Jeugdherinneringen aan de oorlogstijd

Jeugdherinneringen aan de oorlogstijd

Mijn straat was ‘t Klooster, niet te verwarren met de Kloosterweg, die was er al eerder. ‘t Klooster liep van de Kloosterweg voorbij het Berkenlaantje naar de Smeekweg en er was veel nieuwbouw. Ik herinner me nog dat het bestraat werd en de grote stoomwals van Hogenbirk die stenen vast drukte, een heel evenement! Dat was nog voor de Tweede Wereldoorlog.

Dit artikel is afkomstig uit Kwartaalbericht 160 [2022-2]. Leden van de Historische Kring Laren ontvangen het kleurrijke glossy magazine 4 keer per jaar. U kunt hier lid worden. Losse nummers zijn à € 9,50 per stuk in de Lindenhoeve en bij Bruna te koop, zolang de voorraad strekt.

Tekst: Corrie Majoor-Vos*

Toen Prinses Juliana trouwde met Prins Bernhard in 1937 was ter hunner ere een feestlied gemaakt, als kleuter meende ik het lied te kennen en zong uit volle borst: “Juliaantje het hoofd van Nederland, zij werd door de Prins gemaald, zij werd door de Prins gemaald!”
Ik vond het een rare tekst, dat bleek achteraf ook wel, want het moest zijn: “Zij werd des Prins gemaal!”. Wist ik veel als 4-jarige!

In het Berkenlaantje woonde de familie Bouwman. Vader Gijs maakte ijs en elke zondag reed hij met zijn ijskarretje door de straten. Van ver hoorden wij zijn belletje al en riepen tegen vader en moeder: “Daar komt IJS VAN GIJS aan!” En ja hoor, dan kwam de traktatie, voor twee en een halve cent een beker schepijs met een kop erop!

Mei 1940
Toen werd het mei 1940! Door de radio werd gemeld dat de Duitsers ons land waren binnengevallen. “Nou is het oorlog,” zei moeder. We hoorden vliegtuigen overkomen en binnen de kortste keren was het leven ontregeld. We kregen evacués in huis, de familie Hut uit Baarn, vader, moeder en vijf kinderen. Baarn lag toen midden in de Grebbelinie.
Na de capitulatie konden ze weer terug naar Baarn.
Ze zijn ongeveer zes weken bij ons in huis geweest.

De bezetting was begonnen, ook in Laren kwamen de Duitse soldaten. Zoals het altijd gaat waren er mensen die heulden, in dit geval met de Duitsers, en die er niet voor schroomden mensen te verraden die anti-Duits waren. Het volgende lied deed al spoedig de ronde:

“Op de hoek van de straat staat een N.S.B.- er,
‘t Is geen man, ‘t is geen vrouw,
maar een Farizeeër!

Met de krant in zijn hand,
loopt hij daar te venten,

hij verkoopt zijn Vaderland voor 5 rooie centen”

School gevorderd
Binnen de kortste tijd werd onze school, de Jozefschool aan de Kerklaan, gevorderd om Duitse soldaten onder te brengen en gingen wij tijdelijk naar o.a. de Gooische School en de Montessorischool. Om bij de Montessori­school te komen, moest je door een smal straat­je. Een klasgenootje had een fiets, ik mocht rijden, zij achterop, halverwege dat straat­je kwam van de andere kant een Duitse pantser­auto met gewapende soldaten erop, de fietstocht eindigde tegen de heg. Gelukkig niks gebeurd, maar wel geschrokken! Dat weggetje vergeet ik niet!

Ria van Dijk was één van mijn onderwijzeressen. Ik herinner me dat ik eens na de schoolmis haar boterhammen mocht halen, die zij vergeten was. Daarvoor moest ik naar de Boekweitskorrel, waar de villa van de familie Van Dijk stond.
Onderweg hoorde ik mensen zeggen dat er een razzia op komst was. De boterhammen was ik meteen vergeten, ik rende naar huis om vader te waarschuwen! Een razzia hield in dat mannen werden opgepakt om in Duitsland werk te verrichten! Bij ons werd in de keuken een luik in de vloer gezaagd, zodat vader bij onraad/gevaar zich in de kruipruimte kon verbergen. Kokosmat erover en je zag er niets van!

