Burgemeester van Nispenstraat 29, 1251 KE Laren

Hout houdt herinneringen levend

Hout houdt herinneringen levend

Als geboren Laarder had ik het voorrecht om mijn eerste 26 levensjaren op de Boekweitskorrel te mogen wonen. Dat is de korte verbindingsweg tussen de St. Janstraat en de Zijtak. Het is nog steeds wel een heel rustige straat maar in veel opzichten ook enorm gewijzigd. Dat geldt ook voor het stukje Laren waar houthandel van Dijk al decennia lang gevestigd is en waar nu discussie gaande is om dat om te gaan bouwen tot een woongebied. Bij zo’n ingrijpende wijziging komen enkele jeugdherinneringen aan juist dat speciale stukje grond rondom de houthandel naar voren, maar gelijk ook even naar een oude boerderij daar vlak tegenover.

Dit artikel is afkomstig uit Kwartaalbericht 117 [2011-3]. Leden van de Historische Kring Laren ontvangen dit kleurrijke boekje 4 keer per jaar. U kunt hier lid worden. Losse nummers zijn à € 4 per stuk in de Lindenhoeve te koop, zolang de voorraad strekt.

Jan – van Jaap – van Giel – Schaapherder

Boekweitskorrel
Lang was de Boekweitskorrel nog een zandweg, later bestraat, maar in mijn tijd (vanaf mijn geboorte in 1930 tot mijn huwelijk in 1957) bleven stroken langs elk huis nog puur zandbedekt wat de mogelijkheid bood om naar hartenlust spelletjes als landpikkertje, tollen, hinkelen en knikkeren te kunnen spelen zonder dat het (nog weinige) verkeer op enige wijze belemmerd werd. Straatverkeer (naast wandelaars en fietsers) betrof in die jaren bakfietsen voor mensen als slagers, bakkers, melkboeren, handkarren voor het zwaarder materiaal zoals hout en stenen, dan het paard- en wagen vervoer, een enkele luxe auto en nog een verhuisvrachtwagen. Verder rust en ruimte.

Naast de herinneringen die ik in een vorig artikel al met u heb gedeeld schieten mij weer beelden uit die kinderjaren naar voren die op hun eigen manier onuitwisbare indrukken hebben gemaakt. Zo herinner ik mij dat in de herfst, als de vogeltrek ging starten en de vogels al ‘vergaderend’ in heel grote aantallen bijeen kwamen in de hoge bomen naast ons huis, om het te beleven dat bakkers, slagers en andere met van die diepe laadbakken daar onder stopten en hun deksels met een forse klap omlaag lieten vallen. Dan waren de rapen gaar, alom gekrijs, gefladder en geschijt van duizenden vogels welke in paniek opvlogen, maar na korte tijd toch maar weer de hoogte opzochten.

De achterkant van de boerderij van Rooie Hein Smit aan de Boekweitskorrel. Tekening archief Gerard Koekkoek

En zo herinner ik me in de winter sneeuw en ijs te zien smelten vanaf rieten boerderijdaken, zich vormend in grillige ijspegel-constructies en daar dan stukken af te breken en op te lopen zuigen. We hadden toen nog nooit van ijssalons – zoals Pandelaar – gehoord. Ook in de winter de gezelligheid van een boerenstal waarin je mee mocht helpen bij alle mogelijke taken. De beschutting te ervaren van een plek waar vee en mensen, zo dicht bij elkaar wonend waren. De handpomp voor water op de deel, vlak bij keuken en stal, de hooizolder, de tussen palen staande koeien, de paardenstal, het varkenskot, het kippenhok, alles dicht bijeen en elk zijn funktie in dit harmonische geheel waarin je je zo veilig en betrokken wist.

