Oorsprong en enkele oude gebruiken van het Kerstfeest

Oorsprong en enkele oude gebruiken van het Kerstfeest

In ons Kerstfeest zijn vele oude gebruiken overgebleven, die eigenlijk van heidense afkomst zijn. In de eerste eeuwen na de prediking van het Christendom in onze streken, hadden de priesters n.l. grote moeite om de mensen, waarin het oude heidense geloof nog leefde, er toe te brengen om de heidense feesten, waaraan ze zo gehecht waren af te schaffen. Dat wilde maar niet lukken.

Dit artikel is afkomstig uit Kwartaalbericht 106 [2008-4]. Leden van de Historische Kring Laren ontvangen dit kleurrijke boekje 4 keer per jaar. U kunt hier lid worden. Losse nummers zijn à € 4 per stuk in de Lindenhoeve te koop, zolang de voorraad strekt.

Daarom namen de voorgangers hun toevlucht tot een praktisch middel, waarbij men wel de middelen liet bestaan, maar het doel veranderde, of anders gezegd, men liet de oude gebruiken bestaan, maar gaf er een christelijke inhoud aan. En dit voldeed beter. We mogen wel opmerken, dat deze priesters met zeer veel tact zijn opgetreden en op deze verstandige manier veel strijd en twist hebben voorkomen.

In de eerste eeuwen na Christus werd op de 6e januari de geboorte en doop van Christus herdacht, waaraan men dan tevens het eerste wonder van Kanaän verbond. In dezelfde tijd vond er een heidens feest plaats, dat de Romeinen hier ingevoerd hadden en wel op 25 december. Dan vierde men het Solstitium, het feest van de zonnestilstand. Ten onrechte dacht men dat dit de kortste dag van het jaar was en het feit, dat de zon en daarmee natuurlijk ook dat de zomer in aantocht was, vierde men met die dag met grote vreugde.

Om aan deze zonnedienst een einde te maken, werd in de 4e eeuw door de Paus bepaald, dat het geboortefeest van Christus op 25 december bepaald moest worden. Zo hoopte men, door de beide feesten te laten samenvallen, de zonneviering te kunnen uitbannen. In een kerstpreek heeft Augustinus het aldus gezegd: “Wij vieren niet het feest van de nieuwgeboren zon, maar van de geboortedag van Hem die de zon geschapen heeft.” En dit ging beter, het feest noemde men het “Christusfeest” of wel “Kerstfeest”, een klankverschuiving die we ook nog kennen uit het woord “Kerstening”, hetgeen een synoniem is voor “Christianiseren”.

Wat zijn nu die gebruiken die eens heidens waren en door het Christendom getolereerd werden?. In de eerste plaats onze kerstboom. De groene spar, symbool van eeuwig leven, stond oorspronkelijk in verband met de lente, die ook eeuwig terugkeert. Hoe zinvol is dit nu veranderd in een symbool van eeuwig leven, ons door Christus gebracht!

En de stemmingsvolle klokkentonen, die ons naar de kerk roepen in de heilige Nacht, zijn ontsproten aan de gewoonte om door lawaai en muziek de boze geesten, die vooral in deze tijd van het jaar door het luchtruim zweefden, te verjagen.

Het meest voorkomende Kerstgebak is het krentenbrood, dat in allerlei vormen gebakken werd. In Klundert, Den Briel en Vlaardingen. Had het een lange platte ruitvorm dan noemde men het Kersttimpe of Kerststump.

Tot in 1842, toen het gebruik afgeschaft werd, wierp de koster van Geleen een hardgebakken broodje uit de toren. Onder de toren stonden jongelui te wachten. Iedereen trachtte het broodje te vangen en wie het veroverd had riep: “Kerstbrood, mijn brood!” Hij was dan de koning van de dag. Ook in de Kerstkransen is een symbolische betekenis gelegen. Ze zijn waarschijnlijk afkomstig van het Ringbrood van onze Germaanse voorouders. Volgens sommige geleerden stelt de cirkel van de krans het zonnejaar voor en het kruis met de vier armen, dat er vroeger in gemaakt werd, de jaargetijden

Wanneer u dit jaar weer een heerlijk stuk van zo’n boterkrans op uw bord krijgt, denk dan eens aan deze oude zinrijke tradities, maar vergeet vooral niet het heerlijke gebak goed te proeven!

Gezamenlijke advertentie van enkele Larense ondernemers uit de Laarder Courant de Bel van 21 december 1934. Onderin staat: “Een ideale kerstboom en een blij gezicht wordt verkregen, wanneer ge ‘r u naar richt uw geschenken in bovenstaande zaken te koopen. Dan pas zal ‘t Kerstfeest in vreugde verloopen.”