Boekbespreking: ‘De mitochondriale processie’

Boekbespreking: ‘De mitochondriale processie’

Eerbetoon aan vrouwen, in het bijzonder Steven Weinberg’s moeder Ella

De meeste cellen in het menselijk lichaam bevatten 500 tot 2.000 mitochondriën. Dit zijn de ‘energiefabrieken’ van de cellen. Ze worden alleen door moeders doorgegeven aan hun kinderen. In zijn nieuwste boek, ‘De mitochondriale processie’, schrijft de in Laren geboren bioloog Steven Weinberg (1946) over mitochondriën, gekoppeld aan de generaties die zijn moeder Ella Meijer (1911-1997) in de vrouwelijke lijn voorafgingen. De oudste ‘voormoeder’ die hij kon opsporen was Judith David (geboren ca. 1725, sterfdatum onbekend). 

Dit artikel is afkomstig uit Kwartaalbericht 175 [2026-1]. Leden van de Historische Kring Laren ontvangen het kleurrijke glossy magazine 4 keer per jaar. U kunt hier lid worden. Losse nummers zijn à € 9,50 per stuk in de Lindenhoeve en bij Bruna en de Larense boekhandel te koop, zolang de voorraad strekt.

Tekst: Wim Keizer

Het boek is niet alleen een biologieboek, maar ook een boek over chemie (met name over in het Auschwitz gebruikte gifgas Zyklon B) en bovenal een geschiedenisboek, met nadruk op de Tweede Wereldoorlog en de massamoord van de nazi’s op Joden. Het verhaal over zijn moeder Ella Meijer en zijn vader Edgar Weinberg (1910-1994) is al vaker in het Kwartaalbericht aan de orde gekomen, pas geleden nog in nummer 173 (bespreking boek ‘Edgars Oorlog’).* In zijn nieuwste boek geeft Steven ook (meer) aandacht aan de ouders van Ella, haar oudere zuster, de man van haar zuster, hun zoon (dus Ella’s neef) en aan Ella zelf en haar zoon (Stevens broer) Rolf Schöndorff (1938-2023).

Evolutie is geschiedenis
‘De mitochondriale processie’ heeft qua opzet weer veel weg van de eerdere uitgaven: goed geschreven, mooi uitgegeven, rijk geïllustreerd, veel invalshoeken, interessant om te lezen. Het eerste hoofdstuk gaat over geschiedenis en biologie. Steven: “Is wat biologen evolutie noemen niet gewoon de geschiedenis van Het Leven, met een hoofdletter H en een hoofdletter L, waar de Mens slechts een heel klein rolletje speelt? Dat is waar de volgende hoofdstukken over gaan. Maar laat ons beginnen met een stukje zeer menselijke… en onmenselijke geschiedenis.” Het menselijke in het volgende hoofdstuk betreft de eerste voormoeder waar Steven informatie over kon vinden, de al genoemde Judith David, en de Zwitserse bioloog Albert von Kölliker (1817-1905) die in Würzburg in 1857 de mitochondriën onder zijn microscoop ontdekte, hoewel het nog veertig jaar zou duren voor ze die naam kregen.

De villa Marlier waar op 20 januari 1942 de ­Wannsee-conferentie plaatsvond.

Wannsee-conferentie
Het onmenselijke is een levendige beschrijving van de beruchte Wannsee-conferentie op 20 januari 1942 waar nazi’s de ‘Endlösing der Judenfrage’ bespraken: het plan om meer dan 11 miljoen Europese Joden uit de weg te ruimen, waar ze door middel van ‘Einzatsgruppen’ al aan begonnen waren. Hoofdfiguren bij de conferentie zijn Aldof Eichmann en Reinhard Heydrich, de vierde man in de nazi-hiërarchie, na Hitler, Göring en Himmler. Steven noemt het ironisch dat de nazi’s met de Neurenberger rassenwetten van 15 september 1935 aan de hand van de Joodse religieuze wetten bepaalden wie er precies Joods waren. 

Verderop, in het hoofdstuk over Rachel (1749-1839), dochter van Judith, schrijft Steven: “Terwijl Judith haar Jodendom volgens de Joodse traditie doorgaf aan Rachel, die het vervolgens weer doorgaf aan haar dochter Sibilla, werden tegelijkertijd de mitochondriën gedurende drie generaties van moeder op dochter doorgegeven – en dat zou nog vier generaties lang zo doorgaan. Deze parallel zou kunnen leiden tot een verontrustende vraag: en wat als Joods-zijn erfelijk is, overgedragen door de mitochondriën? Wees gerust: ik geloof er geen seconde in! Maar de vermenging van het concept ras (erfelijk) en religie (keuze) kan, zoals we zullen zien, leiden tot gevaarlijke situaties, zoals de afkondiging van de rassenwetten van Neurenberg in 1935 en de invoering van de Endlösing, aangenomen, zoals u reeds heeft kunnen lezen, op 20 januari 1942.”

