‘Processie in de velden’

‘Processie in de velden’

‘…en de processie trok over de landweg tussen de lichtende korenvelden.
Even er boven uit kwam het fijne wit van de kanten mutsen der boerinnen en de ontblote hoofden der mannen waar hier en daar een kale kruin een lichter vlekje maakte. De kleurige, rijk met goud en poppen geborduurde satijnen vaandels hingen slap schuin naar voren en bewogen zachtjes gedragen deinend voorwaarts, terwijl de purperen baldakijn, waarvan men de dragers nu niet zag, een statiekoets uit een sprookjesland geleek. En zoo trokken de geloovigen naar het kerkhof om op de graven van hunne afgestorvenen te bidden, het heiligst wat zij kennen met zich voerend om hunnen God te eeren.’

Dit artikel is afkomstig uit Kwartaalbericht 120 [2012-2]. Leden van de Historische Kring Laren ontvangen het kleurrijke glossy magazine 4 keer per jaar. U kunt hier lid worden. Losse nummers zijn à € 4 per stuk in de Lindenhoeve te koop, zolang de voorraad strekt.

Leo Janssen

Zo beschrijft Wally Moes de Sint Jansprocessie als was het een realistisch romantisch schilderij. Niet zo verwonderlijk voor deze Amsterdamse kunstenares die eind negentiende eeuw naar ons dorp trok, deel uitmaakte van de Larense schilderschool en begin twintigste eeuw vanwege haar reuma moest stoppen met wat ze het liefste deed, en daarom begon te schrijven aan haar alom geprezen en historische Larensche dorpsvertellingen.

Ik moest aan haar beschrijving denken, toen ik samen met pastoor Jan Vriend op een kijkdag bij Sotheby’s in de vitrine een goud gelijst schilderijtje zag liggen met daarop de Sint Jansprocessie afgebeeld, afkomstig van het ‘Atelier Evert Pieters’. Eenzelfde soort afbeelding, maar dan als aquarel hangt aan de wand in de gang van de pastorie (een briefje op de achterzijde ervan vermeldt, dat het in 1947 werd geschonken ter ere van Sint Jan). 

Op het schilderijtje is de stoet lang. In de verte, over de velden heen zijn de vaandels zichtbaar. De bruidjes zijn geschilderd in het volle impressionis­tische licht. Op de voorgrond knielen de gelovigen voor de priester met het Allerheiligste onder het baldakijn. Het tableau-tje fascineerde me, omdat ik bezig was het boek over de Sint Jansprocessie ‘Getuigenis op straat’ af te ronden. Ik was nog op zoek naar allerlei verbeeldingen van de eeuwenoude tocht die ons rijk gezegende kunstenaarsdorp zou moeten hebben opgeleverd gedurende de voorbije decennia. Want dat viel nogal tegen, vertelde kunsthistorica Margriet van Seumeren mij bij de research van haar hoofdstuk ‘de Sint Jansprocessie verbeeld’. Betrekkelijk weinig kunstenaars werden er door geïnspireerd. Zaten ze misschien meer in Hamdorff dan in de kerk? Dit gesigneerde schilderijtje, al was het autogram ‘atelier Evert Pieters’ mogelijk na zijn dood er door nabestaanden op gestempeld, was toch een mooie aanvulling op de reeds bestaande werken van Pieter Hendrik van Moerkerken jr. (houtsnede), Gijs Bosch Reitz (twee keer een imponerend drieluik) Willy Sluijter (olieverf) en Herman Kruijder (houtskooltekening). ‘De getuigenis op straat’ verscheen en het schilderijtje was erin opgenomen. 

