Burgemeester van Nispenstraat 29, 1251 KE Laren

Ons kwartaalbericht vanaf het begin…

Ons kwartaalbericht vanaf het begin…

Ons lid Bep De Boer is al heel lang lid van de Historische Kring. Vanaf het begin is hij altijd actief bezig geweest voor de kring. Ik bezocht hem om enkele vragen te stellen over dat begin en dat werd zowaar een heel verhaal. Bep, wanneer werd je lid van de Historische Kring? Dat was in de zomer van 1980. Er was een Open Dag van “Tussen Vecht en Eem” in het Singermuseum en het was de bedoeling dat er ook in Laren een Historische Kring zou worden opgericht. Wij waren met de kinderen in die tijd met vakantie en bij terugkeer heb ik contact opgenomen met één van de mensen die in het bestuur zouden plaatsnemen en ben lid geworden.

Dit artikel is afkomstig uit Kwartaalbericht 100 [2007-2]. Leden van de Historische Kring Laren ontvangen dit kleurrijke boekje 4 keer per jaar. U kunt hier lid worden. Losse nummers zijn à € 4 per stuk in de Lindenhoeve te koop, zolang de voorraad strekt.

Gerda Meulenkamp

En wanneer is ons kwartaalbericht eigenlijk voor het eerst verschenen?
Dat is voor het eerst verschenen in oktober 1981 als een enkel velletje waarop alle gebeurtenissen, plannen en vragen op stonden. Het werd verzorgd door de heer N.H. Benninga. Tijdens een ledenvergadering vroeg ik hem wat hij voor de kopieën moest betalen, vond dat rijkelijk veel, en bood aan om het bij mijn werkgever te laten doen. We hadden op dat moment maar weinig geld in kas, dus moesten we zuinig aan doen. De kosten werden dan met mijn salaris verrekend. En zo kwam ik met de heer Benninga samen te werken. Een ontzettend fijne man die heel veel voor de kring deed. Na het derde velletje dat toen is verschenen stelde ik voor om er een klein boekje van te maken. Dat viel goed bij het bestuur dat toen bestond de heer K. Kool, voorzitter-penningmeester en mevr. E. Raassen-Kruimel als secretaresse. Leden van het bestuur waren N.H. Benninga, B.C.J. Krijnen en Ir. T. van Tol. Nummer 4 heb ik samen met de heer Benninga gemaakt, maar vanaf nummer 5 in oktober 1982 heb ik het alleen gedaan.

Hoe kwam je aan de kopij voor het blad?
Dat kreeg ik aangereikt van mevr. Raassen. Zij tikte alle verhalen die ze binnen had gekregen plus de bestuurlijke aangelegenheden. Ik zocht er de plaatjes bij en de open gedeelten moesten opgevuld worden met verhalen van de leden. Benninga probeerde iedereen warm te maken om een verhaal voor het blad te schrijven. Jammer dat hij later is verhuisd naar Soest want ik mistte hem wel.

Waar werd het blad gedrukt?
Dat werd eerst gedrukt bij de Tomingroep in Kerkenlanden in Hilversum. Ik bracht het door mij samengestelde blad, dat ik met plakken en knippen in elkaar zette, daar op de fiets naar toe, en als het gedrukt was kreeg ik een seintje wanneer ik het weer kon halen. Als het blad klaar was werd het dan door iemand bezorgd? Ja, dat deed ik ook. Dat was een hele klus. We hadden in die tijd ongeveer 100 leden. Soms een paar meer en dan weer een paar minder. En die bracht ik zelf allemaal naar de leden. Veel later kwamen er een paar bezorgers bij en dat was wel erg fijn.

Als het blad bezorgd was, was je dan een poosje vrij?
Nee, dan was het een week even lekker om geen blad te hoeven samenstellen, maar dan begon ik alweer te leuren om kopij voor het volgende blad. Of ik zocht iets in m’n eigen archief, of ik schreef zelf iets of er kwam iets van de leden. Daarna kwam mevr. Raassen weer en dan was het spannend of ik genoeg had. Eventueel plakte ik er een foto bij om een blad te vullen.

Heb je voor de Kring alleen het blad verzorgd?
Nee, ik ben van november 1984 tot maart 1986 penningmeester geweest. Dat heb ik in 1986 overgedragen aan de heer B. Vos. Maar ik ben ook een hele tijd lid van het bestuur geweest. Dat was in verschillende periodes.

Eén van de vele Fordjes die er te zien waren op het schapenscheerdersfeest; foto Bep De Boer.

Was het niet te zwaar om het blad alleen samen te stellen?
Nou ja, te zwaar niet direct. Maar ik liep voortdurend naar kopij te zoeken. Na tien jaar dacht ik, nu stop ik ermee. Maar wie moest het dan overnemen? Dus ben ik nog een paar jaar doorgegaan en na nummer 50, in december 1994 heb ik het overgedragen aan de heer B. Vos. Samen met Karel Loeff werd toen een nieuwe redactie samengesteld en de nieuwe drukker was bij Vos aan de overkant, de drukkerij Van Wijland. Ik was blij om eindelijk m’n handen vrij te hebben.

En heb je toen niets meer gedaan voor de Kring?
Nou, ik denk het niet. In september van 1994 heb ik eerst nog een busreis georganiseerd voor de leden van de kring naar het Zouavenmuseum in Oudenbosch. Dat was nadat mijn boek “Zouaven tussen Vecht en Eem “was verschenen. En zo ben ik altijd wel hand- en spandiensten blijven verrichten.

En toen de “Lindenhoeve” werd ingericht ben jij met het archief begonnen. Waarom?
Ja, waarom? Een moeilijke vraag maar ook weer niet. Ik heb onderhand alle provinciale archieven en de beide streekarchieven in het Gooi bezocht voor eigen onderzoek. Ik ben van oordeel dat alles wat maar oud is, behoorlijk en goed bewaard moet blijven. En daarom heb ik me er eigenlijk op gestort om een zo goed mogelijk archief voor de club in te richten.

Doe je dat allemaal alleen?
Nee, gelukkig niet. Er zijn meer mensen die dat gevoel hebben. Zo zijn we iedere vrijdagmiddag met Yvonne Majoor, Gerrit Verhoef en in de winter met Marcel Hilhorst, aan het werk om in het archief alles op z’n plaats te krijgen.

Blijf je dat nog lang doen?
Als m’n gezondheid het toelaat, ja. Maar ik wordt onderhand ook een dagje ouder en het zou wel fijn zijn als er iemand was met veel gevoel voor historie en liefde voor Laren die het zo langzamerhand zou kunnen overnemen. Hoeft niet meteen natuurlijk, maar zo in de nabije toekomst.

Nou Bep, ik ben helemaal onder de indruk over je werk voor de Kring. Ik denk wel dat ik je namens alle leden en het bestuur mag bedanken voor alles wat je tot nog toe hebt gedaan.
Dank je wel, maar ik heb nu eenmaal een hang naar historie en liefde voor het Gooise dorp Laren. Ik ben mijn ouders nog steeds heel dankbaar dat ze naar Laren zijn verhuisd. Als jongetje van twaalf jaar was ik al verliefd op Laren en dat is tot op heden niet veranderd. Ik blijf schrijven over Laren. Nu wordt dat een soort encyclopedie over alles en nog wat en dat is een heerlijk stuk tijdverdrijf.