Vrijwilliger in het zonnetje…

Vrijwilliger in het zonnetje…

Teun Koetsier

Ter introductie van zichzelf schreef onze secretaris in Kwartaalbericht 109 [2009-3]:
“u ziet dat de nieuwe secretaris enigszins beroepsgestoord is en u vraagt zich af of hij ook een goede secretaris zal zijn”.  In de afgelopen 15 jaar heeft Teun Koetsier deze stellingen ruimschoots bewezen. Niet alleen als goede secretaris – zijn verslagen zijn tot op de minuut punctueel – maar ook door zijn ‘beroepsgestoorde’ inbreng, zoals de historische boeken die hij samen met Ineke Hilhorst en Elbert Roest (oud-burgemeester, red.) over Laren in de Tweede Wereldoorlog heeft geschreven
en zijn maandelijkse radiopraatjes waarbij hij steevast als ‘de geschiedenis-expert’ wordt aangekondigd.
Hij vertelt daar levendig en betrokken over diverse onderwerpen uit de rijke geschiedenis van Laren.


Dit artikel is afkomstig uit Kwartaalbericht 167 [2024-1]. Leden van de Historische Kring Laren ontvangen het kleurrijke glossy magazine 4 keer per jaar. U kunt hier lid worden. Losse nummers zijn à € 9,50 per stuk in de Lindenhoeve en bij Bruna en de Larense boekhandel te koop, zolang de voorraad strekt.

Tekst: Hans Schaapherder

Op 29 november jl. zit ik bij Teun aan de keukentafel in de ‘Janshoeve’, aan de Van Beeverlaan. Buiten valt de regen met bakken naar beneden, binnen schenkt Teun een lekker bakkie. Van Teun hoeft dat ‘zonnetje’ niet zo, maar al gauw blijkt dat hij onlangs ook in het vakblad van de Nederlandse wiskundigen, het Nieuw Archief voor Wiskunde, in het zonnetje is gezet. Hij is daarvan al twintig jaar redacteur en is in dat artikel uitgebreid aan het woord over zijn opleiding en carrière in de wiskunde, filosofie en werktuigbouw. Hoewel het een geheel andere materie betreft, geeft het inzicht in Teuns denkwijze. 

Hij vertelt in dat artikel dat meetkunde en stereometrie op zijn middelbare school, het Christelijk Lyceum in Dordrecht, zijn favoriete vakken waren. “Ik vond het leveren van bewijzen in een meetkundige context geweldig”. Ook de – in vergelijking met andere kennis – vrijwel absolute zekerheid van de wiskunde fascineerde hem. Bij hem thuis werden vaak heftige gesprekken over religie of politiek gevoerd, waarbij onder andere het waarheidsgehalte van de Bijbel­verhalen aan de orde kwam. De ingenomen standpunten leken Teun vaak nogal willekeurig en dan dacht hij: “Dat kan ik ook. Lever mij een willekeurige stelling en ik vind er wel argumenten bij. Geef mij dan maar liever de wiskunde. Daar is tenminste duidelijk wat waar is.”

De discussies thuis bepaalden mede zijn carrière. Hij werd in Delft opgeleid tot wiskundig ingenieur, werkte enige tijd op de Stanford University in de Verenigde Staten, gaf les aan een lerarenopleiding en studeerde ook nog filosofie van de wiskunde in Nijmegen. Vanaf 1980 doceerde hij vervolgens bij de afdeling wiskunde van de Vrije Universiteit in Amsterdam wiskunde, geschiedenis van de wiskunde en filosofie van de wiskunde. Hij hield zich daar onder meer bezig met de geschiedenis van de bewegingsmeetkunde – daar ligt een link met de werktuigbouwkunde – maar ook met de geschiedenis van de relatie tussen wiskunde en religie. 

