Burgemeester van Nispenstraat 29, 1251 KE Laren

André Idserda 1879–1952

André Idserda 1879–1952

Kunst uit het dorp van Mauve

André Idserda werd op 16 maart 1879 in Vlagt­wedde (Groningen) geboren en was geen gemakkelijk kind. Hij kon moeilijk in het gareel lopen en wilde vrij zijn om zijn eigen weg te volgen. De lagere school leverde niet veel moeilijkheden op, zijn weglopen van huis en spijbelen niet meegerekend.

Dit artikel is afkomstig uit Kwartaalbericht 124 [2013-2]. Leden van de Historische Kring Laren ontvangen dit kleurrijke boekje 4 keer per jaar. U kunt hier lid worden. Losse nummers zijn à € 4 per stuk in de Lindenhoeve te koop, zolang de voorraad strekt.

Mary van der Schaal

Zoals bij vele kunstenaars kwam zijn liefde voor de schilderkunst al jong tot uiting. Als hij de kans kreeg, op wat voor een manier dan ook, ging hij naar allerlei exposities van beeldende kunstenaars en toen hij op een keer in het Stedelijk Museum van Amsterdam gefascineerd werd door een Drents heidelandschap, besloot hij zich toe te leggen op de schilderkunst. 

Stilleven; olieverf op doek – collectie Gemeente Laren

Toen André 12 jaar was verhuisde het gezin Idserda naar Amsterdam omdat Pa Idserda, die douanebeambte was, werd overgeplaatst naar die plaats. Daar doorliep hij de HBS en kreeg uiteindelijk toestemming van zijn vader om voor tekenleraar te gaan studeren. 

Maar ook dat ging mis want na een lange tijd in het gareel gelopen te hebben ontvluchtte hij zijn huis en ging lopend naar Antwerpen. 

Hij had namelijk vernomen dat je daar gratis lessen aan de Academie kon volgen. 19 Jaar was hij toen hij tot zijn grote vreugde werd aangenomen en de lessen op de Academie kon gaan volgen. Hij studeerde onder leiding van historie- en genreschilder Juliaan de Vriendt, directeur van de Academie. Een teken dat het talent van André was opgemerkt. Ook daarvan kreeg hij op een bepaald moment genoeg en stopte met studeren.

Havengezicht; olieverf op doek

Om aan de kost te komen verhuurde hij zich als huisschilder bij een schildersbedrijf als murenwitter. ‘s Avonds zat hij in de kroeg en tekende karikaturen van de bezoekers, die hij grif verkocht.

Tijdens zijn studie had hij enkele vrienden gemaakt die dezelfde levens- beschouwing hadden als hij, en ’leve de vrijheid’ in het vaandel droegen. Net als André woonden zij in een klein zolderkamertje waarvan luxe geen sprake was. Uiteindelijk besloten zij om samen een huis te huren. Voor een krats konden zij even buiten Antwerpen, een grote vervallen woning huren waar geen enkele deur fatsoenlijk sloot, alle ramen stuk waren en het dak aan alle kanten lek was.

Jong vee aan een bosrand; olieverf op doek, 45 x 60 cm; gesigneerd, l.o. A. Idserda

Daar voelde hij zich thuis, vrij, niet op de vingers gekeken. Zijn ongedurige aard kwam tot rust. Daar maakte hij verschillende werken die hij in Nederland verkocht. Soms heeft hij ze zelfs lopend naar Meppel gebracht. Hij verhuisde terug naar Nederland en ging voorlopig bij zijn moeder in Laren wonen.

Staphorst; olieverf op doek 45 x 50 cm

In 1911 trouwde hij met de schilderes Coba van der Lee en het echtpaar verhuisde naar België naar de plaats Mol. Coba maakte prachtige ‘stillevens’ maar, omdat zij haar man niet wilde beconcurreren, besloot ze te stoppen met schilderen. Zij speelde niet onverdienstelijk viool en ging verder met haar vioolstudie. (Later heeft zij de schilderkunst weer met succes beoefend).

Het echtpaar kreeg twee zonen Theo en Jaques beiden kunstschilders. 

Laren
Idserda leefde eenzaam en geïsoleerd. Wel had hij een paar vrienden waarvoor hij grote bewondering had nl.: Huishoff Pol, Rijlaarsdam, David Schulman, Willem van Nieuwenhove, gebr. Dooyewaard en Frans Langeveld. Tijdens de oorlog vertrok het gezin naar Nederland, wederom trokken zij voorlopig in bij de moeder van André die nu in Loosdrecht woonde. De huisbaas accepteerde het schildersgezin echter niet en daarom maar weer verhuisd en nu naar Meppel waar André enige bekende inkoopadressen had van zijn vroegere verkopen. 

Na de oorlog vertrokken zij weer naar België ditmaal naar Brugge. Veel inkomen hadden ze niet maar dat veranderde toen hij van de toenmalige Engelse minister president Mac Donald de opdracht kreeg zijn dochter te schilderen.

Hij begon meer opdrachten te krijgen van vooraanstaande personen en eindelijk ging het hem financieel zeer goed.

Schaapstal te Meppel; olieverf op doek 75 x 100 cm

Woonboot
Maar rusteloos als hij was zocht hij toch weer iets anders en kocht een kolenschuit en schreef naar kennissen in Meppel een ligplaats voor hem te zoeken. De boot moest natuurlijk schoongemaakt worden en voor bewoning gereed. Het gezin kwam uit België en nam zijn intrek in de voor hen toen weelderig ingerichte drijvende woning. Maar… de boot had veel geld gekost en de verdiensten waren dermate slecht dat André zich gedwongen voelde door geldgebrek, vele van zijn fijn getekende artistieke ‘koppen’ voor een krats te verkopen. Later kreeg hij daar grote spijt van. Hij wist dat de Amsterdamse Kunsthandel er grote winst mee zou maken en kon dat niet goed hebben. Hij besloot elke keer als hij wat verdiend had zijn eigen werk voor dezelfde prijs terug te kopen en verkocht later zelf zijn werken.

Zijn vrouw kon dit leven van ups en downs niet meer aan en vertrok terug naar België. André bleef alleen achter. Zijn kinderen waren het huis uit en omdat zijn gezondheid de laatste jaren veel te wensen overliet voelde hij zich steeds eenzamer. Hij kreeg reumatiek door het vele buiten werken in koude en vochtige weersomstandigheden. Hij lag dagenlang in bed met hevige pijn.

Dit kon zo niet langer. Hij verkocht de boot en trok bij zijn jongste zoon Jaques in, die in Hilversum woonde en bij de Radio omroep werkte. Hij knapte wat op en ging weer aan de slag. Tot rust gekomen maakte hij prachtige tekeningen en zelfportretten. 

Ondanks zijn beminnelijkheid had hij weinig echte vrienden. Hij was een eenzame man en de onrust die hem telkens weer deed verhuizen heeft zijn ziekte in de hand gewerkt. Zijn laatste levensjaren bracht hij bij zijn zoon Jaques en zijn vrouw door. Daar is hij overleden op 2 februari 1952. 

Bronnen: Internet, Devalk/kunstenaars, De Scheen

Meisjes portret, gesigneerd; olieverf op doek 73 x 64 cm.