Vrijwilliger (s) in het zonnetje: Jan en Roland de Boer
Op zoek naar een nieuwe gegadigde voor onze rubriek ‘In het zonnetje…’ besloten we als redactie dat het dit keer een van onze trouwe bezorg(st)ers moest worden. Ík mocht er voor op pad en ging eerst maar eens te rade bij ons onvolprezen opperhoofd-distributie Kwartaalbericht: Dop Bakker. Samen namen we de lijst met de rond 25 namen van lopers en loopsters door en maakten een lijstje van mogelijke kandidaten waar ik uit kiezen kon. Maar nog voordat ik mijn definitieve keuze gemaakt had, kreeg ik van Dop een appje met de volgende tekst: “Hein, Jan de Boer is ook wel leuk voor een interview. Hij is nu gestopt als loper vanwege twee keer vallen en been en enkel gebroken, maar zijn zoon heeft de lijst nu overgenomen”.
Dit artikel is afkomstig uit Kwartaalbericht 175 [2026-1]. Leden van de Historische Kring Laren ontvangen het kleurrijke glossy magazine 4 keer per jaar. U kunt hier lid worden. Losse nummers zijn à € 9,50 per stuk in de Lindenhoeve en bij Bruna en de Larense boekhandel te koop, zolang de voorraad strekt.
Tekst: Hein Calis
Kijk, daar kon ik wat mee en zo werd het dit keer een twee-voor-de-prijs-van-een dubbelzonnetje en reed ik in de feestrijke decembermaand tweemaal naar het Zandgat, in het ‘nieuwe’ wijkje opzij van het Mauvezand, waar vroeger het aloude ‘watergat’ was waar menig Laarder zijn – vaak koude – zwemlessen ‘genoten’ heeft, om daar gezellig op bezoek te gaan bij de familie De Boer.
De eerste keer sprak ik er met Jan en zijn vrouw Marcella (meisjesnaam Vos), beiden al een heel stuk in de 80. En al snel voerden onze gesprekken ons dan ook terug naar het midden van de vorige eeuw, waarin heel wat zaken voorbij kwamen die in die tijd in ons land en dus ook in Laren speelden. De in 1938 aan de Kloosterweg geboren Jan komt daarbij als eerste aan het woord. Hij vertelt hoe hij daar als middelste van drie zonen opgegroeide en in de oorlogstijd bij de broeders van de orde van de Heilige Aloysius Gonzaga naar school ging. Zijn start was echter niet in het welbekende gebouw aan de Eemnessersweg, maar in de villa van de familie Wiegers aan de Groene Gerritsweg, op de plek waar nu de brandweerkazerne staat. Dit omdat het schoolgebouw in die tijd door de Duitsers voor eigen gebruik gevorderd was. Kort na de oorlog kon het gebouw weer in gebruik worden genomen en kon ook Jan daar naar toe. Na de verlengde lagere school er doorlopen te hebben, ging hij al op 14-jarige leeftijd als leerling-drukker bij Van Wijland aan de slag en volgde daarnaast een opleiding aan de grafische school in Utrecht. Op die school zat ook Jaap van Gestel, wiens vader een drukkerij op het Brinklaantje had. Beide jongens fietsten ’s zomers samen naar Utrecht, niet wetend dat Jan later jarenlang bij Jaap zou werken. Op zijn 20ste werd hij als dienstplichtig marinier voor een jaar naar Nieuw-Guinea uitgezonden. Teruggekomen pakte hij zijn oude leventje weer op, ging weer bij Van Wijland aan de slag en zocht zijn vriendenclub op om o.a. mee te sporten en te dansen bij Blom en de Boerenhofstede. Marcella behoorde ook tot die vriendenkring.


