De bogen van het Oosterend-comité
Reeds als klein jongetje van een jaar of 7, 8 was ik actief bij het Oosterend-comité betrokken. Dit gaat ook op voor Gerard Bitter. Op mogelijk een enkele uitzondering na zijn wij altijd al die jaren trouw van de partij geweest als het bogenbouwen daar was. Daarmee zijn wij al zo’n 70 jaar aan het Oosterendcomité verbonden. Ons comité heeft in totaal drie erepoorten gekend waar de processie onder door trok. De boog met de gouden koepel is de derde.
Dit artikel is afkomstig uit Kwartaalbericht 176 [2026-2]. Leden van de Historische Kring Laren ontvangen het kleurrijke glossy magazine 4 keer per jaar. U kunt hier lid worden. Losse nummers zijn à € 9,50 per stuk in de Lindenhoeve en bij Bruna en de Larense boekhandel te koop, zolang de voorraad strekt.
40 jaar gouden koepel & 140 jaar comité
Tekst: Jan van den Brink
De processieroute op de terugweg was vroeger een geheel andere dan nu via de Vredelaan. De terugtocht ging over de Hilversumseweg, langs het hertenkamp, en over het kruispunt bij t’ Bonte Paard naar de Torenlaan. Vanaf de kruising Torenlaan en Kerklaan liep er een schuin, breed pad over de Brink met zijn iepenbomen naar de Mauvepomp bij de poffertjeskraam. Daar werd onze tweede erepoort vanaf 1922 ongeveer in het midden van de Brink neergezet.

Voor die tijd stond daar onze eerste erepoort, die ergens tussen 1886 en 1896 moet zijn ontstaan. In 1931 is het brede pad veranderd in een smal wandelpad, waardoor onze tweede erepoort daar niet meer kon staan. De toenmalige voorzitter van ons comité, de heer Bart van den Brink, kon zich hiermee niet verenigen en legde daarom zijn functie neer. Het Oosterend-comité had een tijd daarvoor al extra versieringspalen gemaakt om de kaalslag van het wegkappen van de mooie iepenbomen op te vangen. Gelet op het vervallen van de standplaats midden op de Brink werd de erepoort op de Torenlaan nabij de Kerklaan neergezet. Echter zoals in een krantenartikel van 18 juni 1948 te lezen viel moest de boog ook daar weg wegens te grote verkeersdrukte. Voor een keer werd die op het weggetje tussen Torenlaan en Rijt neergezet en vanaf 1949 op De Rijt, omdat er toen een nieuwe bestrating was gemaakt. De tweede boog heeft er tot 1966 gestaan. Dus is deze boog 44 jaar meegegaan. Echter is die maar 40 keer opgebouwd omdat in de oorlogsjaren dat niet mocht.

Opbouwtijden
Er waren voor de tweede boog wel 3 tot 4 avonden voor het opbouwen nodig. De opbouwtijden waren ook stipt vanaf ‘s avonds 7 uur tot ongeveer half 10. Omdat de zomertijd toen nog niet bestond, was het een uurtje eerder stoppen dan nu omdat het stikdonker was geworden. Ik herinner me nog dat in die jaren vijftig er naar De Pijl werd gegaan, naar slijterij Gijs Duurland, om een borreltje te drinken. De jongste kinderen mochten naar kruidenier Corrie Willard op de hoek om een chocoladereep te krijgen. Bart Krijnen die jarenlang aan ons comité verbonden was had daar een leuke anekdote over. Als de bogenbouwers arriveerden, verzocht slijter Gijs de aanwezige gasten om te vertrekken want “daar kwamen de bogenbouwers”, alsof wij heel belangrijke gasten waren. Reeds begin jaren zestig werd er na afloop naar t’ Bonte Paard gegaan voor het borreltje omdat de slijterij ermee ophield. Het was altijd heel gezellig.
