Burgemeester Naud van der Ven
Naud van der Ven was 22 jaar burgemeester van Laren, van 1946-1968. Arnold Joseph Marie (Naud) van der Ven werd geboren op 7 maart 1903 in Rotterdam. Hij was de zoon van F.J.A.M. van der Ven (1870-1945) en J. Ph. M. Sutorius (1871-1960). Na een korte tijd in de handel te hebben gewerkt, werd hij ambtenaar op de secretarie van de gemeente Oisterwijk.
Dit artikel is afkomstig uit Kwartaalbericht 167 [2024-1]. Leden van de Historische Kring Laren ontvangen het kleurrijke glossy magazine 4 keer per jaar. U kunt hier lid worden. Losse nummers zijn à € 9,50 per stuk in de Lindenhoeve en bij Bruna en de Larense boekhandel te koop, zolang de voorraad strekt.
Tekst: Cees Meijer
In 1934 werd hij benoemd tot burgemeester van Wijk bij Duurstede. In 1943 werd hij door de bezetter ontslagen en opgevolgd door een NSB’er. Hij moest met zijn gezin onderduiken bij zijn wethouder A. van Bemmel, wiens boerderij ‘De Vogelpoel’ een centrum van illegaliteit was.

Naar Laren
Na de bevrijding keerde Van der Ven weer terug als burgemeester van Wijk bij Duurstede. Daarnaast werd hij waarnemend burgemeester van de buurgemeente Cothen. In 1946 volgde zijn benoeming tot burgemeester van ons dorp, Laren. Diens benoeming was – hoe toepasselijk – gedateerd 24 juni 1946, Sint Jansdag. Daarmee kwam voor Van der Ven een al lang bestaande wens in vervulling, vertrouwde hij een verslaggever toe. Laren trok hem, want hij vond het een prettige woongemeente met een veelzijdige bevolking. “Laren heeft voor mij iets speciaals. Het is een verzamelplaats van alle richtingen: literatuur, beeldende kunsten, captains of industry, handelsfiguren etc.”, vertelde hij in zijn afscheidsinterview met de Gooi-en Eemlander.
Door zijn benoeming tot eerste burger van Laren ging zijn inkomen van f 4025,- (1826 euro) in Wijk bij Duurstede naar f 5578,-. (2531 euro).* Een verschil van ruim f 1500,-. Toch verzocht Van der Ven de minister van Binnenlandse Zaken om een extra toelage. Allereerst was het leven in ’t Gooi duurder en “in Wijk bij Duurstede had ik praktisch geen representatiekosten, in Laren is hieraan niet te ontkomen”, zo motiveerde de burgemeester zijn verzoek om verhoging van zijn bezoldiging. Daarmee kwam nog dat de huur van de woning aan de Grintbank 3 f 1200,- per jaar bedroeg tegen f 400,- voor de ambtswoning in Wijk bij Duurstede. Omdat zijn voorganger Van Nispen met toestemming van de gemeente in de ambtswoning naast het hertenkamp was blijven wonen, was burgemeester Van der Ven gedwongen elders in de gemeente passende woonruimte te zoeken. Hij vond dat dus aan de Grintbank. De minister had begrip voor de argumenten van Larens burgemeester en kende hem een verhoging van de bezoldiging met vier periodieken toe.
Geen promotie
Aanvankelijk had Van der Ven nogal last van de populariteit van zijn voorganger Van Nispen van Sevenaer. Er werden geregeld vergelijkingen gemaakt tussen hem en zijn voorganger Van Nispen, die in de gemeente was blijven wonen en zich met de gemeentepolitiek bleef bemoeien. Een deel van de inwoners bleef in Van Nispen de burgemeester zien. Deze had immers een heel lange ambtsperiode gekend, van 1909 tot 1946, slechts onderbroken door de periode 1943-1945 toen Laren een NSB-burgemeester had. Van der Ven was niet de persoon ernaar om in de belangstelling te willen staan en hij was niet belust op promotie en macht. Zijn ambtsjubilea werden slechts in kleine kring gevierd; hij gaf er geen ruchtbaarheid aan. Maar aan een bescheiden viering van zijn 40-jarig jubileum in overheidsdienst viel niet te ontkomen als gevolg van een oplettend raadslid, Piet Hilhorst.
Interviews toestaan, deed hij nooit in de 22 jaar als burgemeester van Laren, behalve dan bij zijn afscheid aan de Gooi- en Eemlander. Zijn papieren zouden bij de hogere overheid hoog genoteerd staan. Bij herhaling – zonder sollicitatie – zou Van der Ven het burgemeesterschap van grotere gemeenten zijn aangeboden. Onder meer dat van Hilversum na het overlijden van burgemeester Hellenberg Hubar, wist de Laarder Courant de Bel.