Nederlands-Indië
Marcella en Jan kenden elkaar al sinds hun kinderjaren, als buurkinderen op de Kloosterweg. Daar was zij echter niet geboren. Maar over waar zij wel was geboren, hoe zij op die plek in Laren terechtkwam en hoe het daarna verder ging, is weer een verhaal op zich. Marcella vertelt erover. Haar vader, de in 1908 in Laren geboren Piet Vos, tekende na de vervulling van zijn dienstplicht voor 5 jaar bij en werd in 1930 – net als jaren later zijn schoonzoon Jan – naar het toenmalig Nederlands-Indië uitgezonden. Hij als KNIL-militair. Hij bleef er echter veel langer dan de bedoeling was, omdat hij er een Indonesisch meisje ontmoette, met haar trouwde en een gezin stichtte. Maar toen Indonesië zich in 1949 onafhankelijk verklaarde, werd het Koninklijk Nederlands-Indische Leger ontbonden, werd hij als opperwachtmeester na 20 trouwe dienstjaren eervol ontslagen en verliet hij net als veel andere KNIL-militairen met zijn gezin het land van zijn vrouw. Zo kwam Marcella in 1950 samen met haar vader, moeder en twee broers naar Nederland waar ze door twee zussen van vader werden opgevangen. Vier gezinsleden trokken tijdelijk in bij een tante op de Kloosterweg. Één broer werd bij een andere tante ondergebracht. Zo deed men dat in die tijd. Gelukkig zorgde de gemeente Laren al na een half jaartje voor een ‘eigen’ woning voor het gezin aan de Ericaweg. Pa Vos pakte divers werk aan en werkte daarbij o.a. enige tijd voor de fa. Hogenbirk, totdat hij een toch wel wat bijzondere vaste baan kreeg. Een baan die bijna doet denken aan nog weer een eeuw terug in de tijd. Hij werd tuinman/chauffeur bij een vermogende jonkheer en zijn vrouw die een riant gelegen villa aan de Vredelaan gekocht hadden. Dat leverde hem niet alleen een vaste baan op, maar tevens huisvesting met het hele gezin in de chauffeurswoning op het terrein van het landhuis. Deze was ruim en met een doorgang verbonden aan de woning van de eigenaars. Op de bovenverdieping van die woning hadden ook nog een inwonende dienstbode én een kokkin allebei een kamer en elders op het terrein had men nog een bungalowtje laten bouwen waar de hoofdtuinman met zijn gezin woonde. In deze – zelfs voor die tijd – bijzondere omgeving werd Marcella 21 jaar en gaf in de grote keuken van hun dienstwoning een dansfeestje voor haar vriendenclub. Ook Jan werd uitgenodigd. ”Én”, vult Jan zijn echtgenote glimlachend aan, “aan het eind van die lange avond heb ik haar toen geholpen met het opruimen van de keuken…” En zo is het gekomen. Inmiddels zijn ze 62 jaar getrouwd en een dochter, schoonzoon, een zoon en twee kleinkinderen rijker hebben het ze het nog steeds goed met elkaar.

Doelman
Voordat we naar die zoon overgaan, nog even terug naar Jan, want van de vele verhalen die ze mij uit hun leven verteld hebben, moet er hier van hem toch eentje nog even kort extra belicht worden. En dat is het verhaal over Jans voetbalcarrière. Opgeleid bij LVV en in de junioren-elftallen uitgegroeid tot een lenig en handig keeper, keerde hij na zijn terugkomst uit militaire dienst ook daar weer terug om jarenlang een uiterst betrouwbare sluitpost van het eerste elftal te worden. De plakboeken met foto´s en wedstrijdverslagen uit de krant uit die tijd worden erbij gepakt en getuigen van een mooie periode in Jans leven. Met als hoogtepunt promotie naar de 3e klasse van de KNVB. Aan het eind van zijn voetbalcarrière maakt hij – met een keurige oorkonde van dank, waardering en erkenning van het bestuur voor alles wat hij voor LVV betekend heeft op zak – de zeker in die tijd niet alledaagse overstap naar de toenmalige plaatselijk concurrent LFC om daar tot het eind van zijn sportieve loopbaan te blijven.


