Vrijwilliger in het zonnetje… Rob Majoor

Vrijwilliger in het zonnetje… Rob Majoor

Voor een gesprek met de in-het-zonnetje-kandidaat van deze keer kom ik in een wat verborgen hoekje van Laren terecht waar in de buurt ‘de Omloop’ opzij van de Akkerweg, op de plek waar vroeger inderdaad akkers waren, via een smal verbindingsweggetje ‘de Akkerhof’ is gerealiseerd: een rechthoekje met 20 kleine huurwoningen rondom een grotendeels door de woningbouwcorporatie onderhouden fleurige gezamenlijke binnentuin. Niet geschikt voor gezinnen, maar ideaal voor alleenstaanden en eventueel wat oudere echtparen. 

Dit artikel is afkomstig uit Kwartaalbericht 177 [2026-3]. Leden van de Historische Kring Laren ontvangen het kleurrijke glossy magazine 4 keer per jaar. U kunt hier lid worden. Losse nummers zijn à € 9,50 per stuk in de Lindenhoeve en bij Bruna en de Larense boekhandel te koop, zolang de voorraad strekt.

Tekst: Hein Calis

Mijn gesprekspartner Rob woont er al 14 jaar naar volle tevredenheid, zo weet ik al van hem. Als ik me aan de buitenzijde wil aanmelden, mis ik daartoe een bel. Opzij van de deur door een raam glurend zie ik Rob rustig aan tafel zitten en even kloppen is dan genoeg om contact te maken. Als hij daarna voor me opendoet, vertelt hij me lachend dat ik aan zijn achterdeur sta. De voordeur – keurig voorzien van bel en naamplaatje – blijkt aan de binnenzijde, de tuinkant te zitten.

Ik ken Rob al een beetje omdat hij sinds twee jaar deel uitmaakt van de redactie waar ik ook in zit. Nou is ‘kennen’ een groot woord. Mooie gelegenheid dus om daar eens wat meer vulling aan te geven. Rob is 81 jaar geleden aan de Neuhuysweg geboren als oudste kind van vader Anton en moeder Joke. Zijn ouders zijn vlak voor zijn geboorte bij opa Jan Majoor (bekend als Jan de olieman) ingetrokken. Kort daarvoor was diens vrouw Jopie overleden. Zo bracht Robs geboorte letterlijk nieuw leven bij zijn grootvader in huis. De inwoning is echter van tijdelijke aard, want als Rob 1 jaar is en zijn zus Anja nog maar net geboren, krijgt het gezinnetje een – haast te mooi om waar te zijn – prachtig aanbod om te verhuizen naar een chique rietgekapt vrijstaand huurhuis aan de Lange Wijnen. Ze wonen er in Robs jongste jaren met veel plezier. Hij schreef daar zelf al eerder een enthousiast verhaal over in nummer 170. 

Helaas was het echter iets te mooi om waar te blijven, want na acht jaar moeten ze daar vertrekken, als hun huis tezamen met een aantal andere op die plek gebouwde woningen in 1953 op de planning staat om gesloopt te worden om op termijn plaats te maken voor de bouw van de Stichtse Hof.

Huis Lange Wijnen 10.

Verder op pad
Het gezin verhuist naar de IJsbaanweg, waar Rob de rest van zijn jeugd doorbrengt. Hij gaat naar de Aloysiusschool. Op 9-jarige leeftijd krijgt hij van zijn ouders een accordeon. Zijn vader brengt hem – als zelf bespeler van dit instrument – de eerste beginselen van het bespelen ervan bij. 

Rob oefent daarna zelf trouw verder; alleen of eens per week samen met zijn nicht Eefje. Hij heeft er gevoel voor en geniet ervan. Het geeft hem daarmee een hobby voor de rest van zijn leven. Net als veel van zijn leeftijdgenoten in die tijd gaat hij tevens naar de jeugdopleiding van MCC. Hij leert er mondharmonica spelen en als MCC daarmee stopt, stapt hij over naar de pijper: een lichte dwarsfluit, vooral geschikt voor de jongste leden. Hij blijft echter niet lang lid, omdat hij meer plezier aan zijn accordeon-spelen beleeft.

Techniek
Als veel van zijn klasgenoten na de lagere school naar de St Jans-Mulo overgaan, kiest Rob (en later ook zijn zus) voor de in die tijd minder gebruikelijke overstap naar de Heideveld-Mulo. Het blijkt een goede keuze. Hij voelt zich fijn op zijn plek daar. Samen met een klasgenoot knutselt hij in zijn vrije tijd graag aan oude radio’s. In die tijd wordt zijn interesse voor techniek steeds duidelijker. 

Na het behalen van zijn diploma gaat hij aan de slag bij de technische dienst van de NTS. Als hij in militaire dienst moet, krijgt hij na de basisopleiding zijn verdere opleiding bij de LETS (Luchtmacht Elektronische en Technische School) en wordt daarna als korporaal aangesteld in Hilversum. Hij zwaait er af als sergeant. “Nou ja,” legt hij me lachend uit, “in mijn geval eigenlijk als sergeant Majoor!” 

