Burgemeester van Nispenstraat 29, 1251 KE Laren

Koe verloren

Koe verloren

Hoe is het mogelijk dat je een koe verliest? Een portemonnee, een paraplu of een armband, dat kan ik vatten, maar een koe verliezen? Nee, en toch gebeurde het in 1918. Ik vond het bericht in een oud krantenknipsel uit die tijd.

Dit artikel is afkomstig uit Kwartaalbericht 133 [2015-3]. Leden van de Historische Kring Laren ontvangen dit kleurrijke boekje 4 keer per jaar. U kunt hier lid worden. Losse nummers zijn à € 4 per stuk in de Lindenhoeve te koop, zolang de voorraad strekt.

Bep (G.L.) De Boer

In februari 1918 verkocht de zoon van veehouder H. Calis een koe aan een meneer S. in Den Haag. Ook al zo vreemd, want wat moet een meneer uit Den Haag met een koe beginnen? Misschien was het bedoeld om het dier te slachten. Het was voor Calis een waardevol koebeest en samen met de rijwielhandelaar De Graaf zou hij het dier naar Den Haag brengen. Op de wagen met 2 paarden ervoor werd de koe naar Amsterdam gebracht. Vandaar zou het dier per boot verder moeten. In het IJ lag een sleepboot klaar met een aantal beladen schuiten die naar de residentie moesten worden gevaren. Voor de koe was nog net een plekje vrij.

De heer De Graaf, als rijwielhandelaar, wist niet beter te doen dan, evenals met fietsen, de koe in een krat te spijkeren, zodat hij gewaarborgd was voor ongevallen. Zelf lagen de begeleiders van de koe te slapen op de sleepboot. Zo werd in de stikdonkere nacht de reis naar Den Haag begonnen. Toen de dag aanbrak en de heren De Graaf en Calis wakker werden, konden ze hun ogen niet geloven. Achter de sleepboot was een lege platboom schuit. Hier en daar lagen nog wat planken, maar de koe was verdwenen. Hoe was dat mogelijk? Ze hadden nog wel zo’n mooie krat getimmerd. Waar was hun koe gebleven? Ze zochten overal, maar een koe kan zich niet zomaar verstoppen. De herkauwer was weg en bleef weg. Dat was een ramp. Het dier was klaarblijkelijk van boord gestapt. Na vruchteloos te hebben gezocht zijn de begeleiders maar weer naar Laren teruggegaan en lieten het aan de veldwachters over om de koe op te sporen.

Een paar dagen later kreeg Calis het verblijdende bericht dat een boer een koe in zijn weiland had gevonden. En het bleek nog het zoekgeraakte exemplaar te zijn ook.
Het dier had zich waarschijnlijk op de schuit van zijn houten harnas weten te bevrijden en was op het dek gaan wandelen. Mogelijk is hij toen door de duisternis misleid en te water geraakt. Het dier is naar de wal gezwommen en heeft zich een paar dagen in de weilanden rond Leiden opgehouden. Tenslotte kwam zij bij een boer terecht. Het dier loeide onbarmhartig en keek het boertje met een paar smekende ogen zo weemoedig aan alsof ze vroeg: “Ach melk me asjeblieft”. Het boertje molk haar en bezorgde haar een warm plekje in de stal.
Dat Calis en De Graaf in hun nopje waren toen ze hoorden dat de vermiste koe terecht was is te begrijpen. Het zou anders een grote schadepost voor hen geweest zijn.