Laren

Terug naar ‘onze’ Teun! Net zoals in zijn radioprogramma’s, vertelt hij boeiend en hoef ik nauwelijks vragen te stellen. Hij heeft zijn echtgenote Ineke Hilhorst in Amsterdam leren kennen, is in 2004 met haar getrouwd en heeft in 2008 haar wens gevolgd om weer naar haar geboortedorp, Laren, te verhuizen. De inmiddels gepensioneerde Teun kende voordat hij Ineke leerde kennen Laren nauwelijks. Zelf zegt hij: “ik werd niet gehinderd door enige kennis over het dorp maar wilde wel graag inburgeren”. Op aanraden van (neef) Vincent Hilhorst heeft hij contact opgenomen met de toenmalige voorzitter van de HKL, Antoinetty van den Brink. Toevallig was het bestuur net op zoek naar een nieuwe secretaris waarop Teun door Antoinetty en Jos Joosen (penningmeester) in een soort van sollicitatiegesprek flink aan de tand werd gevoeld. “Wel, ik was direct geslaagd,” zegt Teun grijnzend. 

Plezier

“Ik was er al gauw achter dat ik met Antoinetty goed kon samenwerken en we hadden er plezier in. Ik herinner me dat we een keer bij haar thuis op het Raboes werden uitgenodigd. Dolf, de man van Antoinetty, vroeg me hoe het voelde om secretaris onder zijn echtgenote te zijn? Ik zei, ‘Nou, dat is heel simpel, ik doe gewoon wat ze zegt’. Waarop hij antwoordde: ‘Dat doe ik ook al 30 jaar en dat bevalt uitstekend!’ Antoinetty was overigens een uitstekende voorzitter. Vrij snel na mijn aantreden organiseerde zij in 2010 een tentoonstelling over weverijen in Laren. Bijzonder was dat de tentoonstelling deels in het Singer en deels in de Lindenhoeve plaatsvond. Er verscheen ook een boek over de geschiedenis van het weven in Laren, Door de Wol Geverfd. Mijn bijdrage in dat boek ging over geschiedenis van de techniek van het weven. Die heb ik toen met veel plezier geschreven. Het resultaat van mijn bijdragen aan de HKL was dat ik snel inburgerde. De samenwerking met Jos Joosen was ook bijzonder prettig. Verder leerde ik weldra Bep De Boer, Mary van der Schaal, Erna Willard en Yvonne Majoor kennen en ook John de Mulder met wie ik enorm kon lachen. Zij zorgden er met elkaar voor dat ik in de loop van de tijd in de gaten kreeg dat Laren een wel erg interessant dorp was”. Waarna hij zichzelf direct corrigeert: “En ís!”

Wat is voor jou interessant aan Laren? “Historisch gezien is ieder dorp wel interessant, maar Laren kent een wel erg bijzonder verleden. Boeiend vind ik het Katholieke verleden met de uitlopers naar het heden. En dan heb je de fascinerende periode van de kunstenaars, die ze in de geschiedschrijving altijd met Jozef Israëls laten beginnen. De geschiedenis van Laren is voor mij ook een manier om naar de geschiedenis van Nederland of nog breder te kijken. Dat Piet Mondriaan in Laren heeft gewoond en geleefd is leuk, maar het reflecteert de Eerste Wereldoorlog, want hij bleef in Laren omdat hij niet terug kon naar Parijs. Zijn verblijf bij ons was dus een positieve spin-off.”

Mondriaan

Eigenlijk wist ik wel meer over Laren dan ik in het begin had gedacht want Piet Mondriaan was in zijn wiskundige lijnenspel geïnspireerd door de merkwaardige, in Laren woonachtige, Mathieu Schoenmakers. Deze filosoof gebruikte wiskundige ideeën om het wezen van de werkelijkheid te beschrijven. In zijn wonderlijke boeken noemde hij dit ‘beeldende wiskunde’.” Teun vervolgt zijn betoog over Schoenmakers met de uitleg over een stelling waarin een perfect ellipsvormig biljart een rol speelt. Het is een ideaal biljart en er is dus geen wrijving zodat een bewegende bal eeuwig blijft bewegen. Verder heeft een ellips twee brandpunten. Als je op dat biljart een biljartbal met de keu via een brandpunt tegen de rand stoot dan zal hij na weerkaatsing via het andere brandpunt zijn weg vervolgen. Kortom de bal blijft eeuwig afwisselend via het ene en dan via het andere brandpunt bewegen. “Dit is een beeld waarmee Schoenmakers als ik me goed herinner de dynamiek van de kosmos illustreert”. Sorry, hier ben ik (HS) even afgehaakt, alhoewel ik in mijn onkunde op dit gebied wel weer Teuns fascinatie herken als hij zijn betoog afsluit: “Die man deed dingen met wiskunde die wiskundigen nooit doen” 😉