Grandeur weg
Halverwege de jaren zestig gebeurde er een naar ongeluk tijdens het opbouwen. Iemand was eruit gevallen en moest met de ambulance naar het ziekenhuis. De boog was op sommige plekken niet meer in goede conditie en daarom werd er besloten om de ombouw over de straat niet meer te doen. Dat was wel slikken, want de grandeur was eraf. Met bloembakken en wimpels langs de straatkanten werd er aldaar in het vervolg met het nog resterende van de boog de versiering gedaan. Eind jaren zestig werd de processieroute ingrijpend gewijzigd. Wij raakten onze zo geliefde plek op de Brink kwijt en kwamen aan het begin van de Vredelaan te staan. Een bijzonder kenmerk voor het Oosterend-comité was dat onze poort de laatste erepoort was waar de processie onderdoor trok.
Alleen vlaggenpalen
De borrels in t’ Bonte Paard werden alsmaar duurder, waardoor we naar de kantine van het nabijgelegen LVV-terrein gingen, wat kosten uitspaarde. Intussen was door het sterk vereenvoudigde werk van wat er van de boog was overgebleven nog maar voor een à twee avonden werk nodig voor het opbouwen. Het bestond nog alleen maar uit het ingraven van vlaggenpalen. In 1977 werd de zomertijd ingevoerd, waardoor er een uur langer kon worden doorgewerkt. Naast alle versimpelingen werden door ons in de LVV-kantine over het voortbestaan van de processie ook levendige discussies gevoerd tussen de hoofdzakelijk traditioneel ingestelde bogenbouwers en de meer progressieve leden. Een tijd van versobering brak aan.
Geschiedenis processie
Uit het boek over de Sint Jansprocessie van dr. A.C.J. de Vrankrijker en Gabriel Smit uit 1952 heb ik het navolgende letterlijk geciteerd. “Van 1572 tot 1795 ging de katholieke kerk gebukt onder het verbod tot openbaarheid. Op 9 juni 1806 werd de Broederschap opgericht. Zij heeft geleidelijk meer orde en regel in het gezamenlijk optrekken gebracht, want voordien in de schuilkerk-periode liep men op eigen initiatief soms bij nacht en ontij. In 1809 kwam de Broederschap voor het eerst met een gebedenboek uit en heeft zij spoedig enige luister aan de bedetochten weten bij te zetten, zodat steeds meer van een werkelijke processie gesproken kon worden. Ook lieten zij het opzetten van de versieringen aan de buurtcomités over. In 1952 waren er zes buurtcomités met zeven erepoorten. De eerste Broedermeesters waren Lambertus Majoor en Joannes Cornelisse van den Brink. De belangrijkste stuwkracht voor de ontwikkeling van de processie was burgemeester Jan van den Brink, die in 1841 aantrad, (overleden in 1862). Hij was een neef van voornoemde Broedermeester.”
Wij zijn enorm content dat wij ook nu nog steeds goede contacten met de plaatselijke overheid onderhouden, zoals destijds burgemeester Elbert Roest, die een keer in werkkleding kwam en ons meehielp de boog op te bouwen.
Op 25 april 1822 werd in de grondwet opgenomen dat in Laren een openbare processie jaarlijks over de weg mag worden gehouden op 24 juni. Deze is in de herziene grondwet van 1848 nog eens formeel vastgelegd onder artikel 177. De Larense processie was hiermee ten volle erkend! In 1844 kwam Thorbecke met een voorstel tot herziening van de Grondwet in democratische zin. In toenemende mate herkregen de katholieken weer de gelegenheid om in het openbaar te verschijnen.
In 1865 werd er meer sier gebracht door zilveren penningen mee te gaan dragen. Tien personen hadden aan de kosten hiervoor bijgedragen door 10 gulden per man te betalen. Zij deden dit onder het beding dat bij hun overlijden of aftreding zij gerechtigd zijn iemand aan te wijzen om in hun plaats te treden. De penningen waartoe voor die tijd aanzienlijke sommen waren neergeteld, bleven dus als het ware familie-eigendom. Pastoor Tinnebroek kon zich slechts het recht voorbehouden om hen om gewichtige redenen van hun post te ontheffen. Zo hebben de pastoors in de regel weinig invloed gehad op benoemingen van de Broedermeesters.