Een volgende veiling in 2006 in Amsterdam, maar nu bij Christies, leverde een nog grotere verrassing op. Met de enige dorpsgids van Laren, Vincent Hilhorst, ging ik naar de veiling waar dit keer liefhebbers van antiek en schilderijen verweven met familiegeschiedenis hun hart konden ophalen. Bijvoorbeeld van H.G. Baron Taets van Amerongen tot Woudenberg, waarvan ik wist dat hij in Laren had gewoond. Tussen de lots van deze chauvinistische en erudiete persoonlijkheid zaten niet alleen prachtige schilderijen en tekeningen uit ‘het Larense’, maar ook stond er een dikke rij boeken opgesteld en een paar dozen met allerlei varia uit de vergeelde verzameling van de stevig sigaar rokende kasteelheer. Tussen allerlei catalogi, stratengidsen, krantenknipsels, vond ik ook een zwart wit foto. ‘Eretentoonstelling Evert Pieters hotel Hamdorff, t.g.v. zeventigste verjaardag’, stond er met potlood achterop geschreven. Op de foto links tegen de wand in kunstzaal Hamdorff een grote afbeelding van ‘het schilderijtje bij Sotheby’s’. Ik kon mijn ogen niet geloven. Er is dus een grote versie van het Sint Jansschilderij! Terug in Laren ging ik op diezelfde avond nog op zoek naar het schilderij. Welk museum zou het kunnen hebben? Avonden heb ik achter mijn PC gegoogled naar nationale en internationale museumcollecties. De mooiste verzamelingen kwam ik tegen, maar het monumentale werk van Evert Pieters niet. De schilder intrigeerde mij steeds meer. Ik wilde alles van hem weten. 

Nog geen maand later kondigde zich in het Katwijks Museum een tentoonstelling aan. Met een boek over hem, ‘Evert Pieters 1856-1932, Zee en zand en zonnige momenten’, geschreven door Tiny de Liefde-van Brakel. Zou zij er iets van weten? Op blz. 69 werd er tekstueel gerept over een schilderij ‘Op een foto, afgebeeld in een weekblad, is te zien hoe Evert Pieters in zijn atelier werkt aan de Larense processie’. 

‘Op een foto, afgebeeld in een weekblad’. Welk weekblad? De Katholieke Illustratie? Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift, misschien? Weer ging ik een aantal avonden speuren achter de computer. Ik vond uiteindelijk tot mijn grote verrassing een artikel in het tijdschrift ‘De Opgang’ uit 1926 met een nieuwe foto van het monumentale schilderij. ‘De Opgang’ was destijds een tijdschrift op Christelijke grondslag ter beoefening van letteren en kunst. In het artikel over Pieters een kader met de robuust poserende kunstenaar met als tekst eronder ‘op den 11 den December ter gelegenheid van zijn 70sten verjaardag door regeering, kunstmakkers, bewonderaars en vrienden op schitterende wijze gehuldigd werd. Onze foto geeft den schilder in zijn atelier te Laren (N-H), werkend aan zijn groote doek “de Larensche processie.” Foto A.G. v. Agtmaal,Baarn.’

Welk museum zou het ‘groote’ doek dan toch in zijn bezit kunnen hebben? Hoewel minder avonden, besteedde ik er toch nog wel af en toe een aantal nachtelijke uurtjes aan, maar vond het schilderij uiteindelijk niet. Tot dat? Bestaat er toeval als je zo lang hebt gezocht? Iedere zondag kijk ik meestal, nieuwsgierig als ik ben, snel de veilingsites door van de belangrijkste veilinghuizen in Nederland en België op zoek naar Larense voorstellingen. Begin oktober 2007 google-de ik naar www.bernaerts.be, de website van het charmante veilinghuis uit Antwerpen. In hoog tempo ging ik door de verschillende lotnummers heen. Ik passeerde lot 229 ‘Processie in de velden’, scroll verder en denk: “Processie in de velden? Is dat niet het schilderij van Pieters?” Ik ga terug, pak de zwart-wit foto van de poserende Pieters erbij en ben direct zenuwachtig. Inderdaad, het is het gezochte schilderij. Onvoorstelbaar. Mazzel? Hoe hou ik mijn enthousiasme stil tot maandagavond 15 oktober 19.00 uur, schiet door mijn hoofd. Zouden anderen het ook gaan ontdekken of hebben ze het al ontdekt? Dat het niet ‘een processie in de velden is’, maar gewoon ‘onze’ Sint Jansprocessie over de Laarder Eng? Eindelijk is het zover. Ik ga strategisch in de Antwerpse zaal zitten om goed het overzicht te kunnen hebben over mijn medebieders. Lotnr. 226 is aan de beurt. Mijn hart klopt steeds sneller. Ik kijk links vooraan naar de assistenten van het veilinghuis achter de tafel of er verkeer is van telefoonbieders uit Nederland, misschien wel uit Laren? Lotnr. 229. Nog nooit heb ik het schilderij in het echt gezien. Is het beschadigd? Het is imponerend. Heel iets anders dan ‘het schilderijtje bij Sotheby’s’. Past het thuis wel? De bieding wordt door de veilingmeester ingezet. Zegt men vaak troostend ‘Het verlangen is mooier dan het hebben’, nu is dat bij mij omgekeerd ‘het hebben is mooier dan het verlangen’. Er zijn nagenoeg geen bieders. Zenuwachtig koop ik het schilderij. Met mijn visitekaartje en een kleine aanbetaling lukt het me het schilderij een half uur later mee te nemen naar Nederland. De rekening mag later. Enthousiast vertel ik aan de veilingmensen dat het de processie uit ons dorp is en daar een paar jaar naar op zoek ben geweest. Bij mijn vriend in de auto bel ik mijn vrouw dat de Sint Jansprocessie weer terug komt naar Laren. De Gooi en Eemlander belt of het gelukt is en vermeldt de aankoop in kleur op haar voorpagina. Nog even en dan is het weer 24 juni en ‘trekt de processie over de weg tussen de lichtende korenvelden’.