Ria van Dijk was een aardige en goede onderwijzeres! Bij spelletjes op school was toen dit aftelversje:

“Pief, paf, poef,
Hitler is een boef,
Hitler is een zwein,
Jij moet hem eerlijk zijn!”

Ik herinner me dat ik als klein meisje (8 jaar) met mijn nichtje uit school langs een huis kwam, waar N.S.B.-ers woonden. We spuugden richting dat huis en dan RENNEN, bang dat ze het zagen en ons achterna zouden komen!

In Zwitserland kwam ik terecht in een klein plaatsje, onder de Klausenpas, Unterschächen in kanton Uri. Wat een geweldige tijd heb ik daar gehad. Als eigen kind werd ik behandeld. 

Schaarste en bommen
Inmiddels verslechterde de toestand, je kon nog alleen iets kopen met bonnen. Er was schaarste van alles. Af en toe kwam de dorpsomroeper Stam op zijn fiets aan en stopte bij café Puik, later café Heidezicht. Met een flinke klap op zijn gong riep hij dan om, waar en wanneer er iets verkrijgbaar was om daarna met luide stem aan te kondigen: “Voor jenever uit de kruik, moet je zijn bij Gerrit Puik!”.

‘s Nachts moesten alle ramen verduisterd zijn, zodat er niet per ongeluk een bommenwerper zijn lading te vroeg zou droppen. Toch gebeurde het dat een Engelse bommenwerper door de Duitsers geraakt werd en zijn lading rondom onze buurt terecht kwam. Moeder maakte mij wakker en ik zag bij de buren het dak branden. Bij de overburen sloeg een granaat de kant van een babybedje af, gelukkig bleef de baby gespaard en zat even later de hele familie Bus bij ons in huis. Even verder aan de Melkweg werd de boerderij van Meins, Huib en Daatje geraakt en brandde die volledig af.

In het begin van de oorlog hadden wij konijnen die voor het kerstmaal bestemd waren. Tegen die tijd kwam er een man met een handkar door de straat die riep: “HASE- EN KENIJNEVELLE!”. Dan mochten wij de bontjassen van onze konijnen inleveren voor een paar dubbeltjes, die dan in de spaarpot gingen! De laatste keer dat hij door onze straat kwam, had hij een gele ster op zijn jas. Daarna heb ik hem nooit meer gezien.

Vader had zich inmiddels aangesloten bij de ‘ondergrondse’, de Binnenlandse Strijdkrachten. Ik herinner me dat Gerard Koekoek met een pak onder zijn arm achterom kwam, dat bleek een wapen te zijn, die onder de divan verstopt werd. Vader heeft dat weer verder verzorgd. Hoe? Dat kwamen wij als kinderen niet te weten. Er kwamen ook onderduikers in huis, die sliepen op de zolder. Er werden wel risico’s genomen!

Voedseltochten
De voedselschaarste werd zo erg, dat moeder op de fiets richting Hoorn ging om daar bij boeren lakens te ruilen voor wat aardappels. Samen met mijn broer ging ik naar de gaarkeuken in het dorp voor een armzalig pannetje soep en naar de Meentweg in Eemnes, langs de boeren voor wat melk of aardappels. Bij de Spar in Eemnes kochten we een fles pekelwater, zout was niet meer te koop.
Een buurjongen, die met zijn vader op voedsel­tocht was op de Veluwe, werd door een granaat aan zijn hoofd geraakt en werd dood thuis gebracht. Ook buurman Bus overleed tijdens een voedseltocht.

Vader (vel over been) en mijn broer van toen 12 jaar gingen met een handkar, lopend richting Zwolle, een barre tocht, maar ze hebben het gered. Met een paar mud aardappels kwamen zij gelukkig weer thuis!

