De Vrijdenker in de leeszaal

De Vrijdenker in de leeszaal

Zo luidde de kop van een artikel in de NRC van 28 april 1939. Het was één van vele krantenartikelen over een affaire die landelijk de aandacht trok. Ik kwam ze tegen in het uitgebreide archief van ‘onze’ jubilerende bibliotheek. ‘De ­Vrijdenker’ was het tijdschrift van de vrijdenkersvereniging De Dageraad. Een andere landelijke krant, Het Volk, berichtte over ‘de weinig verkwikkelijke tonelen die zich op het ogenblik afspelen om de Openbare Leeszaal in Laren (N-H)’. De Vrijdenker-affaire laat heel goed zien hoe in de vooroorlogse periode – en trouwens ook nog lang na de bevrijding – de openbare en katholieke leeszaal twee verschillende werelden waren. Dat zij nog geen veertig jaar later zouden fuseren leek toen, in 1939, ondenkbaar.

Dit artikel is afkomstig uit Kwartaalbericht 153 [2020-3]. Leden van de Historische Kring Laren ontvangen het kleurrijke glossy magazine 4 keer per jaar. U kunt hier lid worden. Losse nummers zijn à € 4 per stuk in de Lindenhoeve te koop, zolang de voorraad strekt.

Cees Meijer

Uit het archief van de 100-jarige bibliotheek Laren-Blaricum

Wat was er gebeurd? Hoe kwam het dat de aanwezigheid van het tijdschrift ‘De Vrijdenker’ op de leestafel van de Openbare Bibliotheek aan de Torenlaan landelijke aandacht trok? De Larense rel werd bekend als de leeszaal-kwestie, en leidde zelfs tot Kamervragen aan de minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen. Tijdens de rondvraag van de afdelingsvergadering van de RK Staatspartij in Laren, begin maart 1939, verklaarde de heer Van Pampus dat hij had vernomen dat bij B en W van Laren niets bekend was van de aanwezigheid van ‘ongewenste lectuur’ in de Openbare Leeszaal. “Het had spreker bepaald verwonderd…En kapelaan Heinink vond ’t ook al vreemd”, schreef Het Volk. Volgens het socialistische dagblad verklaarde wethouder Calis (RKSP) in de vergadering meteen niet mee te zullen werken aan het subsidiëren van de Openbare Leeszaal “als daar revolutionaire lectuur ter lezing zal blijven liggen”. De gemeenteraad van Blaricum, de andere subsidieverlener, had enkele weken eerder al een motie aangenomen dat ‘De Vrijdenker’ uit de Openbare Leeszaal moest verdwijnen. Volgens de toenmalige rijksregeling zou bij weigering van gemeentelijke subsidie aan een bibliotheek ook de rijksbijdrage automatisch vervallen. Dus zou dit voorstel voor deze gemeentelijke censuur waarschijnlijk de doodsteek voor de Openbare Leeszaal zijn.

Leestafel

De Vrijdenker was één van de vele tijdschriften en kranten die aan de leestafel op de Torenlaan konden worden gelezen. Behalve De Standaard (prot.chr), Het Volk, de liberale kranten Algemene Handelsblad en NRC lagen er ook de Maasbode (r.k.) en Volk en Vaderland van de NSB. Het Volk was van mening dat men over de inhoud van een orgaan kan denken zoals men wil , maar zou een tijdschrift nu moeten verdwijnen, alleen omdat er katholieken zijn die er aanstoot aan nemen? De Larense katholieken die een ruime meerderheid hadden in de gemeenteraad werd misbruik van hun machtspositie verweten. De liberale dagbladen Algemeen Handelsblad en NRC waren dezelfde opvatting toegedaan.

Wraak voor heiligschennis

In een pamflet wendde de vrijdenkersvereniging zich vervolgens tot de inwoners van Laren en Blaricum. Daarin wezen zij erop dat een niet-gelovige of een orthodox protestant vaak aanstoot neemt aan katholieke geschriften, “maar” – zo vervolgt De Dageraad – “eisen zij nu dat die geschriften uit de katholieke leeszaal zullen worden verwijderd of zelfs maar uit de Openbare? Welnee, zij blijven weg uit de katholieke leeszaal en wat hun in de Openbare niet bevalt, laten zij links liggen. In plaats zich tot hun eigen leeszaal te beperken snuffelen zij nog eens extra of er in de Openbare Leeszaal kranten en tijdschriften zijn die hun ergernis opwekken. En die moeten er dan uit! eisen de heren.”