Saksische boerderijen
Van der Ven bekommerde zich ook om het behoud van oude Saksische boerderijen in Laren. Er kwam een monumentenlijst, waarop veel van deze boerderijen stonden. Maar de restauratie van deze monumenten met hun rieten daken zou de overheid onnoemelijk veel geld kosten. De burgemeester meende dat de oplossing lag in het stimuleren van particulieren, die restauratie konden betalen, om een boerderij te kopen en er daarna zelf in te gaan wonen. Een advies dat in veel gevallen is opgevolgd in ons dorp.
Grote bevolkingsgroei
Je zou Van der Ven de burgemeester van de wederopbouw kunnen noemen hoewel Laren relatief weinig materiële oorlogsschade kende. Maar Laren kende, zoals veel gemeenten in de naoorlogse periode, wel een grote bevolkingsgroei. In de ambtsperiode van burgemeester Van der Ven groeide de bevolking van 4110 zielen in 1946 tot 14.312 in 1968. Het aantal woningen steeg navenant. Nieuwe wijken ontstonden in het oostelijk deel (Gooiergracht e.o.) en zuidelijk deel (Smeekweg/Postiljon) van onze gemeente. Er werden maar liefst 37 nieuwe wegen aangelegd. In de ambtsperiode van burgemeester Van der Ven kwam een twintigtal nieuwbouw of uitbreidingen van scholen tot stand. De babyboom ging natuurlijk ook niet aan het (katholieke) Laren voorbij.
In zijn ambtsperiode, in 1947, vestigde zich het Nederlands Studentensanatorium aan de Naarderstraat op de plaats waar nu de Stichtse Hof ligt. Burgemeester Van der Ven had ook een belangrijk aandeel in de totstandkoming van de Gooische Academie voor Beeldende Kunst en in Larens ‘pronkjuweel’ het Singer Museum in 1956. Ook de gemeente zelf zocht nieuwe huisvesting. Nog net voor het afscheid van de burgemeester kon in maart 1968 het nieuwe gemeentehuis in het broederhuis aan de Eemnesserweg, dat was uitgebreid met een flinke aanbouw, in gebruik worden genomen.
Ondanks al deze gemeentelijke investeringen was Laren een van de weinige Nederlandse gemeenten die er financieel goed voorstonden. Dat was niet het minst te danken aan burgemeester Van der Ven, die financiën in zijn portefeuille had, meende de Bel.

Afscheid
In 1968 ging Naud van der Ven met pensioen. Bij gelegenheid van zijn afscheid op 29 maart werd hij benoemd tot ereburger van Laren. Ook werd hem en zijn vrouw een door professor en plaatsgenoot G.V.A. Röling geschilderd portret van de scheidende burgemeester aangeboden. Röling was hoogleraar aan de Rijksacademie in Amsterdam en woonde vanaf 1950 met zijn gezin in Laren. Even terzijde: Marte Röling de maakster van ‘De geitjes’ in het plan-Postiljon is een dochter van hem. Het schilderij moest na overhandiging per omgaande weer terug naar de gemeente, hetgeen de burgemeestersvrouw de opmerking ontlokte: “Ik zie mijn man liever in levende lijve dan aan de muur”. De meeste jaren van zijn pensionering bracht hij door in zijn huis in Frankrijk (Dordogne). In dat land overleed hij op 11 november 1978. Hij werd er ook begraven. Op zijn verzoek hadden uitvaart en begrafenis in stilte plaats. Dat paste bij Naud van der Ven, wars als hij was van uiterlijk vertoon.
| Burgemeesters* van Laren | |
| 1794 – 1795 | Meijns Jansz Calis* |
| 1809 – 1809 | Hendrik Meijnszen Calis* |
| 1817 – 1817 | Meijns Jansz Calis* |
| 1817 – 1862 | Jan van den Brink |
| 1863 – 1877 | Willem Velthuysen |
| 1877 – 1909 | Christianus Lambertus Velthuysen |
| 1909 – 1943 | jhr. Hubert Louis Marie van Nispen tot Sevenaer |
| 1943 – 1945 | Adriaan Willem (Willy) Knipscheer (NSB) |
| 1945 – 1946 | Jhr. Hubert Louis Marie van Nispen tot Sevenaer |
| 1946 – 1968 | Naud (A.J.M.) van der Ven |
| 1968 – 1980 | N.W. Elsen (KVP) |
| 1981 – 2001 | Theo (L.H.Th.) Hendriks (CDA) |
| 2002 – 2017 | Elbert (E.J.) Roest (D66) |
| 2017 – 2019 | Rinske (R.) Kruisinga (CDA, waarnemend) |
| 2019 – heden | Nanning (N.) Mol (VVD) |
| * schout of buurmeester. Bron: Wikipedia. |
* De eurobedragen zijn naar toenmalige economische maatstaven en dus niet omgerekend naar hedendaagse koopkracht.
BRONNEN : de Laarder Courant Bel, div. artikelen; Streekarchief (SAGV), 098.1 Gemeentebestuur Laren 1925-1989, invnrs. 433 en1619 (afscheid) ; Gooi- en Eemlander 7 maart 1968;)Wikipedia. Het portret is onderdeel van de collectie gemeente Laren.

