Burgemeester van Nispenstraat 29, 1251 KE Laren

Het is oorlog en je bent jong en je wilt wat…

Het is oorlog en je bent jong en je wilt wat…

Sinds 1942 waren Jopie Duurland en Nettie Bakker dik bevriend! Het was altijd erg gezellig en een zoete inval in huize Duurland. “Als een kamer nieuw behangen was, moest dat gevierd worden”, zó hield je de moed erin! Nettie was graag en veel op het Zevenend bij haar vriendin Jopie. In hun vriendinnengroepje zaten verder Gerda Brouwer, Fien Frijters (dochter van de politieagent), en ook de zusjes van Jopie, Ine en Lia, waren regelmatig van de partij. Zo fietsten of liepen ze in de zomer van 1943 en 1944 regelmatig naar Loosdrecht om daar te zwemmen of te zeilen. 

Dit artikel is afkomstig uit Kwartaalbericht 123 [2013-1]. Leden van de Historische Kring Laren ontvangen dit kleurrijke boekje 4 keer per jaar. U kunt hier lid worden. Losse nummers zijn à € 4 per stuk in de Lindenhoeve te koop, zolang de voorraad strekt.

Antoinetty van den Brink

Op de eilandjes in de Loosdrechtse plassen zaten heel wat jongemannen/jongens ondergedoken. Ook voor hen was het wát gezellig als er dames hun kant op kwamen zwemmen. Mijn moeder (Nettie) heeft nog járen een zijden sjaal gehad, waarbij ze met een weemoedige blik vertelde dat die van ene Wim was die ze in de oorlog had ontmoet op Loosdrecht. (Aangezien Nettie mijn moeder is, weet ik zeker dat deze Wim niet mijn vader is geworden!). Jaren later werd Jopie mijn peettante en nu, in 2013 heb ik haar geïnterviewd en gevraagd naar het verhaal dat mijn moeder vaak aanhaalde, maar nooit in zijn geheel vertelde. Mijn moeder dementeerde al jong en met name tóen had ze het heel veel over Friesland. Iedere kuil in de weg of brug, was voor haar een herinnering aan ‘de fietstocht naar Friesland’. Het dagboek waarin mijn moeder uitvoerig hierover schreef, ligt ergens in een opslag. Zodra dat ‘boven water is’ zal het onderstaande verhaal wellicht nog enige aanvullingen krijgen.

vlnr voor: Jopie Duurland, Nettie Bakker, Fien Frijters.
Vlnr achter: Lia Duurland, Ine Duurland, Gerda Brouwer, zomer 1944

De een had een schapenwollen vest -uiteraard als Larense dochter zelf gebreid- de ander leende de fiets én een warm jasje van haar zus en kreeg van haar vader een stok mee om de sneeuw tussen de spaken uit te kunnen halen: Nettie Bakker (Heideveldweg, dochter van Anton ‘van Hamdorff’) en Jopie Duurland (van het Zevenend) besloten half januari 1945 richting Friesland te gaan om linnengoed en vitrage te ruilen voor voedingsmiddelen. Voorbereiding? Nul. 

Nettie, die op 11 januari 18 was geworden, stond een paar dagen na haar verjaardag bij Jopie op de stoep en vroeg of ze mee ging naar Friesland. Op mijn vraag of honger bij een van beide families de reden was, was het antwoord ‘nee, niet echt’. De voornaamste reden was dat Nettie iets wilde ondernemen. Het was oorlog, de winter was koud en lang en zij waren jong! En, ze had gehoord dat je in Friesland linnengoed en vitrage kon ruilen tegen voedingsmiddelen. Jopie vertelde dat het zo altijd ging: de ondernemende Nettie bedacht steeds iets anders. Maar dit was wel heel spannend. De -vrij recente vriend van Jopie – vond het maar niks, veel te gevaarlijk twee jonge meiden alleen op pad en hij was kwaad. Vader Duurland echter gaf, praktisch als hij was, Jopie een stok mee om de sneeuw tussen de spaken te lijf te kunnen gaan (en wellicht had hij nog andere ‘storende elementen’ in gedachten), en wenste ze een goede reis. In hun tassen zat vitrage en linnengoed. 

foto van Jopie (links op foto) en Nettie: Leeuwarden, januari 1945 en onder: de achterzijde.

De eerste dag kwamen ze tot Nijkerk. Na een aantal malen tevergeefs bij boeren aangebeld te hebben voor onderdak, vonden ze tenslotte een gastvrije boerin en ze mochten op de deel slapen. Het was Nettie die steeds het woord deed en ook hier had ze de boerin ervan kunnen overtuigen dat ze rust nodig hadden, ze waren immers op weg naar Friesland, nog een heel eind te gaan. Jopie echter heeft die nacht geen oog dichtgedaan. Recht boven haar hoofd stond een koe en tot vandaag de dag herinnert ze zich de kwijlende, roze bek van koe Berta (of Annie of Clara). De volgende morgen maakte de moederlijke en zorgzame boerin een bord pap voor de beide meisjes klaar. Nettie echter zei dat ze niet van pap hield … Jopie schaamde zich diep om het verwende gedrag van haar vriendin. “Maar als je nou écht niet van pap houdt?”, was het antwoord van Nettie! 