De toeloop naar Sint Jan groeide. Er bestond kennelijk liefde voor de jaarlijkse processie die men nu gerust zo kon noemen. De bezoekersstroom aan de processie van buiten Laren hield aan en nam toe toen de processie meer kleur en vorm kreeg. In haar tweede jaargang van 1887 schreef de Gooi- en Eemlander dat er wel 2.000 mensen deelnamen aan de processie. Besef dat omstreeks die tijd er nog maar 2.200 mensen in Laren woonden. In 1906 waren er reeds 6.000 processiegangers en in 1917 voerde alleen de Gooische Stoomtram al 12.000 mensen aan. Het jaar 1886 was een zeer bijzonder jaar voor de Sint Jansprocessie. Toen trok voor het eerst de moderne luisterrijke stoet uit. In dat jaar viel het St. Jansfeest tezamen met Sacramentsdag. Dit gaf aanleiding om aan aartsbisschop Snickers te verzoeken het Allerheiligste bij de jaarlijkse processie naar het St. Janskerkhof te mogen meedragen, hetwelk door Zijn Doorluchtige werd toegestaan.
Uit navraag kwam vast te staan waar men in 1886 erepoorten heeft opgericht en ook van welke soort deze waren. Toen pastoor Nieuwenhuis met zijn grote belangstelling voor traditie en historie in 1892 parochieherder van Laren werd, zorgde hij weldra voor toenemende luister. De faam van Laren ging door de omgeving. Koningin Emma kwam in 1898 de versieringen bezichtigen. Nieuwe poorten werden opgericht, meest door vermogende burgers voor eigen rekening of anders door enkele buurtgenoten tezamen. Deze pastoor was het ook die in 1900 het twaalfde eeuwfeest van de processie deed vieren. Niet helemaal terecht overigens, maar er werd niet op een paar jaar meer of minder gekeken. De toenmalige aartsbisschop Mgr. van de Wetering was er voor die gelegenheid bij. Diens komst betekende als het ware de erkenning van het bijzondere van de Sint Jansprocessie te Laren.
Schilden Toon de Jong
Dus waarschijnlijk ergens tussen 1886 en 1896 werd onze eerste erepoort opgericht en zijn wij als Oosterend-comité gestart. De schilden van de in Laren geboren kunstschilder Toon de Jong, representant van de Larense schilderschool, waren prominent ook al in de eerste erepoort aanwezig, wel nog in een kleinere vierkante vorm zonder de teksten. Toon leefde van 1879 tot 1978. Van hem is bekend dat hij al op heel jonge leeftijd met schilderen begon.

Omwenteling
In de jaren tachtig kwam de grote omwenteling voor ons comité. In 1982 nam ik het voorzittersstokje over van mijn vader. Met Theo van den Brink smeedde ik plannen voor een nieuwe boog, de derde in het bestaan van het Comité Erepoort van het Oosterend. Ons comité plaatst nu jaarlijks de eerste boog op de heenweg, welke tevens de laatste is op de terugweg.
De nieuwe erepoort werd voor het eerst opgericht in 1986 ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de sacramentsprocessie. Ik maakte zelf het ontwerp, waarbij ik mij onder andere liet inspireren door een ander exemplaar, van architect Elzinga. Uit de oudere bogen kwamen de twee schilderingen van Toon de Jong mee: het lam Gods, aangevuld met de tekst ‘Ecce Angus Dei’ en het heilig sacrament met de tekst ‘Panus Angelorum’.
De bouw gaf een enorme impuls aan ons comité en aan de processie. We hadden ook werkelijk alles mee; goede lassers, timmerlui en schilders, iedereen wilde zich ervoor inzetten. Meteen na de oplevering in 1986 groeide ook het aantal leden voor het jaarlijkse oprichten van de boog fors met veel mensen uit de vrijwillige brandweer van Laren. Begin 2005 waren er 27 leden van het comité actief. Momenteel in 2026 zijn we met 20 man actief. De samenstelling van de ploeg bestaat uit veel uitmuntende vaklui en ondernemers. Ook hebben academisch geschoolden zich bij ons aangesloten, zoals destijds een medisch specialist uit het ziekenhuis Gooi Noord. De bloemversiering wordt verricht door het team van televisie-tuinman Rob Verlinden. Om de kosten beheersbaar te houden worden er vanaf dit jaar in de bovenste etages kunstbloemen gebruikt. Daar zijn binnen bloembakken voor gemaakt door Gerard Bitter en Ton Koekkoek.
