Klein en groot oorlogsleed

Klein en groot oorlogsleed

Mijn broer vertelde: “Je bent in de oorlog geboren en je was nog maar heel klein en moest dus nog melk hebben om te kunnen groeien. Veel was er niet meer in huis. Er waren zeven kinderen te voeden en we hadden ook nog een onderduiker (ik kende hem later als ‘Oom Frits’). Het was 1944 en ik was toen 13 jaar. Vaak moest ik naar Eemnes of nog verder lopen om bij boeren melk te vragen voor mijn kleine zusje. Zo ook die dag! Ik was al heel vroeg met broertje Johan van tien op pad gegaan om melk te halen. Het lukte, die dag niet zo goed, maar na heel veel inspanning, hadden we toch een liter melk . Het zat in een glazen fles met dop. 

Dit artikel is afkomstig uit Kwartaalbericht 87 [2004-1]. Leden van de Historische Kring Laren ontvangen het kleurrijke glossy magazine 4 keer per jaar. U kunt hier lid worden. Losse nummers zijn à € 4 per stuk in de Lindenhoeve te koop, zolang de voorraad strekt.

Hoofdfoto: Distributeurs op weg van het stadhuis naar kantoor met de blikken met bonnen. Augustus 1943

Door Gerda Meulenkamp

Foto van mijn broers Gerard en Johan de Wit (+1991) genomen ongeveer in het jaar waarin zich bovenstaande heeft afgespeeld.

We waren moe en liepen bij de kruising Eemnes, Laren , vlakbij een mitrailleursnest, toen twee Nederlandse mannen van de CCD (Crisis Controle Dienst), ons aanhielden. “Wat moeten jullie hier jongens “We hebben melk gehaald voor mijn kleine zusje meneer” zei ik. “Laat maar eens kijken” Ik gaf hem de fles. Hij deed de dop eraf en keek erin, zette de fles aan zijn mond, nam een paar slokken en goot de rest van de melk luidkeels lachend op de grond “Pak maar op”, zei hij nog na-lachend en ze liepen weg. We waren er kapot van en besloten het thuis niet te vertellen. Want ik had de man herkend en wist hoe hij heette. Maar dat kon ik toen thuis niet vertellen. We hadden een onderduiker en vader zat bij het verzet. Als ik zijn naam zou zeggen, zou hij boos worden en misschien naar hem toe zijn gegaan en wie weet wat er dan zou zijn gebeurd! We kwamen dus zonder melk thuis! Ik ben dit voorval nooit vergeten. Als ik af en toe op bezoek bij jullie kom en via de rotonde Laren binnen rijd, dan denk ik er soms aan en dan zie ik dat wrede lachende gezicht weer voor me.”

Mijn broer heeft nooit aan iemand de naam van de man willen noemen. Ook niet na de oorlog. Dat is misschien ook maar beter ook. Het was maar een kleine gebeurtenis in vergelijking met het grote leed van de oorlog. Maar voor mijn broers was deze confrontatie met zinloos geweld heel ingrijpend. Zij vonden het verschrikkelijk om die dag zonder melk thuis te komen. De onderduiker heeft negen maanden bij ons thuis gewoond en heeft tot aan zijn dood in 1968 contact gehouden met onze familie.

Woordspelletjes

Woordspelletjes
Een paar maanden terug vond mijn broer, een stukje papier met een abc, gemaakt door vader de Wit. En ineens herinnerde hij zich weer, wanneer dit was gemaakt. Het was in die tijd gewoonte om tijdens familie bijeenkomsten, zoals verjaardagen en bruiloften om spelletjes te doen, of te zingen. Tijdens zo’n verjaardag in 1941 werd er een abc gemaakt. De aanwezigen kregen een letter en moesten een kort rijmpje maken. Kennelijk heeft vader de tekst opgeschreven en bewaard. Die kwam dus pas kortgeleden te voorschijn. We willen dit u als lezer niet onthouden! Misschien rijst de vraag op wat OZO betekent. OZO was een groet, die de mensen in die tijd elkaar gaven. Het betekent: Oranje Zal Overwinnen!

De briefwisseling via het Rode Kruis met haar ouders
Persoonsbewijs

Rode Kruis
Een ander aspect van de oorlog was het wegsturen van kinderen uit het westen van Nederland via het Rode Kruis naar gebieden, waar geen voedselschaarste was. In de zomer van 1944 werden mijn schoonzussen Nel de Leeuw (Meulenkamp) en haar zus Jo (inmiddels overleden) naar Slagharen gestuurd, naar een boerderij. Nel was toen 15 jaar en haar zus 14 jaar. Het zou maar voor een paar maanden zijn, maar het werden er veel meer. Omdat door de slag bij Arnhem in september 1944, de treinen niet meer reden naar het westen van Nederland en er een soort grens werd gemaakt van de IJssel, konden zij niet meer terug naar huis. Zij zouden de familie pas weerzien in juni 1945.

Familie Smit op de dag van thuiskomst uit Duisland van Bertus op 27 juli 1941. Hij zit tussen zijn ouders in.

Gevangenis
Een neef van Bertus Smit (overleden op 15 februari 1998), Jan Smit vertelde, dat zijn oom in laren in juli 1940 was opgepakt door de Duitsers omdat hij ervan werd verdacht een zender in zijn bezit te hebben. Hij werd in Amsterdam gedetineerd in het Huis van Bewaring aan de Weteringschans. Op 5 september 1940 werd hij door een Duits Gerechtshof veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf. Op 22 oktober 1940 werd hij naar Duitsland getransporteerd. Hij werd gevangen gezet in de Strafgevangenis van Bochum om daar de resterende tijd uit te zitten. Op 24 juli 1941 werd hij uit de gevangenis in Duitsland ontslagen en op 27 juli 1941 kwam hij in Laren terug, waar hij feestelijk werd onthaald door familie, vrienden en buren. (Zie Foto)

De uitreikingsgroep aan het werk in het distributiekantoor te Laren op 05.08.1942.
Bon voor huispantoffels

Distributie
Later in de oorlog was Bertus werkzaam op het distributiekantoor te Laren. Dat brengt me op een ander belangrijk aspect van de oorlog, de verdeling van voedsel en andere levensbehoeften. Gezinnen kregen bonnen toegewezen. Zij konden die op het kantoor ophalen. De verdeling gebeurde naar grootte en samenstelling van een gezin.

Het distributiekantoor was gevestigd in het gebouw, dat vroeger de “Oude Post” heette, waar tegenwoordig het huidige pand van de firma Does staat aan de Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat.

Bertus Smit na de oorlog aan het werk in de controlekamer Nederland 1