Vrijwilliger in het zonnetje… Gerard Armbrust
Opnieuw zetten we een trouwe bezorger van het Kwartaalbericht in het zonnetje. Ditmaal is het de heer Gerard Armbrust, illuster apotheker van Laren, die ondanks zijn inmiddels 87 jaren twee wijken bedient. Eén rond de Lingenskamp en Akkerhof, de ander rond de Boekweitskorrel en Slangenweg. In totaal schuift hij elke drie maanden 65 kwartaalberichten de verschillende brievenbussen in! Volgens hemzelf doet hij dit al 6 jaar, volgens de administratie van de Historische Kring echter al minstens 15 jaar! Dit zonnetje is dus meer dan terecht.
Dit artikel is afkomstig uit Kwartaalbericht 176 [2026-2]. Leden van de Historische Kring Laren ontvangen het kleurrijke glossy magazine 4 keer per jaar. U kunt hier lid worden. Losse nummers zijn à € 9,50 per stuk in de Lindenhoeve en bij Bruna en de Larense boekhandel te koop, zolang de voorraad strekt.
Tekst: Peter Vos
Hij vindt het nog steeds een leuke bezigheid. Een activiteit die hij ondanks zijn leeftijd nog steeds op de fiets volbrengt. Daar kun je natuurlijk alleen maar je petje voor afnemen! Wél kiest hij z’n momenten: de zaterdagmiddag en de zondag, omdat er dan weinig autoverkeer is. De smalle straatjes van ons mooie dorp en het autoverkeer verhouden zich niet altijd goed tot elkaar en kunnen voor gevaarlijke situaties zorgen. Heel verstandig om deze dan ook niet op te zoeken. Eén van de leukste dingen van het bezorgen van de Kwartaalberichten vindt hij de praatjes die hij dan met allerhande mensen maakt. Aan stoppen wil hij dan ook niet denken. Als Historische Kring boffen we maar met dergelijke vrijwilligers.

Ter voorbereiding op het te houden interview liet ik mijn gedachten de vrije loop: wat wist ik van de Gooise Apotheek? Niet zo heel veel dus. Als jonge jongen was ik er wel geweest om medicijnen te halen. De apotheek maakte indruk op me. Het was er een beetje donker en dat was juist wel imponerend. Een beetje geheimzinnig ook: hier werd met allerhande vreemde stoffen gewerkt. Stoffen die je hielpen van je kwalen af te komen of ze hanteerbaar maakten. Ook de aankleding was indrukwekkend: het gele licht, de mooie bruinhouten toonbank, de kastenwand met de prachtige bruine stolpflessen, de medewerkers in witte kledij die daar zo fraai bij afstaken en tegelijkertijd aangaven dat het er hier zeker wel om serieuze zaken ging.
Een andere herinnering was de verbouwing, die, weet ik nu, in 1975 plaatsvond. Ik heb daar als ‘krullenjongen’ enigszins aan bijgedragen. Tussen twee studies in werd ik van huis uit geacht te werken voor de kost en was zo bij de Firma R. terechtgekomen en deze firma deed de verbouwing.

Geanimeerd
Ik had wat vragen voorbereid, maar Gerard bleek zich ook voorbereid te hebben en zo werd het een geanimeerd gesprek, wat van alles aanraakte en waarvan hier de weergave volgt.
Allereerst moet ik toch iets zeggen over zijn woning aan de Klaaskampen. Een prachtig, groot huis met een mooie, ruime en zonnige tuin en dat op de plek waarvan ik alleen nog weet dat daar een klein, boerderij-achtig pandje stond met in de ‘tuin’ één of twee taxi’s van de familie Grob. De plek van het aloude ernaast gelegen melkfabriekje is alweer geruime tijd ingenomen door een andere fraaie woning.
Alvorens in gesprek te gaan, overhandigde Gerard mij een boekje: ‘Een eeuw Gooise Apotheek’, in 2016 geschreven door zijn dochter Annemarie. Het geeft een mooi beeld van de organisatie van de geneeskunde in Laren en Blaricum. Het beschrijft ook prachtig hoe de Gooise Apotheek van oprichtster Annie Westerling in 1916 en sinds 1944 van Roelof Armbrust zich daarin een best prominente plek wist te verwerven. Een aanrader, dit boekje, voor wie hierin geïnteresseerd is.
In het interview zijn we niet echt in de historische momenten gedoken, maar veel meer in de belevingen en ervaringen van de heer Armbrust in de loop der tijd. Want ja, hoe kom je er bijvoorbeeld toe om in de oorlogsjaren een apotheek in Laren te kopen?

