Gabriël Smit 1910–1981
Gabriël Wijnand Smit werd geboren te Utrecht op 25 februari 1910. Hij groeide op in een Oud-Katholiek gezin, maar toen hij volwassen werd is hij overgestapt naar de Rooms-Katholieke Kerk..
Dit artikel is afkomstig uit Kwartaalbericht 169 [2024-3]. Leden van de Historische Kring Laren ontvangen het kleurrijke glossy magazine 4 keer per jaar. U kunt hier lid worden. Losse nummers zijn à € 9,50 per stuk in de Lindenhoeve en bij Bruna en de Larense boekhandel te koop, zolang de voorraad strekt.
Dichter, essayist, toneelschrijver, journalist en politicus
Tekst: Bep (G.L.) De Boer
Op zijn 20e jaar verhuisde hij naar Hilversum. Later ging hij in ’s Graveland wonen. Daar was hij jarenlang raadslid voor de K.V.P. (Katholieke Volks Partij). Hij was ook fractievoorzitter en ook enige tijd waarnemend burgemeester. In 1955 verhuisde hij naar Laren en ging wonen aan de Gooiergracht 161. Ik ben hem vaak op zijn fiets tegengekomen.
Gabriël Smit begon in 1933 als journalist bij de Gooi- en Eemlander, trad aan als redacteur van De Nieuwe Gemeenschap, waar hij samen met A. den Doolaard vertrok toen de hoofdredacteur openlijk het antisemitisme ging uitdragen.

Als dichter, essayist en toneelschrijver behoorde hij aanvankelijk tot de groep jonge protestanten rond het literaire tijdschrift Opwaartsche Wegen, van wie Willem de Mérode de bekendste vertegenwoordiger was, maar hij kwam steeds meer onder invloed van het katholieke tijdschrift De Gemeenschap, waartoe schrijvers als Jan Engelman en Anton van Duinkerken behoorden. In 1933 trad Smit toe tot de Rooms-Katholieke Kerk, naar eigen zeggen vooral uit esthetische overwegingen. Samen met onder anderen Bertus Aafjes richtte hij in 1944 het clandestiene literaire tijdschrift Ad interim op, dat later opging in De Gids, waarvan hij ook redacteur werd.
Ook werd hij kunstredacteur en criticus en redacteur geestelijk leven van de Volkskrant. Ook schreef hij veel voor radio en televisie.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden zes bundels van Gabriël Smit clandestien uitgegeven en was hij als redacteur betrokken bij het clandestiene literaire tijdschrift Ad interim.

Uit het juryrapport dat door prof. Dr. Garmt Stuiveling werd voorgelezen het volgende: ‘Hoewel de verhouding van mens tot mens allerminst ontbreekt, is het hoofdmotief bij de dichter Gabriël Smit toch de verhouding van mens tot God. Niet zelden is zijn vers een bewogen dichterlijke dialoog met de Schepper. Dank zij zijn gelovig-dichterlijke levenshouding is Gabriël Smit er in geslaagd, in jarenlange toewijding een complete psalmberijming tot stand te brengen, die terecht grote bewondering en een bredere lezerskring heeft gevonden’.
Met grote letters
Met grote letters wil ik schrijven:
‘Liefde is het hart van het heelal.’
Onzin, iets voor Dante – liefde is
bij elkaar zitten, zwijgen,
willen zeggen wat je al lang
weet en toch niet zeggen kunt,
zuchtend opstaan, heen en weer lopen,
spelen met de voet van een glas.
Weten: ze heeft verdriet en
er niets aan kunnen doen, angst
zien, onrust, toch blijven waar
je bent, uit het raam kijken,
een hand leggen op een knie,
de klok horen tikken, gekraak
op een vreemde plek in huis,
samen opruimen iets dat viel.
Denken aan leven, dromend
van een sterfbed met je hand
in dezelfde die je nu streelt,
mijmerend lopen op een heidepad,
die zelfde vogels weer, overal
ruimte, ademhalen, in grote
ogen kijken en voor altijd weten:
liefde is het hart van het heelal.
uit: Variaties van liefde (1966)

Hoogtepunten
Hoogtepunten van zijn poëzie in de jaren vijftig waren de bundels Ternauwernood (1951), Geboorte (1952) en Ik geloof (1957). Ook voltooide hij in die tijd zijn berijming van de 150 Psalmen. Deze berijming verscheen in 1953 onder de titel De Psalmen als Prismapocket en werd een groot succes. In deze jaren stelde Gabriël Smit zijn dichterlijke gaven duidelijk in dienst van de kerk. In de jaren zestig kwam daar verandering in. Met name in de bundel Op mijn woord uit 1968 blijkt dat hij in een geloofscrisis terecht was gekomen die ook een ‘woordcrisis’ bleek te zijn. Zijn geloofwaardigheid als dichter werd problematisch voor hem. In 1969 brak hij met de Rooms-Katholieke Kerk. In 1971 kwam zijn bundel Psalmen Opnieuw uit, 15 psalmen omgesmeed tot gedichten. Woorden als zonde, genade en eeuwigheid gebruikte hij niet meer. Met het gebruik van de godsnaam werd hij heel voorzichtig.
Ofschoon het dichtwerk op zichzelf de bekroning met de Hilversumse cultuurprijs ten volle rechtvaardigt, is het niet ongepast terloops ook het kritische en essayistische werk te vermelden en met dankbaarheid te denken aan zijn sociale bewogenheid.

Ook in Laren komen we werk tegen van Gabriël Smit, en wel in Johannes Hove. Wanneer we Johannes Hove binnen wandelen dan zien we rechts van de postbussen een gedenkplaat/gevelsteen met een gedicht. De tekst op de steen is:
Johanneshove is mijn naam,
Tot trouwe hulp en stut bekwaam:
Een avondlicht, een morgenraam.
23 XI 1955
Gabriël Smit.

In 1952 schreef hij, samen met A.C.J. de Vrankrijker, een boek over de Larense Sint Jansprocessie.
Gabriël Smit heeft heel veel geschreven, teveel om hier op te noemen. Het is veel poëzie, een aantal lekespelen, een hoorspel voor de NCRV, non-fictie, dagboeken, in tijdschriften, vertalingen en ga zo maar door.
Voor zijn werk werd hij ook beloond. In 1955 werd hij Ridder in de Orde van Sint-Gregorius de Grote in verband met zijn psalmberijming (Psalmen, 1952). In 1962 de cultuurprijs van de gemeente Hilversum voor zijn gehele oeuvre en in 1966 de Brand-van Gentprijs.
Gabriël Smit overleed te Laren aan een longaandoening op 23 mei 1981 en werd begraven op het St. Janskerkhof aldaar. Op zijn graf staat de tekst ‘Liefde is het hart van het heelal’.
Bronnen: Wij in Hilversum, mei 1962; Laarder Courant De Bel 1981; Wikipedia.