Tweede Wereldoorlog

De Tweede Wereldoorlog heeft veel dorpen in Nederland getroffen. Wat maakt het in Laren interessant? “Laren is niet zo groot dat je het overzicht snel kwijtraakt en aan de andere kant groot genoeg om veel variatie van allerlei aard te bieden. En je loopt tegen de wonderlijkste dingen aan. Zo bleek het bed van Vincent van Gogh in de oorlog in Laren te hebben gestaan en is het na de oorlog bij een hulpverleningsactie naar Boxmeer meegegeven. We hebben nog geprobeerd het bed te achterhalen, maar zonder resultaat. Eigenlijk ben ik via Elbert Roest bij de Tweede Wereldoorlog in Laren terechtgekomen want hij hield, ik dacht in 2015, een voordracht over de oorlog. Na afloop heb ik hem gezegd dat hij er een boek over zou moeten schrijven. Elbert vond het een goed idee maar zei: ‘alleen als we het samen doen’. En toen zijn we dus samen aan het boek Schieten op de Maan [2016] begonnen. Ineke is daar ook intensief bij betrokken en heeft gelukkig heel radicaal de redactie verzorgd. Daardoor werd het boek ook prettig leesbaar. De samenwerking beviel goed, maar Elbert vertrok naar Bloemendaal. Vanaf dat moment hebben Ineke en ik de boeken van onze trilogie (De slag om de Berg Stichting [2017] en Het dorp, de oorlog de mensen [2020]) samen geschreven.”

Het balletje rolt

En net als het bed van Van Gogh kregen sommige van jullie verhalen weer een interessante spin-off, nu weliswaar met goedbehaalde resultaten. Ik noem het monument voor de Joodse kinderen, het monument en de lezing voor de verdraagzaamheid, en de door jullie onderzochte verzetshelden zoals Gus van Wielingen en Mona Parsons. “Ja gek, het verhaal over Gus van Wielingen ontstond als reactie nádat ons boek verschenen was. Er kwam een man uit Canada die in Laren rondgeleid wilde worden omdat zijn vader hier in het verzet had gezeten. Het bleek een zoon van Gus van Wielingen te zijn. Dat verhaal bleek zo interessant dat we er een extra hoofdstuk over schreven, dat integraal in Kwartaalbericht 156 is gepubliceerd. Op verzoek van de zoon van Gus hebben we dit boek, inclusief aanvulling, in het Engels vertaald en is het in 2022 gepubliceerd als The village, the war, the people. Maar ook onze belangstelling voor Mona Parsons leidde tot reacties uit Canada. Ja, het is merkwaardig hè, dat je ineens een mail uit Canada krijgt met de mededeling dat ze daar ter ere van Mona Parsons een postzegel gingen uitgeven en speciaal daarvoor een afbeelding van de Larense molen wilden ontvangen. Ze zochten ook een molenexpert. Voor Canadezen bestaat de link met Nederland al gauw uit een klomp of een tulp, maar in dit geval wilden ze alles over de Larense molen weten. Ik wist al best wel wat van molens, heb me er opnieuw in verdiept en heb mezelf toen ook maar meteen tot molenexpert benoemd”.

Het resultaat was top; jullie konden bij de presentatie op 8 november jl een prachtig ingelijst exemplaar aanbieden aan burgemeester Nanning Mol. En je hield daar een fascinerende lezing over de Larense molen. “Ja, dan ga ik daar diep in en wil ik ook werkelijk alles van die molen weten. Ik vind het leuk om die informatie dan ook weer verder te communiceren. Net als die – vaak te korte – radio­praatjes. Het zijn iedere keer uitdagingen”. 