Houtwerf van Dijk
En om de hoek, de houtwerf van van Dijk. Ik heb nog persoonlijke herinnering aan vader Piet en de twee zonen welke de latere directie uitmaakten, baas Bertus en Wim. Via onze dagelijkse loop naar school en kerk kwamen we daar 2 of 4 keer per dag langs, ofwel via de Sint Janstraat dan wel via de Zijtak. Het decor van toen is tot heden aan toe hetzelfde gebleven, vooral goed te zien vanaf de Zijtak. Stapels bomen, drogend en rijpend tot het juiste gebruiksmoment, tot planken gezaagd en opgestapeld, met latten voor goede ventilatie ertussen. Aanvankelijk moest dit allemaal nog met man- en paardenkracht gedaan worden, in latere jaren werd de grote houten hijsoverkapping in gebruik genomen. Hier vlakbij stond een reclamebord waar de daarop vermelde slogan ineens nog in gedachten schiet, zijnde:

BETON IS MAAR BETON
STAAL IS MAAR STAAL
MAAR HOUT LEEFT
GEEFT SFEER
EN SPREEKT EEN EIGEN TAAL

Altijd beweging in dat stuk logistiek. Aanvankelijk paarden, later de mechanica. Er was ook een stuk spoorrails op het hele traject om al dat hout van aankomst tot afgeleverd product te kunnen vervoeren. Dat ging met handgeduwde lorries. Wat een ideaal voor ons kinderspel, we konden er op zitten terwijl een ander duwde en omgekeerd. Natuurlijk was dat best gevaarlijk maar toch hebben we er regelmatig plezier van gehad. Heel, heel veel hout is in de loop der jaren daar aangeleverd, bewerkt en weer afgeleverd. Maar toch was in de oorlogsjaren (en mogelijk nog een tijd daarna) de huidige opslagplaats onvoldoende en was er een groot extra terrein bijgekomen, dit achter de boerderij van rooie Hein.
Ook nog een opmerkelijk punt was het transport van grote bomen. Die werden van verre (hoe ver zal toen ver geweest zijn?) opgehaald en op een ‘mallejan’ naar Laren getransporteerd, dit getrokken door forse paarden. Zo’n tocht te maken zal geen sinecure geweest zijn en wat de berijder aan comfort in storm en regen gehad zal hebben is moeilijk voor te stellen. Veel hout werd verwerkt tot professionele producten, zoals zwaar meubilair, werkbanken, slagerstafels en hakblokken. Bij elkaar is het een heel bloeiend en boeiend bedrijf geweest waarin generaties Laarders hun brood verdiend hebben. Wie weet wat de toekomst op deze plek voor fraais gaat brengen, maar ik zal de herinneringen aan dit voorbije tijdperk zeker missen!

Sla Er Op Los
Schuin tegenover de houthandel, op de hoek Klaaskampen en Molenweg, stond een boerderij met een bord ‘onbewoonbaar verklaard’ erop. Na een lang leven in het boerenbestaan, daarna caféfunktie en moe gestreden vóór de sloop nog enkele jaren huisvesting voor de – naar mijn beste weten – eerste tafeltennisclub in Laren, SEOL geheten (Sla Er Op Los). De na-oorlogse jaren waren op enig gebied nog bijzonder armelijk, het ontbrak eigenlijk aan alles en nog wat. Met gezamenlijke inspanning zijn we (en wie wie was en wat die of die daarin precies bijgedragen heeft verdween in het grijze van mijn hersengebeuren), maar we hebben daar een aantal jaren kunnen spelen, zelfs ook nog aan de competitie deelgenomen. Qua spelerstalent komt de naam van Rik van de Akker weer naar voren, qua aanwinst in de damesbezetting komt de naam Narda van Zuylen in herinnering en zeker niet alleen vanwege haar fraaie naam. Namen als Rietje, Jopie, Gerda, Thea, Sonja, Loezen en andere snoezen waren in onze leefwereld gangbaarder. Mocht het zijn dat u bij het lezen – waarschijnlijk leeftijdsgenoten –
nog wat verdere inkleuring van dit SEOL gebeuren kunt geven, dan hoor ik dat graag.