Bijenstand 1
Vervolgens komt Steven met de vaker beschreven inval in het huis Bijenstand 1 in Laren bij Annie Bartels (1886-1945) op 16 februari 1944. Edgar Weinberg verbleef daar samen met Ella Schöndorff-Meijer, haar man Kurt Schöndorff (1908-1944) en het echtpaar Walter (1919-1944) en Sophia Kattenburg (1921-1944). Bij de inval wist Ella te ontsnappen, maar werden de anderen opgepakt en later vermoord in Auschwitz, behalve Edgar. Hij overleefde verschillende kampen en een lange, gevaarlijke tocht terug door Duitsland, Polen en Rusland. Het zoontje van Ella en Kurt, Rolf, was al elders ondergebracht. Ook hij overleefde de oorlog. Na de oorlog verwekt Edgar bij Ella een kind, Steven, en besluiten ze bij elkaar te blijven en te trouwen.

Vrouwelijke lijn
Achtereenvolgens schetst Steven een portret van alle voormoeders, te beginnen bij Rachel, voorzien van een tijdsbeeld en beschrijving van hun omgeving. Dat zijn mooie stukjes (lokale) geschiedenis van de plaatsen waar zij woonden. Na Rachel kwamen Sibilla (bijnaam ‘Prilla, 1784-1853), Jette (1815-1883), Elsken (1852-1941) en Marie die Mietje wordt genoemd (1886-1944). Mietje was de moeder van Philippine (‘Phili’, 1907-1942) en Ella (1911-1997, de moeder van Steven). De man van Mietje was Ruben (‘Ruudje’) Meijer (1874-1944). Phili was getrouwd met Adolf (‘Dolf’) Odewald (1902-1945), Samen hadden zij een zoon, Herman Rudolf (1933-1944). Zoals de jaartallen al aangeven, werden de ouders van Ella, haar zuster, zwager en neef allen vermoord door de nazi’s. Steven beschrijft de levens van zijn grootouders, tante, oom en neef die hij zelf nooit gekend heeft.

Gaskamers
In het hoofdstuk ‘De laatste momenten van Mietje’ geeft Steven een beschrijving van het transport van Mietje en Ruudje van Westerbork naar Auschwitz-Birkenau en de moord met gifgas op 6 september 1944 in een zogenaamde doucheruimte. Steven: “Het zijn minuten die een eeuwigheid duren in deze afgrijselijke scène die Dante niet had kunnen beschrijven en die Jeroen Bosch niet had kunnen schilderen.”

Mietje en Ruudje waren 1 juli 1944 opgepakt op hun onderduikadres bij de familie Gijs Terweijden aan de IJsbaanweg in Laren. Blijkens een getuigenis na de oorlog van dochter Wilhelmina Catharia Terweijden was deze alleen thuis, drongen enkele SD’ers de woning binnen en braken zij de schuilplaats van de Meijers open. Eerder hadden zij al ondergedoken gezeten aan de Jutmannen in Blaricum waar zij door het echtpaar Harry en Clara van Puijenbroek slecht behandeld waren. Daarna zaten zij bij ‘tante Aafje’ Alblas aan de Professor van Reeslaan in Blaricum, waar ook Ella, Kurt en Edgar gezeten hadden. Via een adres in Utrecht kwamen de Meijers terug naar Laren, IJsbaanweg 8.

Phili, Dolf en Herman
Phili, haar man Dolf en zoontje Herman proberen op de fiets vanuit Amsterdam naar het neutrale Zwitserland te ontkomen. Maar vlak voor de Belgische grens waar ze met hulp van een smokkelaar wilden oversteken gaat het mis en worden ze opgepakt. De smokkelaar weet met de 10-jarige Herman te ontsnappen. Phili wordt 3 september 1942 vergast in Auschwitz, haar man Dolf wordt tewerkgesteld in Blechhammer en komt daar 21 januari 1945 om. Herman komt via het verzet in een kinderopvanghuis in Driebergen terecht, geleid door twee zusters. Hier wordt hij samen met de zusters en negen andere kinderen opgepakt. Hij wordt 11 februari 1944 vermoord.