Vader en moeder waren ook een keer van plan om samen op voedseltocht te gaan. Mijn broer en ik zouden zolang bij opoe logeren. Van het laatste roggemeel had moeder een brood gebakken, bestemd voor de logeerpartij. Er lag een flink pak sneeuw en we gingen dan ook met de slee, zo een met een rugleuning, ik achterop, broerlief trekken. Bij opoe aangekomen werden we zo bars ontvangen, dat mijn broer gelijk rechtsomkeert maakte met de slee. We waren al halverwege de straat toen we opoe bij het hek hoorden roepen: “KOM TERUG!”. Dat waren we dus niet van plan, binnen de kortste keren waren we weer thuis. Wat er zich tussen vader en opoe (zijn moeder) heeft afgespeeld weet ik niet, maar vader en moeder zijn thuisgebleven, waarschijnlijk gelukkig ook, gezien het pak sneeuw dat er lag.

Hoogtepunt voor de damesafdeling handbal was de wedstrijd op Koninginnedag op het kermis­terrein! 

Aardappelkoekjes
Een aardige buurvrouw reikte moeder over de tuinheg een mandje aan met aardappelschillen en ook nog een paar aardappels erin, die dankbaar aanvaard werden. Alles gewassen, samen gekookt en door de gehakmolen gedraaid werden er aardappelkoekjes van gebakken op het salamanderkacheltje in de kamer. Met een beetje bietenstroop erover, was het smullen geblazen! De pannenkoeken van 1944!

Plotseling kwam onverwacht een Duitse soldaat achterom, geen tijd voor vader om weg te komen. De soldaat kwam (ongevraagd) de kamer binnen en zei verbaasd: “Mussen Sie DAS essen? Aber Sie sind noch glücklich mit den ganse Familie zusammen. Meinen Familie ist gans weg bombardiert!” Maar toch sommeerde hij vader de volgende dag zich te melden voor het graven van kuilen om afweergeschut te plaatsen bij de Gooiergracht!

Liedjes
Achter gesloten deuren werden deze liedjes gezongen:

“Oh, kleine schildersjongen (Hitler),
jij hebt Nederland bedwongen,
met je bommen en met je kanonnen,
maar in Engeland
kon je toch lekker niet komen!”


“Twee Engelse torpedojagers,
die vlogen langs de Duitse kust.
Ze wilden aan de Führer vragen,
of hij nog zure bommen lust.
En bij heldere maneschijn
bombardeerden zij Berlijn,
bombardeerden zij Berlijn toen kort en klein.


Onder de brug van Moskou
stond een luitenant

met bevroren p…..(benen)
en een afgezette hand.

Hij stond te rillen van de kou
en riep: ‘Waar blijft de Führer nou,
die ons verlossen zou,
die ons verlossen zou?’.”

Ondertussen ging het leven zo goed mogelijk door. Er kwam een spinnewiel in huis. Van ruwe schapenwol werd een zo dun mogelijke draad gesponnen (wat mij ook aardig lukte, 9 jaar!) waarvan moeder bliksemsnel wanten haakte voor een kleine bijverdienste, heel welkom in die tijd!

Spelletjes
Werd er niet gespeeld in die tijd? Jawel hoor! Hoepelen met een fietswiel, steppen op één rolschaats! Knikkeren met kleiknikkers, stuiters waren een luxe, zeker de mexies, met van die mooie strepen erin en bonken, van die hele grote stuiters. Ruzie maken: “Jij speelt vals!”. Rarara, wie heeft die bal, die mooie bal van goud, priktol, een grote peervormige tol, waar je een touwtje omheen wikkelde, het uiteinde aan je vinger en dan wegwerpen, zodat het touw afwikkelde en de tol op straat ronddraaide. Buurkinderen hadden echte stelten, dat was voor ons niet weggelegd. Geen nood, vader maakte van twee lange latten met een paar steuntjes voor de voeten een paar stelten en kijk, wij konden ook steltlopen!

