12-1906 vergelijkt kunstrecensent en August Le Gras adept C.W.H. Verster33 het dode aapje van Le Gras met werk van Gabriel Max34. Wonderlijk genoeg heeft hij dat werk van Le Gras slechts als “pover-geslaagde reproductie gezien”, nimmer dus zag hij het originele werk in met eigen ogen… ”maar waarvan die reproductie mij toch zeide, dat ‘t knapper werk moest zijn dan Gabriel Max’ doode chimpansé”, aldus Verster.

“In 1886 maakte hij van een groep kameelen in Artis een ets, welke o.a. door het Prentenkabinet in Amsterdam werd aangekocht.“

Hier onderbreek ik Everts jr. weer even. Opvallend is de figuur van de kleine kamelenbegeleider, die aanligt tegen de zittende kameel, die is toegevoegd aan de groep van vier kamelen. De kamelen lijken duidelijk geplaatst in hun ‘natuurlijke’ omgeving en niet in Artis te verblijven. Deze ets maakt August Le Gras ongeveer vier jaar voor zijn eerste reis naar Noord-Afrika.

Kamelen Rijksprentenkabinet (Rijksmuseum)

In het Prentenkabinet ontdekte ik iets betreffende deze aankoop. In een brief35 gedateerd 25 augustus 1886 herinnert Le Gras de directeur van het Prentenkabinet, Johan Philip van der Kellen (1831-1906)36, er aan dat de rekening nog openstaat voor de ets van de kamelen fl. 20,- en de proefjes tijgerkop fl. 10,-. In het familiearchief Le Gras bevindt zich een etsplaat van een tijgerkop. Het Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis bestempelt August Le Gras naast schilder en tekenaar ook als etser. Toch ken ik geen andere etsen van hem. Ik ga er dan ook van uit dat hij slechts enkele etsen heeft geproduceerd, mogelijk als onderdeel van studie.

Tijgerkop Bron Rijksprentenkabinet (Rijksmuseum); Etsplaat tijgerkop uit Familiearchief Le Gras

Op reis

Er is nog veel te vertellen en te ontdekken. Onze reis om August Le Gras beter te leren kennen is begonnen en als moderne toeristen reizen we 100 jaar en langer terug naar de authentieke reiservaringen zoals verwoord, opgetekend, vastgelegd en opgeslagen in de reisverslagen, tekeningen, schilderijen en artefacten die August Le Gras ons heeft nagelaten.