Na zijn dienstperiode keert hij terug naar zijn baan bij de NTS. Hij zal er bij elkaar zes jaar blijven. En ook in de rest van zijn carrière blijft hij in de techniek werkzaam: eerst 15 jaar in Amsterdam bij een importeur van allerhande HiFi-apparatuur en daarna nog zo’n periode in een aantal uiteenlopende interessante functies bij Lucent Technologies (een multinationaal telecommunicatiebedrijf) in Hilversum. Bij een reorganisatieronde van dat bedrijf verdwijnt zijn baan en kan hij op 57-jarige leeftijd gebruik maken van een goede afvloeiingsregeling; hetgeen hij ook doet. 

Hij woont op dat moment nog altijd in Hilversum waar hij na zijn diensttijd op verschillende plekken gewoond heeft. Soms alleen, soms met een partner. Voor hem – als man die zoals hij me vertelt al vroeg wist dat hij op mannen viel – een voortdurende zoektocht in zijn leven, met weinig vastigheid. Als hij rond zijn echte pensioengerechtigde leeftijd op enig moment weer alleen komt te staan en zijn huurhuis hem te groot en te duur wordt, meldt hij zich bij de woningbouwcorporatie Gooi & Omstreken met het verzoek tot huisvesting elders. Hij geeft daarbij meerdere voorkeuren in het Gooi aan. 

Terug naar zijn oude roots
Tot zijn vreugde krijgt hij als eerste uitgerekend in Laren een plekje aangeboden. Een klein maar fijn huis op de Akkerhof. Hij voelt zich er direct thuis. En dat is niet zo gek, want wonend in Hilversum heeft hij altijd contact met Laren gehouden. Zo was hij al vroeg lid van de Historische Kring en was hij jarenlang als accordeonist verbonden aan de Klepperman van Elleven. Terug in Laren meldt hij zich ook aan als vrijwilliger bij het Papageno Huis. In de sfeervol verbouwde oude villa Dennenoord uit 1870, die hij nog kent uit zijn Lange-­Wijnen-periode, wordt hij ingezet bij de activiteitenbegeleiding van autistische jongeren en levert daar 8 jaar lang zo een nuttige bijdrage als assistent bij de dagbesteding. Trots vertelt hij me over het daarbij spelen van vrolijke deuntjes op zijn accordeon en over de een-op-een-begeleiding van een van de jongeren bij het samen scannen van allerlei fotomateriaal. Mooi werk waar hij ook zelf veel plezier aan beleeft.

Historische Kring
Als aan die begeleidingsperiode een eind komt, ziet hij in 2024 in een van onze Kwartaalberichten een oproep voor redactieleden. Omdat hij in zijn werkzame leven ook regelmatig teksten schreef, meldt hij zich aan en levert sindsdien met veel genoegen zijn bijdragen. Als er dit jaar vraag is naar mensen die willen helpen bij de immense klus om al het materiaal van de Kring professioneel te digitaliseren en zodoende goed te bewaren en gemakkelijk en overzichtelijk voor geïnteresseerden toegankelijk te maken, meldt Rob zich daar ook voor aan. 

Op mijn vraag wat hij daar dan precies voor doet, neemt hij me mee naar een kamer naast zijn zitkamer. Daar staan twee bureaus tegenover elkaar met op beide een computer met groot scherm en op eentje daarnaast een scan-apparaat. Tevens zie ik drie gele ordners staan. Ze zijn afkomstig uit de uitgebreide privécollectie over de geschiedenis van Laren die Bep De Boer onlangs in dertig dozen aan de Kring geschonken heeft. In de ordners op Robs bureau zitten krantenknipsels vanaf 1901. “Kijk”, zegt hij en hij pakt uit een van de mappen een bladzijde waarop een knipsel uit 1931 geplakt is en legt die in de scanner, “zo scan ik blad voor blad, codeer het en sla het systematisch op in mijn computer, zodat het later overgezet kan worden naar het centrale digitaliseringssysteem”. Vrijwel iedere dag is hij daar op zijn gemak een paar uur consequent en precies mee bezig. Als ik vraag of het niet verveelt, schudt hij ontkennend het hoofd. Mooi klusje, vindt hij. Lekker op zijn eigen manier en tempo. Rustig thuis. Zo is hij een van de stille krachten achter de schermen van de grote digitaliseringsactie. Rob geniet van dit secure klusje. 

Zoals hij nog altijd kan genieten van zijn jarenlang opgebouwde verzameling oude radio’s en van het af en toe spelen op zijn accordeon; nog altijd dezelfde uit zijn jeugd. Vast punt voor hem om naar uit te kijken is het bezoek dat zijn lievelingszus Anja wekelijks aan hem brengt. Als ook al 80-jarige rijdt ze nog altijd iedere zaterdagmorgen vanuit Haarlem naar Laren om een paar uur bij haar broer door te brengen. Iets waar ze beiden van genieten. Het is ze van harte gegund.

En de scanner, hij scande rustig voort op zijn akkertje… Bedankt Rob voor al je geduldige moderne monnikenwerk!

Het hofje aan de Akkerweg.