De actie van de Larense RKSP tegen het tijdschrift De Vrijdenker is indertijd uitgelegd als wraak van de katholieken voor de heiligschennis op 24 juni 1938, Sint-Jansdag. Vandalen hadden de kapel op het Sint-Janskerkhof besmeurd met carbonileum. “Geïnsinueerd wordt dat de brave katholieken in deze heiligschennende daad een welkome gelegenheid zagen voor een rel.(..) In Laren weet niemand, ook de politie niet, wie de daders zijn”, schreef De Vrijdenker. Het tijdschrift zegt wél te weten wie de daders zijn, en “het waren zeker geen vrijdenkers” , aldus de secretaris van De Dageraad. In een brief van de vrijdenkersvereniging van 17 maart 1939 die in de Vrijdenker werd gepubliceerd staat: “wij hebben laten blijken meer van deze zaak af te weten dan de Larense katholieken lief is”. Later ging ook het verhaal rond dat NSB’ers de hand hadden gehad in het vandalisme. Hoe het ook zij, de daders zijn nooit gevonden; de zaak in nooit opgelost.

Heel waarschijnlijk is dat een in 1938 door het ‘Comité van actie voor God’ ingesteld onderzoek naar ‘voor Katholieken schadelijke lectuur’ in de Openbare bibliotheken in het Gooi, aan de Vrijdenker-rel ten grondslag ligt. Dat de Vrijdenker-affaire landelijke aandacht trok, en vooral in de liberale en socialistische pers, had ongetwijfeld ermee te maken dat in deze kringen nogal wat bezwaren leefden tegen de katholieke en protestant-christelijke verzuiling, die na 1918 steeds sterker was geworden. Vooral de Nederlandse liberalen dachten veel ‘nationaler’ en waren anti-verzuiling. 

De met carbonileum besmeurde kapel op het St. Janskerkhof (1038), uit: Archief Gooi en Eemlander. 

Debat in de raad

Toen in april de subsidieverlening aan de beide leeszalen in de gemeenteraad van Laren aan de orde kwam, draaide het debat vooral om de vraag of een voorgestelde verhoging van de gemeentelijke subsidie ook aan de Openbare Leeszaal moest worden toegekend. Het waren niet alleen de katholieken die zich hiertegen keerden. Het CHU-raadslid Hosang (prot.chr.) zei aan de subsidieverhoging de wens te verbinden dat De Vrijdenker uit de leeszaal verwijderd wordt of in het ‘giftkastje’ wordt opgeborgen. Het raadslid Strijbis nam het op voor de Openbare Leeszaal. De vrijzinnig democraat (vergelijkbaar met het huidige D66): “Denkt u dat wij als vrijzinnige mensen alleen ter lezing leggen wat u mooi vindt? Niks hoor, vrijheid blijheid.” 

Burgemeester Van Nispen zei persoonlijk contact te hebben gehad met het bibliotheekbestuur en had de indruk gekregen dat men wel tegemoet wilde komen aan de wensen van de raad. Maar de meeste katholieke raadsleden wilden het niet laten bij ‘wensen’, nee zij ‘eisten’ verwijdering van de Vrijdenker. Anders zou het met de subsidie aan de ‘Openbare’ zijn gedaan. Het debat in de gemeenteraad spitste zich daarop toe tot ‘eisen’ of ‘wensen’. De raad kwam er niet uit. Dan maar stemmen over het woord ‘eis’, besloot de burgemeester als voorzitter van de raad. Zes leden stemden voor ‘dit barre woord’, en zes stemmen gingen naar ‘wensen’. De stemmen staakten dus. Wel werd aangenomen dat de subsidieverhoging aan de Openbare Leeszaal alsnog werd toegekend. 

Op 4 mei kwam de gemeenteraad opnieuw bijeen en vond een tweede stemming plaats over de verwijdering van ‘dit vies blaadje’ (RKSP-raadslid Bleekemolen). De raad was nu blijkbaar voltallig want de uitslag luide nu zeven stemmen voor ‘wensen’ en zes stemmen voor ‘eisen’. 

In de Laarder Bel werd op 19 december 1939 ten slotte het volgende bericht opgenomen: Bij de gemeenteraad is binnengekomen een bericht van de Openbare Leeszaal dat het orgaan De Vrijdenker in genoemde leeszaal niet meer ter lezing ligt. 

Bronnen: 60 jaar boeken in Laren en Blaricum 1920-1980; Algemeen Handelsblad 13-3-1939 en 22-4-1939, Het Volk 3-3-1939, NRC 15-4-1939 en 28-4-1939; Laarder Courant de Bel, 5 mei 1939 en 19 december 1939; Leo Janssen/Karel Loeff, Getuigenis op straat. De Larense sint Janstraditie, SUNH, 2005.