Met hartelijke dank aan: Familie Le Gras

Voetnoten

  1. De naam Le Gras wordt op verschillende wijzen geschreven: Legras, le Gras, Le Gras. Ik kies voor Le Gras
  2. In het nieuwsblad nr. 5 van de Vereniging Vrienden Nieuwe Kunst 1900 (VvNK) verscheen eind 2018 een monografie over August Le Gras geschreven door Sylvia Alting van Geusau. Een keurige aanzet voor een beknopte biografie, maar verre van volledig en op diverse plaatsen niet correct. www.vvnk.nl/vereniging/#nieuwsblad
  3. Citaat: Grand Hotel Europa, Ilja Leonard Pfeijfer, De Arbeiderspers, 2018
  4. August Le Gras is ook de oprichter geweest van de eerste Gooise Schildersvereniging; “Club de Tien”. Ik schreef vier artikelen over deze succesvolle voorganger van de Vereeniging Beeldende Kunstenaars Laren Blaricum. HKL-Kwartaalbericht 140 t/m 143.
  5. Artikelenreeks: “Maatschappelijke verhoudingen onder Arabieren”; door August Le Gras; vijf afleveringen; Zaansche courant; april 1915  
  6. Baedeker, Karl Titel: Italie. Troisieme Partie: Italie Méridionale et la Sicile, aux iles Lipari, à Malte, en Sardaigne, à Tunis et à Corfou
  7. Ik spreek hier van semi-oriëntalist omdat hij ook een duidelijk Hollands oeuvre heeft gemaakt
  8. Stadsarchief Amsterdam 
  9. LeGras and Cie – In 1864 opgericht door August Legras (1817-1887). Het bedrijf was erg succesvol in het maken van een ruime collectie tafelgerei. Zij fabriceerden ook decoratief glaswerk gebruikmakend van verschillende technieken waaronder: gemarmerd glas, geëmailleerd en verguld glas. www.johnnicholsonfineart.co.uk/department/legras-and-cie-august-legras-tableware-decorative-glass-marbled-glass-enamelled-gilded-glass-bottles-cameo-glass
  10. www.eyeopener.biz
  11. Boon’s Geillustreerd magazijn; Land van Mauve; Laren en zijn schilders; Aug. Legras; door J. Everts.jr; 1906 
  12. https://nl.wikipedia.org/wiki/Fez_(hoofddeksel)
  13. Een soek (Arabisch: , ook wel esouk, souk, souq, of suq) is een Arabische markt. De soek bevindt zich vaak in de open lucht. In een iets groter dorp of een stadje is hij vaak overdekt. Vele handelaren proberen hun handel te verkopen volgens een methode die heel anders is dan men in Europa gewend is. https://nl.wikipedia.org/wiki/Soek
  14. Boek: Sainte Louisa de Marillac; door J. Calvet; Uitgeverij: Aubier. Zie ook Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Louise_Legras-de_Marillac
  15. Johannes Everts jr.(1878-1945), Nederland letterkundige; Bron:Wikipedia.  Nadat Nico van Harpen in 1905 zijn Larensche kunsthandel opende, nam Everts zijn rubriek “Het land van Mauve”, Laren en zijn schilders, dat werd gepubliceerd in het tijdschrift  Boon’s Magazijn, van hem over. Enige tijd later startte van Harpen zijn eigen uitgave: Land van Mauve. Zie mijn artikelen over de Larensche Kunsthandel van Van Harpen in Kwartaalbericht 136 t/m 139 van de Historische Kring Laren
  16. Zie noot 11
  17. Stadsarchief Amsterdam 
  18. Stadsarchief Amsterdam; Doopregisters voor 1811 en familiearchief Le Gras 
  19. Familiearchief Le Gras 
  20. Delpher: Jaarboekje voor den boekhandel 1839
  21. Stadsarchief Amsterdam 
  22. Stadsarchief Amsterdam Bevolkingsregisters 1864-1874: NL-SAA-67465304
  23. Zie ook www.monumenten.nl/monument/2123
  24. Sint Lucas is de patroonheilige van artsen, kunstschilders en beeldsnijders; zie: Wikipedia
  25. Verklaring van August Le Gras dochter Louise Pauline Westerling Le Gras in de “Hondenwereld” Kerstnummer 1979; ‘Het verhaal van de mysterieuze kunstenaar’ door van Ommeren Kloeke 
  26. De familie woonde medio 1878-1880 aan de Spuistraat 217 op de hoek met de Wijdesteeg en de vader staat in deze periode bij het bevolkingsregister ingeschreven als boekhandelaar. SAA-34147255
  27. Volgens de monografie van Sylvia van Alting Geusau (zie noot 2) ging August vanaf 1879 in de avonden naar de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam
  28. Zoals bijvoorbeeld in de monografie over August Le Gras geschreven door Sylvia Alting van Geusau zie: noot 2 
  29. Hier verschillen Stadsarchief Amsterdam en Gemeentearchief Venraij (voor Heel -Panheel). Volgens het Gemeentearchief Venraij arriveert August Willem Lodewijk Hendrik op 30 april 1889. Was er misschien eerst sprake van een tijdelijke uithuisplaatsing, die later definitief bleek?
  30. Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kasteel_Heel
  31. Stadsarchief Den Haag 
  32. Dr. Gerardus Frederik Westerman (1807-1890), een van de oprichters van Artis. Hij leidde de dierentuin van 1840 tot aan zijn dood in 1890. Westerman was ook medeoprichter van kunstenaarsvereniging Arti et Amicitae. Al in 1839 maakte hij het mogelijk voor leden van Arti inspiratie op te doen in Artis. Bronnen: http://artis.rkdmonographs.nl/directeuren en https://nl.wikipedia.org/wiki/Arti_et_Amicitiae
  33. Cornelis Willem Hendrik Verster-van Wulfenhorst (1862- 1923). Verster toont zich onbeschaamd een groot liefhebber van de persoon en het werk van August Le Gras
  34. Gabriel Cornelius Ritter von Max (23 augustus 1840, Praag – 24 november 1915)
  35. Rijksmuseum-Rijksprentenkabinet objectnr. RP-D-2017-114
  36. Directeur van het rijksprentenkabinet 1876-1896