Koop apotheek
Roelof Armbrust had een goed lopende apotheek in de Molukkenstraat in Amsterdam, maar ruilde deze toch in. Het gezin woonde destijds in Betondorp aan de Middenweg in Amsterdam, nabij het oude Ajaxstadion. Gerard is daar in 1938 geboren. Praktisch tegenover het huis hadden Duitsers in het begin van de oorlog afweergeschut gezet, wat gaandeweg meer en meer gebruikt werd. Het geknal, maar ook de dreiging dat dit zelf wel eens doelwit zou kunnen worden, maakte het daar wonen er niet prettiger op. Vanaf 1939 huurde het gezin in Huizen een vakantiewoning aan het Eikenlaantje, waardoor het kennismaakte met ’t Gooi. Dat beviel zo goed dat men verhuisde naar de Hoog Huizerweg nr. 7. Uiteindelijk viel het oog van Roelof op de te koop staande Gooise Apotheek, waar het gezin na de koop in 1944 naartoe verhuisde.
Belangrijk bij het bestieren van de apotheek was het motto waar Roelof en later ook Gerard hun apotheek omheen bouwden: de apotheker moet tussen de mensen staan. Meestal komen patiënten toch verbouwereerd of enigszins ontdaan bij hun huisarts vandaan. Er is een kwaal vastgesteld, waartegen een bepaald medicijn ingezet gaat worden. Het kan allerlei niet aan de huisarts gestelde vragen oproepen over de werking daarvan.
Is het dan niet je taak als apotheker om als vraagbaak, of als adviseur te fungeren? Ja, dus. Als apotheker moet je daarom gezien worden, je moet in de zaak zijn, achter de balie staan, om, als mensen dat willen, een gesprekje aan te knopen, hun vertrouwen te winnen en zo een adviseur te kunnen worden die daartoe bekwaam gevonden wordt. Je moet geen apotheker zijn die ’s morgens het wisselgeld in de kassa doet om ’s avonds het papiergeld eruit te halen, aldus Gerard. Wat helpt bij het in contact komen is, dat je bij een apotheek ook meer kunt ‘halen’ dan alleen medicijnen: dropjes, zonnebrandcrème en andere service-artikelen. Het maakt de drempel voor contactleggen lager.