Ella met Steven en Rolf, Zuid-Frankrijk, zomer 1956.

Ella, Kurt, Rolf en Steven
Steven schetst verder portretten van zijn moeder Ella, zijn broer Rolf en van zichzelf, als laatste persoon die de mitochondriën van zijn voormoeders ontving.

Ella en haar man Kurt vinden in 1940 Amsterdam te gevaarlijk en gaan met hun zoon Rolf in een gehuurde bungalow wonen, ‘De Hazelaar’, Koloniepad 6 in Laren. Maar als de bungalow zes maanden later door Duitse officieren wordt gevorderd, moeten ze weg en huren ze een kamer bij mevrouw Johanna Bartels-Striethorst aan Bijenstand 1 en later bij mevrouw Van Suchtelen aan de Legrasweg. Als de Duitse officieren de bungalow aan het Koloniepad verlaten, kunnen ze terug. In juni 1942 wordt de druk op Joden groter en moeten ze onderduiken, waarbij zij hun zoon Rolf onderbrengen in een pleeggezin. Ella en Kurt zitten op verschillende adressen, o.a. bij de familie Rotterdam op Koloniepad 8 en in een schuilhok onder de ‘eigen’ bungalow op nummer 6. Als de ouders van Ella onderduiken bij de eerder genoemde familie Van Puijenbroek besluit Ella zich bij hen te voegen. Kurt duikt onder bij ‘tante Aafje’ Alblas aan de Professor Van Reeslaan in Blaricum. Daar voegen Ella en haar ouders zich later bij. Als het daar te gevaarlijk wordt, komen Ella’s ouders aan de IJsbaanweg en zij en Kurt aan Bijenstand 1.

Liefdevol
Steven schijft heel liefdevol over zijn moeder. “Pas nu besef ik hoe bijzonder mijn moedige moeder is geweest. Wat bij haar bijzonder opviel was haar eeuwige goede humeur. Ik heb haar nooit anders gekend dan met een glimlach. Of ze nu kookte, de afwas deed, de was ophing aan de lijn tussen de twee appelbomen achter het huis of, in de winter, de kachel aanstak met krantenpapier, aanmaakhoutjes en antraciet, ze neuriede altijd een liedje. Voor mij, als kind, was dat normaal. Pas veel later begon ik te beseffen hoe uitzonderlijk dat eigenlijk was, van welke geestelijke veerkracht het getuigde. Hoe speelde ze het klaar altijd vrolijk te zijn na haar familietragedie?”

Rolf Schöndorff studeerde economie in Amsterdam en werd later hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam.

Steven studeerde biologie en specialiseerde zich in Amsterdam in mariene biologie. In 1982 werd hij leraar biologie aan de Europese school in Luxemburg.

Moed
Steven ziet het boek als een eerbetoon aan Ella, alle vrouwen die haar voorgingen en vrouwen die de moed hadden hun eigen leven te riskeren door bescherming te bieden aan diegenen voor wie deportatie dreigde. “Uiteindelijk draag ik het boek op aan alle vrouwen, moeders, grootmoeders, zusters, vriendinnen en echtgenotes die ervoor zorgen dat de wereld niet helemaal ten onder gaat.”

Het boek kost € 24. Daar komt € 5 bij voor verpakkings- en verzendkosten. Het boek is te bestellen door € 29 over te maken op de Luxemburgse bankrekening van Steven, LU29 0090 0000 1814 0517, onder vermelding van ‘Ella’, zo lang de voorraad strekt.

*) We publiceerden artikelen over Edgar Weinberg, Ella Meijer, Steven Weinberg en andere betrokkenen in de volgende nummers van het Kwartaalbericht: 115 (2011-1), 116 (2011-2), 140 (2017-2), 144 (2018-2, naar aanleiding van het boek ‘De Merken’ van Steven), 157 (2021-3, bespreking boek ‘Een badkuip aan De Drift’), 160 (2022-2, bespreking boek ‘Het bestek van de Naarderstraat’), 170 (2024-4, Legging Stolpersteine Bijenstand 1), 172 (2025-2, Tekeningen schuilhokken niet van Bijenstand 1) en 173 (bespreking ‘Edgars Oorlog’).

Deze artikelen zijn te vinden op onze website.

Over Walter en Sophia Kattenburg-Polak schreven we in Kwartaalbericht 157 (2021-3).

Op de website www.herinneringsbomenlaren.nl zijn onder ‘Onderduikers’ > ‘Bijenstand 1’ lezingen te vinden die gehouden zijn bij de legging van struikelstenen bij het huis Bijenstand 1.