Net zo trouw als hij in zijn hele leven aan zijn vrouw en kinderen en zijn bazen is gebleven, is hij dat ook aan de Historische Kring. Als lid van het eerste uur, bracht hij al in de beginperiode de stencils en eerste Kwartaalberichten rond. Hij had een grote en wijdverspreide wijk in de omgeving van de Tafelbergerweg. Leemzeulder, Raboes, Professor van Reeslaan. Daarnaast was hij een van de leden die in 2000 en 2001 meehielpen bij de renovatie van de Lindenhoeve. Aan zijn 40-jarige bezorgtaak kwam vorig jaar abrupt een einde, nadat hij kort na elkaar eerst de enkel van zijn ene been brak en niet lang daarna het scheenbeen van zijn andere; allebei de keren overigens gewoon in huis. Afmelden hoefde echter niet, want inwonende zoon Roland – volgens moeder Marcella steeds meer hun beider steun en toeverlaat – nam ook dit klusje van pa naadloos over. Hoe mooi is dat.

Tweede zonnetje
En dat brengt me bij zonnetje twee: Roland. Hij schuift tijdens ons tweede gesprek aan en vertelt zijn deel van het verhaal. Hij heeft na de lagere school LTS metaal gedaan en vervolgens op het MTS werktuigbouwkunde. Daarna is hij als dieselspecialist bij ‘Harry Banis automaterialen en dieselcentrum’ in Bussum aan de slag gegaan, om er – net zo trouw als zijn vader – 35 jaar later nog steeds als dieseltechnicus te werken. Het bedrijf is overgegaan in andere handen, maar het werk blijft hetzelfde en de werknemer ook. Behalve dat hij sinds kort een dag per week minder is gaan werken om wat meer tijd voor zichzelf te hebben, om thuis wat meer bij te kunnen springen én om extra tijd aan zijn grote hobby te kunnen besteden: het volledig uit elkaar halen, restaureren en opknappen – zowel motorisch als van uiterlijk – van oude auto’s, motoren en fietsen met hulpmotor. Een hobby die hij al van jongs af aan beoefent. Ooit begonnen met het volledig opknappen van een oude Harley-Davidson en daarna nooit meer gestopt. Een hobby die vader en zoon – zeker sinds de pensionering van Jan – delen; waarbij Roland het leeuwendeel voor zijn rekening neemt en vooral al het montage- en motorwerk verzorgt. Maar waarbij vader Jan hem vaak met eindeloos schuur- en poetswerk heeft kunnen helpen. Na een uitgebreid verslag over zijn hobby binnen, krijg ik tot slot van Roland buiten een enthousiaste rondleiding met vakkundige uitleg bij alles wat daar in een opslag, een schuurtje en een garage aan materiaal staat. En dat is heel wat, want op mijn vraag of er in de afgelopen jaren veel verkocht is, nadat het opgeknapt was, is Rolands antwoord kort en duidelijk: “Nee, enkel en alleen bij plaatsgebrek.” En zo ontstond in een reeks van jaren een heuse privéverzameling oude transportmiddelen. Naast twee auto’s: een kant en klare, glimmend zwarte Peugeot 301-d uit 1935 en een donkerrode Peugeot 404 uit 1969 waar nog heel veel aan gesleuteld moet worden en twee gerestaureerde motoren, heeft hij een heel aantal fietsen met hulpmotor verzameld en opgeknapt; waaronder een Berini met eitje (eind jaren ’50 van de vorige eeuw) en een fraaie oude transportfiets (eind jaren ’30) met de motor achterop de bagagedrager; waarbij Roland me uitlegt dat een model met zo’n motorconstructie door kenners een ‘biefstukwarmer’ wordt genoemd. Fantastisch! Een mens leert nog eens wat.
Dat gevoel heb ik overigens aan beide bezoekjes overgehouden, Waarvoor dank Jan, Marcella en Roland en fijn dat Roland na Jans welverdiende HKL-vrijwilligerspensioen de fakkel soepeltjes overgenomen heeft. Met zulke mensen erbij kan de Historische Kring nog jaren verder!