Bronnen: • Evert Pieters, 1856-1932, Zee en zand en zonnige momenten, Tiny de Liefde-van Brakel. • Getuigenis op straat, Leo Janssen en Karel Loeff red. • De Opgang 1926 • Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift 1903 • Laarder Courant de Bel • Veilinghuizen Bernaerts, Christies, Sotheby’s • www.devalk.com • http://gallery.dorant.net


Evert Pieters (1856-1932)

Evert Pieters, de Vlaamse Hollander, werd op 11 december 1856 in  Rotterdam geboren. Hij overleed in een taxi van Baarn naar Laren op 17 februari 1932. Pieters is een man die ontzaglijk veel gewerkt en geploeterd heeft om er te komen, want zijn weg was allesbehalve gebaand. Zijn ouders waren niet vermogend, zodat hij na de lagere school voor de kost moest gaan werken. Hij gaat in de leer bij een huisschilder en op 19-jarige leeftijd zoekt hij het  avontuur in Antwerpen als leerling-decorateur. Deze stap is voor hem beslissend. Hij komt op de avond-tekenklas van de Antwerpse Academie onder leiding van professor Karel Verlat. Twee jaar lang tekent en schildert hij als een bezetene  naar pleistermodellen, plaatjes en gravures.  Hij ontmoet schilders als Door Verstraete, de Vriend, Henri Luyten, Hens e.a. Met name de landschapsschilder Verstraete leert hem ‘het plein-air schilderen’ en niet onbelangrijk bij onze zuiderburen: het bohémienleven. In 1885 krijgt hij zijn eerste schildersucces met ‘Rusttijd van de houthakkers’ In 1894 medaille tweede klasse op de wereldtentoonstelling in Antwerpen. Voor ditzelfde doek ‘Korenveld in Vlaanderen’  krijgt hij in 1896 in Parijs op de Salon des Champs Elysees de gouden medaille en twee jaar later wordt hij in Barcelona ervoor met goud bekroond en wordt het aldaar door het museum aangekocht. In 1895 keert Pieters terug naar Nederland en  valt het succes aanvankelijk tegen. Het lidmaatschap van de Haagse ‘Pulchri Studio’ wordt hem geweigerd. ‘Den Vlaming’ wordt niet erkend onder de Haagse Schilders. Pieters zwerft door Nederland en in Volendam schildert hij talrijke interieurs die gretig aftrek vinden in Amerika. Niet ieder schilderij van de export-schilder heeft zijn voldoening, maar ze zijn vaardig en geroutineerd genoeg om te zorgen dat de kwaliteit nooit slecht is. Zijn succes groeit en daarmee ook zijn financiële welstand. Inmiddels getrouwd met Marie van de Bossche trekt hij met haar naar Parijs en Barbizon. In 1897 komt hij terug uit Parijs en vestigt zich in Blaricum. Daar vindt hij alles wat hij nodig heeft: het landschap, het binnenhuis en figuren.   Hij maakt er  een aantal grote schilderijen en ook – in een daarvoor speciaal ingericht hoekje – laat hij modellen poseren voor zijn Gooise interieurs. In 1905 verruilt hij Blaricum voor Katwijk. Mogelijk door zijn vriendschap met Weissenbruch. Hij krijgt passie voor strandgezichten, schelpenvissers en paarden die de vissersschepen het strand optrekken. In  1908 keerde hij weer terug naar Blaricum. Negen jaar later vestigt hij zich in Laren in ‘de Rozenhoeve’, waar hij met ‘een Goois hoekje’ als decor voor interieurschilderijen tot aan zijn dood woont.