Met jullie trilogie zijn jullie de autoriteiten op het gebied van WOII in Laren geworden. “Nou nee, vergeet Aaldrik Hermans niet! Hij is heel specifiek in de problematiek van de in Laren ondergedoken Joden geïnteresseerd. Dat onderwerp hebben Elbert en ik eigenlijk niet goed kunnen behandelen, want dat vereist enorm veel werk en Aaldrik is daar juist zeer doortastend en volhoudend in. Hij werkt daar al vele jaren aan en ik kijk uit naar het resultaat.”

Heb je het dorp in die 15 jaar zien veranderen? “Ja, natuurlijk is het aan het veranderen want je hebt nogal wat nieuwe rijken in dit dorp. En die hebben, moet ik je zeggen, toch ook hun eigen charme. Kijk, als iemand zijn Ferrari even op een van 2 vrije invalidenparkeerplaatsen bij de Jumbo neerzet om snel iets te halen dan irriteert mij dat niet echt. Ik kan die jongen wel volgen. Die is op weg om nog meer geld te verdienen. Die heeft haast. Maar ik weet dat anderen zich daar wel aan ergeren. Toen wij hier kwamen wonen, woonde er iemand uit de Quote 500 tegenover ons. Die had bijvoorbeeld een tweede Rolls Royce, naar zijn zeggen alleen voor de onderdelen. Toen ik een beetje onhandig een gehuurde aanhangwagen achteruit mijn oprit op probeerde te manoeuvreren, liet hij het raampje van zijn Rolls Royce zakken en zei: ‘nog een beetje oefenen Teun, en dan kan je wel een weekje met de caravan op vakantie’. Het is humor die ik wel hebben kan”.

Toekomst

En hoe ziet de secretaris de toekomst van de Historische Kring? “Nou, eerlijk gezegd vind ik de kring heel goed gaan. We hebben in vergelijking met andere kringen veel leden. Natuurlijk is een groot deel daarvan is best wel op leeftijd maar eigenlijk valt de snelheid van afname mee. Bovendien melden zich ook regelmatig nieuwe leden aan. Ik ben verder blij met Mariëlle (Bax, red.) als voorzitter. Ze heeft me kort voor haar benoeming nog advies gevraagd, maar dat had ze eigenlijk niet nodig. Ze was ook meteen echt de voorzitter. Zoiets van ‘ik heb nu verantwoordelijkheid en die ga ik ook dragen’. Dus ja, ik zie de toekomst eigenlijk wel vrij zonnig in”.

Nieuwe hobby

“Het verhaal over de molen is nog niet af. Die molen fascineert me. In mijn onderzoek kwam ik ook op de facebook-pagina ‘je bent een echte Laarder als…’ en daar vond ik posts van ene Richard Keijzer, gebaseerd op materiaal dat hij in zijn archief had. Ik heb de man benaderd en hem kunnen overtuigen dat er iets mee moest gebeuren. En toen kreeg ik tot mijn grote verbazing ineens een grote hoeveelheid materiaal toegestuurd. Allerlei 18e-eeuwse teksten die al waren getranscribeerd. Historici zijn meestal niet zo gul dat ze dat zomaar aan een ander geven. Maar deze man die deed dat gewoon. Ik heb hem voorgesteld om er een artikel voor het Kwartaalbericht over te schrijven. Het gaat over het jaar 1724 als men in Laren een eigen windmolen wil. Voorheen ging men naar Blaricum. Het verzoek voor ‘windrecht’ moest via de overheid geregeld worden en ondanks protesten van Blaricum lukt het om het windrecht à 6 gulden per jaar te verkrijgen. Volgens verklaring is de molen op 24 juni 1724 begonnen met malen. Hiermee werd op een subtiele manier naar het Katholieke Laren gerefereerd. Ik vind het fascinerend dat er in 1724 een molen wordt neergezet die er nu nog steeds staat.” Het artikel staat verderop in dit Kwartaalbericht, zie pagina 22-27. 

We ronden ons gesprek af, dankjewel Teun! Een maand later ontvang ik via de bestuurs-app Teuns beste wensen voor het nieuwe jaar, voorzien van een foto van de Larense molen. Als onderschrift staat vermeld: “De molen is sinds kort mijn hobby, vandaar!”