Gooise School
Als 6-jarige kwam Gerard te Laren en moest daar naar de lagere school. De keuze viel op de Gooise School, maar deze was op dat moment geconfisqueerd door de Duitsers. Geen nood, het tuinhuis van de familie Dudok-de Wit op het Rozenlaantje kon uitstekend fungeren als klaslokaal. Als Gerard daar vanaf de Stationstraat 15 naartoe liep, kreeg hij het advies van zijn moeder mee om in het bos van Hamburger “in de greppel te duiken als er schietende vliegtuigen overkwamen” (de geallieerden waren nogal geïnteresseerd in Crailoo). Dit is een paar keer gebeurd. Die vliegtuigen leverden ook nog iets anders op, waar je als 6-, 7- jarige hevig in geïnteresseerd bent: munitiebanden met grote patroonhulzen die bij het mitrailleren werden uitgeworpen. Ook weet Gerard nog dat er achter de Utrechtse watertoren door de geallieerden Zweeds brood werd uitgeworpen (‘van dat dikke, witte casinobrood’) om de ergste hongersnood te lenigen.
Andere dierbare herinneringen uit die periode vormen het op de open wagentjes van de Gooise Moordenaar springen als deze naar de remise reed en een paar uurtjes op het politiebureau doorbrengen omdat je wilde weten of het ijs op de Coeswaerde al stevig genoeg was. Helaas had je even niet op diender Geurts gelet…
In 1948 verhuist het gezin naar de overkant van de rijksweg. Aangezien zijn school aan de andere kant lag werd Gerard door zijn moeder gemaand goed uit te kijken bij het oversteken, maar ja, hoeveel auto’s reden daar nu helemaal? Zo nu en dan één. Wat jaren later sloeg de verbazing toe toen het bermtoerisme in raakte: mensen kwamen naar de rijksweg om auto’s te kijken. Parasolletje, klapstoeltjes, eten en drinken mee, zonder in de gaten te hebben dat ze zelf ook bekeken werden…
De schoolcarrière van Gerard liep langs het Hilversums Gymnasium, de Universiteit van Amsterdam (waar hij z’n kandidaats niet op tijd haalde en toen in militaire dienst moest) met een noodzakelijk vervolg op de Universiteit van Leiden, omdat hij in de voetsporen van zijn vader wilde treden: apotheker worden. In 1960 maakte hij daar veel mee toen hij met drie medestudenten de roeiboten van de Nederlandse Ploeg naar de Olympische Spelen van Rome mocht brengen.

Overname en verbouwing
In 1975 was het dan zover: Gerard nam de zaak van zijn vader over en startte met een verbouwing. Deze werd min of meer afgedwongen door de Vereniging van Pharmacie: zeker het gedeelte waar de poeders, pillen en capsules gemaakt werden diende gemoderniseerd te worden: ‘dat stoffige karakter’ kan echt niet meer…. Zo gezegd zo gedaan en zo kwam ik te weten dat ik daar in dat jaar een piepklein rolletje in heb gehad.
Eind jaren zeventig en de jaren tachtig stonden in het teken van concurrentie met andere apotheken, (allemaal gedoe) en het opzetten van een Medisch Centrum (lukt dat wel of niet?). Uiteindelijk heeft het Medisch Centrum in 1993 vorm gekregen en is zijn zoon Alexander daarin gekomen, waar hij 11 jaar gewerkt heeft.
Even aankijken
Een ander motto van vader en zoon Armbrust was en is dat je op welk verzoek je ook krijgt nooit direct ‘nee’ moet zeggen. Kijk het eerst even aan, denk er even over na, want nee is nee en kan zo maar voorkomen dat je waardevolle ervaringen mist. Eén zo’n waardevolle ervaring was en is het op stap gaan met de oudere mensen van het dorp. Vader Roelof was vrijwilliger bij dit uitje en Gerard heeft deze activiteit overgenomen. Hij heeft er alleen maar plezierige herinneringen aan. Goed georganiseerd en duidelijk qua activiteiten: de betrokkenen bij hen thuis ophalen, verzamelen op het kermisterrein, in colonne de route rijden, lunchen en weer terug om te eindigen met een borreltje. Toen Laren nog een eigen korps had, was er sprake van politie op motoren die kruispunten vrij hielden. Een mooie tijd. Je bezorgde mensen die niet al te vaak meer buiten kwamen een mooie dag. Onderweg raakte je bovendien in gesprek met degene die je vervoerde en kreeg je veelal allerlei mooie, waardevolle verhalen te horen.
Tijden veranderen, je wordt een dagje ouder, maar Gerard is nog steeds actief, verveelt zich geen dag. Mooi is dat hij nog regelmatig met vrienden een potje biljart speelt bij ‘de Bijenkorf’ in Laren en bridge speelt met weer andere vrienden.
En zo zijn we aan het eind gekomen van een prettig en boeiend interview over de achtergronden van een bevlogen vrijwilliger van de Historische Kring.


