Burgemeester van Nispenstraat 29, 1251 KE Laren

‘Evacués’ uit Arnhem

‘Evacués’ uit Arnhem

Vermoedelijk kent de jeugd van nu het woord ‘evacué’ niet eens of maar een klein beetje. Degene onder ons, die de laatste oorlog hebben meegemaakt, kennen dit woord wel degelijk. We gaan terug naar september 1944. Toen vonden de luchtlandingen plaats bij Arnhem. De slag om Arnhem maakte deel uit van de grote operatie ‘Market Garden’. Voor wat Arnhem betreft was het de bedoeling van de geallieerden de brug over de Rijn te veroveren op de Duitsers, hetgeen door verraad jammerlijk mislukte.

Dit artikel is afkomstig uit Kwartaalbericht 119 [2012-1]. Leden van de Historische Kring Laren ontvangen dit kleurrijke boekje 4 keer per jaar. U kunt hier lid worden. Losse nummers zijn à € 4 per stuk in de Lindenhoeve te koop, zolang de voorraad strekt.

Arnold van Kessel

Toen de slag om Arnhem begon, was een van de gevolgen, dat de Duitse autoriteiten het bevel gaven de stad te ontruimen. Ongeveer 600 Arnhemmers zochten hun toevlucht bij het Openlucht Museum dat net buiten het te evacueren gebied viel.

Maar de andere bewoners moesten na een razzia, op last van de Duitsers, vertrekken om op een evacuatieadres elders en vaak ver van huis het einde van de oorlog af te wachten. Onder de vluchtelingen was de familie Rietbergen. Mijnheer Rietbergen was leraar aan een Mulo in Arnhem. De familie bestond toen uit vader, moeder en hun kinderen Johnny en Tonny van resp. 4 en 2 jaar. Na een lopende trektocht met een kinderwagen vol spullen over de Veluwe kwamen ze eerst aan in Hoenderloo. Stel U zich eens voor een lopende tocht van ongeveer 15 km met die 2 kinderen van 5 en 2 jaar! In Hoenderloo verbleven ze een maand. Toen moesten ze weer vertrekken richting Amsterdam. Volgens het dagboek van vader Rietbergen reden ze op 24 oktober 1944 per paardenkar door Amersfoort. En op 25 oktober kwamen ze aan bij Singer en bij de familie Van Kessel. Het moet allemaal heel belastend zijn geweest. Het huis van de familie Singer heette ‘de Wilde Zwanen’. De naam ontstond vanwege het feit dat William Singer met zijn vrouw heel vaak heen en weer reisden naar Noorwegen. Singer schilderde daar veel en had daar ook een woning. Later ontstond uit het huis ‘de Wilde Zwanen’ het prachtig gebouwde museum Singer, alom bekend in het land. Bij het huidige Singer werd dus door een organisatie voor de vluchtelingen gezocht naar onderdak.

Nu wilde het geval, dat bij ons thuis op de Brink (hoek Kerklaan) beneden een grote kamer plus serre en een slaapkamer waren vrijgekomen, na vanaf 1941 permanent bezet te zijn geweest door ongevraagde Duitse ‘gasten’. Met de luchtlandingen in Arnhem was ‘onze’ Duitse Hauptmann Huck naar Arnhem vertrokken.

Mijn ouders werden benaderd en de familie Rietbergen kreeg bij ons een gastvrij onderdak vanaf 25 Oktober 1944 tot Augustus 1945. Toen kon de familie weer naar Arnhem vertrekken om een volkomen leeggeroofd huis aldaar aan te treffen Het was bovendien ernstig beschadigd, omdat er een VI- bom naast was gevallen.

Mijnheer Rietbergen kreeg de voor mij onaangename taak om mij bijles te geven. Het was voor hem een goede invulling van zijn tijd, denk ik maar. Ik vond het minder geslaagd. Mijn resultaten van de Lagere School bij de broeders waren echter niet zodanig, dat ik voor een toelatingsexamen van het Vituscollege in Bussum een behoorlijke slaagkans zou hebben gehad. Volgens overlevering kreeg ik bijles in Aardrijkskunde en Geschiedenis. Dat herinner ik mij niet meer, maar wat ik mij wel heel goed herinner waren die afschuwelijke denk­sommen (ook wel redactiesommen genoemd). Voorbeeld: A. vertrekt uit Amsterdam om 10 uur met een snelheid van x km per uur en B vertrekt uit Utrecht met een snelheid van x km per uur naar Amsterdam. Waar en hoe laat komen ze elkaar tegen? Ik zou willen zeggen: “in de kroeg”. Maar dat heb ik natuurlijk niet gezegd. En tot op de dag van vandaag heb ik geen idee of ze elkaar ooit zijn tegengekomen, laat staan hoe laat. En velen met mij! Zonder die afschuwelijke sommen ben ik toch groot geworden. Dank zij de inspanningen van mijnheer Rietbergen slaagde ik wél voor het toelatingsexamen. En daar ging het om.

Op internet vonden we deze foto (detail) van ‘een’ Hauptmann Huck uit 1939. Wie kan bevestigen of dit de in dit verhaal genoemde Haubtmann is?

Eind november 2008 kwamen de twee jongetjes van toen – nu dus John en Ton geheten – met hun echtgenoten met zus Marga, Irene (betekent: vrede). Zij werd 10 September 1945 geboren) en een kleindochter, in Singer bij elkaar, samen met de heer Sinaasappel, directeur van Singer, burgemeester Elbert Roest, Bart de Groot en ondergetekende.

Bij Singer werden wij allen zeer gastvrij ontvangen in de foyer van het museum. Hoogtepunt was natuurlijk een rondleiding in mijn ouderlijk huis bij de familie Gregoire aan de Brink, waar de familie dat jaar een onderkomen had gehad. Ook voor mij was het toch wel heel speciaal om die plekjes nog eens terug te zien na 64 jaar. Er waren twee onderduikplaatsen. Want tijdens de bezetting van ons huis door de Duitse soldaten hadden wij kort nóg een onderduiker in huis. Dat was niet ongevaarlijk in verband met de razzia’s in Laren, die vaak georganiseerd werden door Hauptmann Huck, die bij ons in huis verbleef. Bij razzia werd ons huis altijd overgeslagen. Maar toen deze man een paar weken weg was naar Duitsland hebben mijn ouders de onderduiker toch moeten verzoeken even tijdelijk bij onze buren Toon de Jong en zijn vrouw Lena te gaan logeren. Die hadden vermoedelijk ook een onderduikplaats. Feit is, dat de volgende razzia tijdens de afwezigheid van Hauptmann Huck zich direct ook uitstrekte tot ons huis. De lege onderduikplaatsen werden overigens niet gevonden. Een van de onderduikplaatsen in mijn ouderlijk huis was nog steeds in takt. De andere plek was getransformeerd tot een mooie boekenkast.

De reünie met de kinderen Rietbergen was een groot succes. Er waren meer vluchtelingen uit Arnhem in Laren vertelde de familie. Onduidelijk is welke instantie een en ander in Laren organiseerde. Een rol speelde ook de HARK. Die letters staan voor Hulp Arnhemmers Rode Kruis. Wellicht was het deze organisatie, waar de familie in Arnhem bij terugkeer aldaar ook hulp van kreeg. Al hun meubels waren geroofd, vaak door mensen uit de straat, die ook alles kwijt waren en op zoek gingen in andere huizen naar dingen, die ze konden gebruiken. De historie stond voor mij even stil en het bezoek en de rondleiding hebben zeker indruk gemaakt op alle aanwezigen, voor ieder op een andere manier.