Bevrijding
Eindelijk kwamen dan berichten dat de bevrijdingstroepen in aantocht waren en voedseldroppingen plaatsvonden. Op het open veldje tegenover café Puik, konden wij de vliegtuigen zien en de pakketten naar beneden zien vallen. Mevrouw Pet, die aan de Smeekweg woonde, stond op een heuveltje met een theedoek te zwaaien. Ik denk niet dat het gezien werd door de vliegeniers! En het eerste wittebrood van Zweeds meel! Wat een traktatie, na het kleffe regeringsbrood!!

5 mei 1945, een datum om nooit te vergeten! De bevrijding! FEEST, FEEST, FEEST! Overal werden dansvloeren gelegd, er werd gezongen en de Canadezen werden juichend verwelkomd! We waren vrij en Nederland kon met de herbouw beginnen!

Naar Zwitserland
In 1946 zorgde het Rode Kruis voor reizen naar het buitenland om kinderen die in de oorlog aan astma leden of ondervoed waren weer op krachten te laten komen. Ik behoorde tot de gelukkigen om uitgezonden te worden wegens mijn astma aanvallen. De bestemming werd Zwitserland. Een rieten koffertje werd gevuld met mijn bezittingen en met vader ging ik op weg naar het tramstation, om met de Gooische Stinkerd (zo noemden wij het trammetje) naar Hilversum te gaan.

Buurmeisjes spijbelden van school om mij uit te zwaaien! Op het treinstation werden we opgewacht en met veel andere kinderen gingen we richting Utrecht om vandaar door te reizen naar Luzern. Een heel avontuur voor een 11-jarige!

In Luzern was het eerste wat moest gebeuren, onder de douche gaan! Wel eng hoor, met al die vreemde mensen! Dan was het afwachten door wie je zou worden afgehaald. We werden ondergebracht bij particulieren. Ik kwam terecht in een klein plaatsje, onder de Klausenpas, Unterschächen in kanton Uri. Wat een geweldige tijd heb ik daar gehad. Als eigen kind werd ik behandeld. Samen met hun eigen dochter gingen we de bergen in om koeien te hoeden, Brunali en Snackali. Na drie en een halve maand weer gezond en Zwitsers bruin terug naar Nederland met het rieten koffertje en een nieuwe jurk; vader haalde mij weer op.

Circus en handbal
Terug in Laren was inmiddels een circus opgericht door een aantal vrienden van de Kloosterweg. Op het veldje, dat nu nog plantsoen is aan de Smeekweg, werden zaterdags de uitvoeringen gehouden. Acrobatiek, kunsten aan een zweefrek (twee houten palen met een dwarslat) en een echte clown. Het werd zo bekend, dat er rijen mensen langs de weg stonden te genieten van het schouwspel! Om de ‘onkosten’ te dekken, werd met een pet rondgegaan, waarin spontaan menig dubbeltje of stuiver in belande. Helaas kwam er een einde aan de voorstellingen omdat de penningmeester er met de kas vandoor ging! Einde circus!

11 Maart 1949 werd door de voetbalclub L.V.V. een damesafdeling handbal opgericht. Velen enthousiastelingen meldden zich aan om zich heerlijk uit te kunnen leven. Hoogtepunt was wel de wedstrijd op Koninginnedag op het kermisterrein! Wat een geweldig team hadden we! Al gauw werden er competitiewedstrijden gespeeld. Op de fiets o.a. zingend naar Utrecht, winnen en dan zingend weer terug naar Laren. Een mooie tijd tegemoet!

Coronavirus
Een sprong in de tijd: Het jaar 2020 gaat de geschiedenis in met een heftig gebeuren, het CORONAVIRUS zette de hele wereld op zijn kop. Wereldwijd crisis. Het gaf mij weer een oorlogsgevoel. Hamsteren door de mensen, lege schappen in de winkels, lege straten, een onzichtbare vijand die onverwacht toe kon slaan. Een bepaalde dreiging hing in de lucht, het was oppassen geblazen! υ

*) Corrie Majoor-Vos (87) is auteur van het boek ‘De molen van Laren’ (2006).