Comité 140 of 130 jaar oud
Dit jaar bestaat onze erepoort 40 jaar. Hij is 38 keer opgezet wegens onderbreking in de coronaperiode. De eerste erepoort is zo’n 26 á 36 jaar meegegaan. De tweede erepoort is ca. 44 jaar meegegaan en ongeveer 40 keer opgezet wegens verbod in de oorlogsjaren. De vlaggenpalen-periode, van 1966 tot 1986, heeft ongeveer 20 jaar geduurd. Dat betekent dat ons comité 140 jaar oud is, gerekend vanaf 1886, of 130 jaar vanaf 1896, toen Toon de Jong op jonge leeftijd de twee schilderijen maakte.
Vanaf de oprichting kreeg de derde boog onbedoeld een ereplek: op last van de politie werd de boog op de huidige plek gezet, zodat de politie (toen nog in het oude raadhuis gevestigd) kon blijven uitrukken. Wij waren weer terug op de Brink!!!

Trouwe ploeg
De geïnvesteerde 13.000 gulden werd al snel weer terug verkregen. En dit is allemaal tot stand gekomen door de bogenbouwers van het Oosterend-comité met hun onbaatzuchtige inzet, arbeid en bijdragen. Het is een heel trouwe ploeg en we kennen vrijwel geen opzeggingen. Wel zijn ons leden ontvallen door gezondheidsproblemen of overlijden.
In mijn ontwerp van de boog ben ik ervan uitgegaan dat deze met zo’n 8 tot 10 man die van aanpakken weten en over bouwkundig/technisch inzicht beschikken in één avond is op te zetten. Naast repeterend is het ontwerpplan ook speels van karakter. Het opbouwen geschiedt met behulp van de takelwagen van Richard Calis. Het gewicht is zo’n 3000 kilo en de hoogte is 9,50 meter. De doorrijhoogte is 4,20 meter bij een breedte van 3,50 meter en op straatniveau 4,90 meter. Er is een keer een auto tegen de boog gereden, waardoor er een pilaar schuin kwam te staan en er een aantal bloembakken waren versplinterd. Omdat er bovenin de constructie twee haaks op elkaar staande spanten zijn aangebracht heeft de poort op drie pilaren kunnen standhouden. Een bijzonderheid is dat de erepoort over het zebrapad wordt gezet.
Kerkelijk aspect
Het kerkelijke aspect komt bij ons tijdens het samenzijn niet of nauwelijks aan bod, alhoewel er wel leden zijn die bijzonder spirituele ervaringen hebben gehad. Wij verkeren in de enorm gelukkige omstandigheid dat wij in een weldadige, fijne sfeer de opbouw en het samenzijn ondergaan. Ook wordt er altijd na het bouwen een klein gezellig borreltje gedronken bij een van de leden thuis en na het afbreken in gezamenlijkheid met alle andere bogencomités in een Larense gelegenheid.
De Broederschap van Sint Jan vormt een verbindende factor en veel leden van de comités zijn ook daaraan verbonden. Ons Oosterend-comité is al heel oud en vitaal. Ook de comités Klein Laren en Naarderstraat stammen uit de beginjaren.
In de jaren zeventig van de vorige eeuw is comité Zevenend heropgericht. Het comité Viersprong en Gemeentehuis zijn verdwenen. In de jaren vijftig waren zij er met een zevental prachtige indrukwekkende erepoorten.
De Broederschap heeft een vaste plaats in de kerkelijke hiërarchie en wordt door de geestelijkheid geïnspireerd.
Tot slot wil ik erop wijzen dat de weldadig fijne sfeer die wij promoten is weggelegd voor de meeste aardbewoners. Al is dat op dit moment niet zichtbaar wegens oorlog en onheilsdreiging. Wie weet komen er grote vrede- en dankbaarheidsmarsen. Wie weet krijgen zij aansluiting in de Sint Jansprocessie. υ
Zie ook: Artikel ‘Erepoort van het Oosterend’ in Kwartaalbericht 116 (2011-2), ter gelegenheid van 25-jarig bestaan derde erepoort; Artikel ‘Frans Bierlaagh over bloei, neergang en nieuwe bloei van de Sint Jansprocessie’ in Kwartaalbericht 149 (2019-3).

