Geachte redactie,

Geachte redactie,

Wat een heerlijk, voor mij nostalgisch kwartaalbericht. Ondanks dat ik maar tot mijn twintigste in Laren heb gewoond voel ik me nog steeds Laarder.

Dit artikel is afkomstig uit Kwartaalbericht 122 [2012-4]. Leden van de Historische Kring Laren ontvangen dit kleurrijke boekje 4 keer per jaar. U kunt hier lid worden. Losse nummers zijn à € 4 per stuk in de Lindenhoeve te koop, zolang de voorraad strekt.

Familie Bert Brugman, ze woonden aan de Engweg tegenover ons. Daar weet ik niet veel meer van, we hadden er geen contact mee. De familie is verhuisd naar Blaricum. Ik zie de naam Gé van der Pol, volgens mij woonde hij ook aan de Engweg, maar dan verderop, over de St Jansstraat. Doodwegen? Het zijn volgens mij gewoon dagelijkse paadjes die toevallig ook langs het kerkhof kwamen. Als je vanuit richting Zeveneind kwam en je moest naar Hilversum liep je daarlangs. En dat zal al wel eeuwenlang zo geweest zijn. In het Australische verhaal herken ik veel: Alleen al de naam Thuys. Al vroeg mocht ik voor mijn vaders schildersbedrijf, verf etc. ophalen bij van de Brink en Thuys, een groothandel in verf en aanverwante zaken. Garage Majoor noemt hij. Een heel persoonlijke kennis. In de oorlogswinter reden Joop Mol en Jan Majoor in de vrachtwagen van Van Dijk voor de voedselvoorziening. Die vrachtwagen reed ’s nachts. Er was in die tijd geen benzine daarom had die wagen een houtgasgenerator. Maar die moest ’s morgens weer helemaal schoongemaakt en opgeladen worden. Dat was mijn taak. En ook de kapotte banden repareren. Jan en Joop kwamen ’s middags weer de truck repareren en klaarmaken voor de volgende rit.

Weer terug naar de Australische herinneringen. Het huis achter de winkeltjes. Daar woonde Meester Bakker, en ook Jan de Leeuw, de “veilingmeester” bij veilingen. Ook Willy Peters woonde daar. De dirigent van het St. Janskerkkoor. Een bijzonder man. Veel te lief voor ons jongenskoor. Wat hebben we hem gepest Toch beloonde hij ons met repen chocola. Maar we zongen wel de 8 stemmige Mis van Palestrina! Een bijzondere man.

Zo maar even een reactie, G.J. van der Veer


Geachte redactie,

In het artikel ‘Een Australische groet’ refereert de heer Thuys aan mijn artikel over het huis van Bernard Pothast in het Kwartaalbericht van de Historische Kring, Nr 109 (2009-3). Ik zou graag meer weten over de schuilkelder, die zich blijkbaar in de tuin van ‘Einde Gooi’ bevond. Kan ik op een of andere manier in contact treden met de heer Thuys? 

Met vriendelijke groet,  M.M.A.C. Langenhuijsen