In de vroege ochtend stapten ze weer op hun fiets. Toen ze bij de IJsselbrug aankwamen, konden ze niet verder. De brug was afgesloten. Tja, dat krijg je als je je niet voorbereidt en gewoon op weg gaat. Na veel overleg en gepraat – en ongetwijfeld geflirt- kreeg Nettie het bij de Duitse wachters voor elkaar dat ze mochten passeren. Zo ging het altijd, vertelde Jopie. Nettie had altijd direct de ogen op haar gericht en kreeg met haar koppie en charmante babbels alles voor elkaar. Ze vervolgden hun weg om er achter te komen dat Friesland toch veel verder lag dan ze zich konden herinneren van de topografielessen op hun Larense ULO-school.

Ze besloten te liften. Uiteindelijk konden ze met een vrachtwagen meerijden. De fietsen achter in de bak en de dames voorin. De Friese chauffeur en zijn bijrijder echter werden naar de zin van de dames, wat al te jolig en het feit dat ze fries spraken en vervolgens grinnikten, maakten het vertrouwen er bij de beide meisjes niet groter op. Jopie vond het wel genoeg en ze zeiden dat ze bijna op hun bestemming waren dus dat ze hen eruit konden laten. Ze waren nu vrijwel in Leeuwarden, maar hun doel echter was noordelijker, daar waar de boeren die wellicht behoefte hadden aan linnengoed …

Ze trapten dapper door. Over de onderhandelingen bij de boeren en de ruilhandel wordt niet al teveel herinnerd. Alleen dat ze met volle tassen aan de sturen en een overladen fiets van Nettie weer op weg gingen richting Leeuwarden. Een grote zak met meel lag op de stang onder het zadel en dat belemmerde het fietsen. Jopie kón tenslotte niet meer en meldde dat ook terwijl ze op de grond ging liggen. Haar accu was helemaal leeg. “Ik doe het gewoon niet meer!”

Terug in Leeuwarden vonden ze onderdak bij een ouder echtpaar. Daar ook hoorden ze dat ze definitief niet terug konden via de IJsselbrug. Ze moesten iets anders bedenken. Bij een boerderij verderop konden ze het thuisfront telefonisch laten weten dat ze veilig waren in Leeuwarden en onderdak hadden. Deze boerenmensen gaven na het telefoongesprek melk mee voor hun buren die de twee meisjes zo gastvrij hadden opgevangen. Tijdens hun verblijf daar kwamen er op enig moment twee ‘vrouwen’ de kamer binnen. Het bleek zoon Ype te zijn en zijn vriend –beiden bij de burgerwacht, en voor de zekerheid als vrouwen verkleed- die polshoogte kwamen nemen. Jopie en Nettie sliepen op twee kleine kamertjes. In ruil voor de gastvrijheid hielpen zij de boerin met schoonmaken. 

Ze hadden echter geen idee wanneer ze richting het Gooi zouden kunnen gaan. Op advies van hun gastheer gingen ze iedere dag naar de haven om aan vrachtboten overtocht te vragen naar Amsterdam. Gedurende veertien dagen waren ze iedere dag in de haven te vinden en daar liepen ze boot na boot af. Ergens in die veertien dagen besloten ze naar een fotograaf in de stad te gaan om een foto samen te laten maken als herinnering aan hun tocht. 

Eindelijk hadden ze ‘beet’. Ze konden met een aardappelboot mee naar Amsterdam. De hele nacht lagen ze met nog een stel anderen in het ruim bovenop de aardappelen. Ook hun fietsen lagen daar. Jopie werd zeeziek en mocht –bij wijze van uitzondering- van de kapitein tegen de warme! pijp aanliggen. Er werden wat aardappelen gekookt in de kombuis. Een klontje boter uit de voorraad van Jopie en Nettie, maakte dit tot een feestmaal. Vlak voor de haven van Enkhuizen, zijn ze beschoten. Jopie herinnert zich dat ze heel bang waren daar beneden in het ruim, maar verder geen details. Uit Netties verhalen weten we dat het zeer benauwde uren waren en dat de kapitein om zich heen liep te schreeuwen. (Wellicht staat dit ‘in mijn dagboek geschreven).

Anton Bakker (papa), links op de foto en H of M Majoor, wachtje kloppen bij ‘de Laar’ ’t café. 1941

In Amsterdam, met weer vaste wal onder de voeten, gingen ze op zoek naar het adres van iemand die dat aan Nettie had gegeven voor het geval ze hulp nodig had. Nettie was hier echter nog nooit geweest. Zwerven door de stad. Wederom lopend –de zak met meel lag nog steeds op de stang en de tassen met boter hingen nog aan hun sturen-vonden ze wonderwel het adres. Hun idee was om de zware zak af te geven, naar Laren te fietsen en de volgende dag terug te komen om de zak dan in kleinere zakken te verdelen en op die manier naar huis te kunnen brengen. Maar, eenmaal aangekomen op het adres, zag dat er zó onbetrouwbaar uit, dat ze besloten door te lopen (!!) naar Laren en de zak helemaal niet af te geven! Tegen middernacht kwamen ze aan op het Zevenend: ongewassen en dood- en doodop troffen ze daar Richard, de vriend van Jopie die iedere avond kwam kijken of zijn meisje al was teruggekeerd. Ze trouwden op 4 juli 1946, twee dagen nadat Nettie haar ja-woord had gegeven. De oorlog én de bijbehorende avonturen lagen definitief achter hen!